[NL] Musica Mediaevalis 10/40 – Liturgisch drama

Ludus Danielis start on Psallentes site, text Hendrik Vanden Abeele

De term ‘liturgisch drama’ is van 19de-eeuwse origine en is helaas niet helemaal toepasselijk op het fenomeen dat er mee bedoeld wordt. Enerzijds klinkt dat woordje ‘drama’ zo dramatisch – maar goed, er wordt mee aangegeven dat er een soort toneeltje wordt opgevoerd – en anderzijds is er met de term een essentiëler probleem, namelijk dat die toneelstukjes hooguit para-liturgisch zijn, niet liturgisch. Deze toevoegingen aan het alreeds bestaande repertoire (jawel, het liturgisch drama is een trope) hebben nooit een onderdeel uitgemaakt van de officiële ceremonieën, ze zijn dus nooit echt ‘liturgie’ geweest, in de meest concrete zin van het woord. De liturgische drama’s bestonden dus naast (‘para’) datgene wat aan liturgie gevierd werd. Maar, het gaat hier wel degelijk om expliciet christelijke thema’s, gezongen in het Latijn, vermoedelijk door de (lagere) clerus, en ze kwamen altijd op een of andere manier uit de officiële liturgie voort. En bovendien, zoals dat gaat met terminologie, het begrip ‘liturgisch drama’ is inmiddels zo ver doorgedrongen in ons gespecialiseerd taalgebruik, dat we ook gewoon kunnen afspreken wat we onder die term precies verstaan.

Het best kunnen we aangeven wat het liturgisch drama is, door er een voorbeeld van te geven. Verreweg de beroemdste van alle liturgische drama’s, is de zogenaamde Quem quaeritis, ook wel bekend als de Visitatio sepulchri. Het verhaal is eenvoudig en bekend: Jezus is net opgestaan, en de drie nietsvermoedende Maria’s zijn op weg naar het graf (vandaar ‘visitatio sepulchri’). Ze hebben balsem gekocht, want ze willen Jezus’ lichaam verzorgen. Bij het graf aangekomen wacht hen het ontstellende nieuws dat Jezus niet meer in het graf is. Een engel vraagt hen wie ze zoeken (vandaar ‘quem queritis’) en deelt hen mee wat er met Jezus gebeurd is.

Interrogatio: Quem quaeritis in sepulchro, o Christicolae?

Responsi: Jesum Nazarenum crucifixum, o caelicolae.

Angeli: Non est hic; surrexit, sicut praedixerat.

Ite, nuntiate quia surrexit de sepulchro.

Het verhaal gaat verder met onder meer de ontmoeting tussen Maria Magdalena en Jezus als tuinman.

Het zijn opnieuw de abdijen van Sankt Gallen en Saint Martial die de primeur hebben: in handschriften uit die abdijen, daterend uit de eerste helft van de 9de eeuw, vinden we de eerste verwijzingen naar een mogelijke dramatisering’ van deze dialoog. We hebben in die bronnen echter nog geen expliciete aangave dat er ook echt geacteerd werd. Die expliciete aangave, met regelrechte regie-aanwijzingen, vinden we voor het eerst in een Regularis concordia, een soort handboek voor de liturgie, tussen 965 en 975 geschreven door Ethelwold, de bisschop van Winchester.

Misschien is het niet helemaal correct, maar de dialoog Quem quaeritis wordt algemeen beschouwd als de oorsprong van het genre van het liturgisch drama. Bij bepaalde gelegenheden, in het geval van de Quem quaeritis in de Paasnacht, werd het verhaal niet zomaar verteld, maar werd het uitgebeeld. Dat men in de christelijke kerken wat dramatiek betreft niet aan het proefstuk toe was, behoeft geen betoog. Alleen al de rolverdeling (recitant, Jezus, het volk…) bij het reciteren van de passies in de Goede Week geeft aan hoezeer men er op gebrand was de in bijbelse teksten aanwezige dramatiek ten volle te laten werken. Dat kon tijdens de liturgie, binnen de grenzen van reserve en terughoudendheid die mis en officie voorschrijven, of dat kon buiten die liturgie, waarbij de creativiteit al snel onrustwekkende vormen aannam (althans, voor de clerus – dat is een terugkerend thema). Gaandeweg gingen deze uitbeeldingen van bijbelse verhalen (meestal uit het Nieuw Testament) een eigen leven leiden. Scènes met de koopman van wie de drie Maria’s balsem kopen, kregen het karakter van een klucht. Het zou dan ook niet lang duren voor de kerkelijke overheden deze spelen aan banden legden of eenvoudigweg uit de kerk verbanden.

Dat is het punt waarop we op ‘avondvullende’ paasspelen aankomen, waarin figuren als Pontius Pilatus, de joden, de soldaten, en soms ook de duivel zelf dramatische figuren worden die een mening hebben en een rol gaan spelen die in het oorspronkelijk verhaal slecht impliciet aanwezig is. Deze paasspelen zijn in de meeste gevallen muzikaal niet interessant, in die zin dat er meestal slechts op bepaalde plaatsen door middel van incipits (de beginwoorden) aangegeven staat wat er moet worden gezongen. Zo’n paasspel, met veel tekst in het middelnederduits, is het Redentiner Osterspiel (1464). Maar daarmee zijn we dus van ons thema de muziek afgedwaald, in het manuscript van dat paasspel uit Redentin is geen noot muziek te vinden.

Ondertussen waren ook Kerstspelen ontstaan, met de dankbare scènes van bijvoorbeeld het bezoek van de herders aan de stal. Het is overigens frappant dat dit soort Kerstspelen ook begint met ‘Quem quaeritis’, namelijk met de woorden: ‘wie zoek je hier in deze stal?’. Ook het bezoek van de drie wijzen gaf aanleiding tot een liturgisch drama, waarbij zelfs scènes aan het hof van Herodes hun intrede deden, inclusief de kindermoorden…

De grootste verzameling van liturgische drama’s vinden we in het Livre de Jeux de Fleury, gedateerd ca. 1200. Er staan tien spelen in, in vier categorieën: wonderen van de Heilige Nicolaas, Kerstspelen, Paasspelen, en twee spelen over bekering (Paulus) en opstanding (Lazarus). Puur muzikaal gezien zijn deze liturgische drama’s niet altijd zo interessant. De dialogen zijn, als er al genoteerde muziek bij staat, gezet op bijna stereotiepe melodietjes, formule-achtige en steeds terugkerende wendingen. Wat overigens ook altijd terugkeert, is het voorschrift om zo’n spel te laten eindigen met het zingen van de lofzang Te Deum, hetgeen aangeeft wat in de eerste alinea al gezegd werd: dat er toch altijd nog een connectie met de officiële liturgie was.

Een ander beroemd spel, eigenlijk een Kerstspel, is het Ludus Danielis. Aan het begin van het manuscript waar dit spel in terug te vinden is (London, British Library, Eg 2615) staat aangegeven wie het stuk gemaakt heeft, namelijk (vermoedelijk) studenten van de kathedraalschool van Beauvais. Het is vroeg 13de-eeuws. Dit is een van de meer populaire liturgische drama’s als het op muzikale verklanking aankomt. In het spel zijn minstens vijftig verschillende melodieën of melodietjes geïdentificeerd, hier en daar is plaats om een of ander instrument te gebruiken (een citer, slagwerk, een harp), en met wat verbeelding is zelfs het laten uitgaan van een optocht, met een soort fanfare, te overwegen.

©Hendrik Vanden Abeele voor Amarant

Deze tekst mag vrij gebruikt worden, maar dan wel graag de auteur en de bron vermelden. Dank!

The British Library entranceway.
The British Library entranceway. (Photo credit: Wikipedia)

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

Blog at WordPress.com.

Up ↑