Punica granatum #2 Sumer I (pomme)

De tijd van bloeiende bloesems is voorbij en de appeltjes zijn lustig aan het groeien. In de streek rond Landcommanderij Alden Biesen vind je meer dan veertig hectare hoogstamfruitboomgaarden. (Hier kan je je overigens inschrijven om in oktober zelf te gaan plukken.)

Ter ere van deze met appels doordrongen Alden-Biesense context zingen de zangeressen van Psallentes in hun met flakkerende fakkels bijgelichte nerveus verwachtingsvolle nachtelijke zoektocht doorheen de Engelse Tuin de geinige ‘ground’ van de prettige middeleeuwse canon Sumer is icumen in niet op een doordeweeks ‘pom pom pom’, maar op het toepasselijker ‘pomme pomme pomme’.

Zing mee! En verlekker je alvast op dat appeltje!

Inmiddels zijn de zangeressen in hun droom aangekomen bij het zomerhuis, inclusief ijskelder. Tijd om stil te staan bij de vergankelijkheid van het leven. Toch smelt een brok ijs niet eens zo makkelijk, zelfs als je het met vuur betast. Maar dat is voor de volgende video.

Hendrik Elie Vanden Abeele, 9 juli 2020

Wat Nietzsche precies zei over Carmen

Sinds de publicatie van mijn goed bekeken video-essay ‘Luisteren is als wandelen in de Kruidtuin’ kreeg ik een paar keer de vraag waar precies ik had gelezen dat Nietzsche zo’n fan was van Bizet’s Carmen. Verschillende kijkers/luisteraars wilden hier wel graag iets meer over weten. Hieronder geef ik het bewuste fragment uit (hoe kan het anders) ‘Het geval Wagner’. Ik nam het uit het zeer lezenswaardige boekje ‘Nietzsche contra Wagner’, in de Arbeiderspers reeks ‘Privé-domein’, vertaling Hans Driesen 1994. Het onderstaande fragment staat daar op bladzijde 11 en 12.

Voor alle duidelijkheid: ik ben geen fan van Nietzsche en geen tegenstander van Wagner, of omgekeerd (wat dat laatste ook moge betekenen). Wat mij vooral trof in Nietzsche’s tekst is dat hij zo precies beschrijft wat er met ons kan gebeuren als we herhaaldelijk naar dezelfde muziek luisteren. De vertrouwdheid ermee maakt onze geest vrij om onbeschroomd en zelfs gestimuleerd op andere dingen door te denken. Je kan je gedachten laten gaan, net omdat je niet per se aandachtig moet luisteren. Ook het beeld dat hij door dat veelvuldig naar hetzelfde luisteren zijn oren ‘onder deze muziek’ kan begraven, ‘haar oorzaak’ hoort, ‘haar ontstaan’ beleeft is een beeld dat mij in mijn eigen muziekbeleving niet loslaat. En in mijn persoonlijke beleving van het wandelen langs (min of meer) vaste routes neem ik een vergelijkbaar effect waar.

Zo, daarmee heb ik al een beetje voldaan aan ‘s lezers wens wat preciezer te weten wat Nietzsche zei. Volgens mij verkoopt hij soms ook lulkoek (wie niet hé), maar het onderstaande is echt de nagel op de kop, vind ik.

“Ik hoorde gisteren – wilt u me geloven? – voor de twintigste keer Bizets meesterwerk. Ik bleef alweer zitten, een en al serene concentratie; ik liep alweer niet weg. Deze zege over mijn ongedurigheid verbaast me. Hoezeer een dergelijk werk iemand tot een beter mens maakt! Men wordt daarbij zelf tot een ‘meesterwerk’. – En inderdaad, elke keer dat ik Carmen hoorde, leek het wel of ik meer filosoof, een betere filosoof werd dan ik me anders voelde: zo lankmoedig geworden, zo gelukkig, zo Indisch, zo stoelvast… Vijf uur zitten: eerste etappe van de heiligheid! – Mag ik zeggen dat Bizets orkestgeluid bijna het enige is dat ik nog kan verdragen? Dat andere orkestgeluid dat momenteel in zwang is, het wagneriaanse, grof, tegelijkertijd gekunsteld en ‘onschuldig’ en daardoor in één klap alle drie de zintuigen van de moderne ziel aansprekend – hoe nadelig is dit orkestgeluid van Wagner voor mij! Ik noem het sirocco. Ik begin onaangenaam te zweten. Met mijn mooi weer is het afgelopen. 

Deze muziek lijkt me volmaakt. Ze komt lichtvoetig en soepel aanlopen, een en al hoffelijkheid. Ze is beminnelijk, ze zweet niet. ‘Het goede is lichtvoetig, al het goddelijke loopt op tere voetjes’: de eerste stelling van mijn esthetica. Deze muziek is boosaardig, geraffineerd, fatalistisch: ze blijft daarbij echter populair – ze heeft het raffinement van een ras, niet van een enkeling. Ze is rijk. Ze is precies. Ze begint te bouwen, ze organiseert, en komt klaar: daarin is ze het tegenovergestelde van de poliep in de muziek, de ‘oneindige melodie’. Heeft men op het podium ooit accenten gehoord van een schrijnendere tragiek? En hoe worden deze accenten bereikt! Zonder grimassen! Zonder de leugen van de grote stijl! – Tot slot: deze muziek gaat ervan uit dat de toehoorder intelligent is, ja zelfs dat hij verstand heeft van muziek – ook hierin is ze het te- gendeel van Wagner, die, wat hij ook verder geweest moge zijn, in ieder geval het onhoffelijkste genie van de wereld was (Wagner verslijt ons als het ware voor ––, hij zegt iets zo vaak, dat men er bijna wanhopig van wordt – dat men het ten slotte gelooft).

En nogmaals: ik word een beter mens, wanneer deze Bizet me toespreekt. Ook een betere muzikant, een beter toehoorder. Kan men trouwens nog beter toehoren? – Ik begraaf mijn oren zelfs nog onder deze muziek, ik hoor haar oorzaak. Het lijkt wel of ik haar ontstaan beleef – ik sidder voor de gevaren die aan elk waagstuk kleven, ik ben verrukt over momenten van geluk waaraan Bizet onschuldig is. – En hoe merkwaardig! Strikt genomen denk ik daar niet aan, of ben ik me er niet van bewust, hoezeer ik eraan denk. Want heel andere gedachten spelen me ondertussen door het hoofd… Heeft men wel gemerkt dat de muziek de geest vrij maakt, de gedachten vleugels geeft; dat men des te meer filosoof wordt, naarmate men meer musicus wordt? – De grauwe hemel der abstractie als door bliksemschichten gekliefd; het licht sterk genoeg voor al het filigraan der dingen; de grote problemen binnen handbereik; de wereld als vanaf een berg overzien. – Ik definieerde zojuist het filosofische pathos. – En zonder dat ik er erg in heb, vallen me antwoorden in de schoot, een lichte hagel van ijs en wijsheid, van opgeloste problemen… Waar ben ik? – Bizet maakt me vruchtbaar. Al het goede maakt me vruchtbaar. Ik heb er geen andere dankbaarheid voor, ik heb er ook geen ander bewijs voor, wat goed is.”

Hendrik Elie Vanden Abeele, 8 juli 2020

Punica granatum #1 Congaudeant

Soms word je onrustig wakker en weet je niet of wat je net meemaakte een droom was, of een nachtmerrie. Ook voor de zangeressen van Psallentes zal dit altijd onduidelijk blijven: het beroemde ‘Congaudeant’ uit de Codex Calixtinus staan zingen als bosnimfen in de Engelse Tuin van de Landcommanderij Alden Biesen? Bij nacht en ontij? En daarbij allerlei geflits en vermisting moeten trotseren? Wat heb ik aan mijn hoofd, op mijn hoofd, wat hangt er rond mijn nek?

Het misschien wel beroemdste stuk uit de Codex Calixtinus is misschien wel het oudste voorbeeld van driestemmige polyfonie: het Congaudeant Catholici. Van dit stuk wordt vaak gezegd dat het een pelgrimslied is. Of het ook echt door pelgrims op weg naar Compostela gezongen werd, is twijfelachtig. Maar vanuit het thema (‘laat katholieken zich allen samen verheugen’) is het een prima metafoor voor het ‘bedevaartbedrijf’ en de muziek eraan verbonden. Door het zingen en bezingen worden gelovigen verenigd, steeds met hun schreden en neuzen in dezelfde richting. Hun gezamenlijk doel – ook al hebben ze zich dat doel gesteld vanuit vele verschillende motieven – ligt aan de horizon: het graf van de Heilige Jacob, te Compostela.

Ook de site van de Landcommanderij Alden Biesen is ooit een bedevaartsplek geweest: al in de dertiende eeuw stond er een kapel met een ‘miraculeus’ Mariabeeld. En je zou kunnen zeggen dat je vandaag nog steeds op bedevaart naar Alden Biesen kan: je gaat er om in de Engelse Tuin een muziekwandeling te beleven, je gaat er om natuur en (eventuuel ook culinaire) cultuur te beleven, je kan er een warme zomerdag doorbrengen onder een boom, je kan er zelfs stil worden in de kerk… Of je komt er minstens één keer per jaar om er het Alba Nova festival te beleven (tot enkele jaren geleden de ‘Dag van de Oude Muziek’).

Met medewerking van en dank aan Philine Janssens, Sarah Abrams, Elisabeth Colson, Lisa De Rijcke, Kristien Nijs, Rozelien Nys, Amélie Renglet, Marina Smolders, Barbara Somers, Sarah Van Mol, Veerle Van Roosbroeck, Kerlijne Van Nevel, Sander Tas, Danja Cauberghs, Boris Tas, Daan Appels, Ibbe Van Dyck, Marcel Van Coile, Hendrik Vanden Abeele

Punica granatum is een Psallentes-project van Hendrik Vanden Abeele, artist in residence op Muziekkasteel Alden Biesen 2019. Met dank aan de Vlaamse overheid, Landcommanderij Alden Biesen, Musica Impulscentrum voor Muziek, Psallentes en Le Bricoleur. Bijzondere dank aan Esther Ursem, Tine Van den Bunder en Patrick Cornelissen.

Punica granatum kan vanaf de zomer van 2020 als muzikale wandeling worden beleefd doorheen de Engelse Tuin van de Landcommanderij Alden Biesen.

Punica granatum werd opgenomen in augustus 2019, toen de term ‘social distancing’ nog moest worden uitgevonden.

Hendrik Elie Vanden Abeele, 6 juli 2020

De Alden-Biesense granaatappel

Punica granatum is een droom.

De zangeressen van ensemble Psallentes dromen van een fotoshoot in de Engelse Tuin van de Landcommanderij Alden Biesen. Het is een perfecte locatie. Een glooiend grasveld, prachtige bomen, een bloementuin, een prieeltje, een zomerhuis met ijskelder, een charmant brugje, overgroeide paadjes, alles begrensd door een mysterieuze muur… En dan is er dat magnifieke uitzicht op de zuidkant van de waterburcht.

Morgen is het zover. Dan trekken ze met fotograaf Marcel en coach Philine de tuin in. Maar deze nacht worden de zangeressen eerst nog door dromen bezocht. Ze zien zichzelf als zingende bosgeesten, ze verdrijven duisternis met vuur, halen ijs uit de kelder, vieren de inkleding van een bruid (maar de bruid stapt boos weg?). Ze zien bloemen door de lucht dwarrelen, ze dansen en ze springen, horen orgelklanken in de verte.

Is dit een droom, of wordt het een nachtmerrie? Zien ze daar Minerva, en transformeert zij tot Maria, Moeder Gods? Waar komen al die vreemde rekwisieten vandaan bij wat een ernstige fotoshoot had moeten worden? Is dat daar een klimaatbetoging? Zijn hun stemmen plots gemuteerd tot mannenstemmen? Klinken daar doodsklokken?

Intussen spoken hen talloze deuntjes door het hoofd. Oude muziek. Eenstemmig, meerstemmig. Latijn, Frans, Nederlands. Ook Middelengels, in die oude canon ‘Sumer is icumen in’ — de zomer is ingetreden. Wat voor een zomerdag wordt dat, morgen? Zullen deze vrouwen heelhuids uit de Engelse Tuin geraken?

Dromen zijn bedrog, weten de zangeressen, maar dit lijkt allemaal zo echt?

Punica granatum is een Psallentes-project van Hendrik Vanden Abeele, artist in residence op Muziekkasteel Alden Biesen 2019. Met dank aan de Vlaamse overheid, Landcommanderij Alden Biesen, Musica Impulscentrum voor Muziek, Psallentes en Le Bricoleur. Bijzondere dank aan Esther Ursem, Tine Van den Bunder en Patrick Cornelissen.

Punica granatum kan vanaf de zomer van 2020 als muzikale wandeling worden beleefd doorheen de Engelse Tuin van de Landcommanderij Alden Biesen.

Punica granatum werd opgenomen in augustus 2019, toen de term ‘social distancing’ nog moest worden uitgevonden.

Met medewerking van en dank aan Philine Janssens, Lisa De Rijcke, Sander Tas, Danja Cauberghs, Boris Tas, Daan Appels, Ibbe Van Dyck, Marcel Van Coile, Hendrik Vanden Abeele

Punica granatum te Alden Biesen

Blij te melden dat onze zomer (vrij letterlijk) opgefleurd kan worden met een wandeling door de Engelse Tuin van Landcommanderij Alden Biesen. Hendrik Vanden Abeele maakte daar, als artist in residence op het ‘Muziekkasteel’, een reeks van zestien korte video’s, met de zangeressen van Psallentes.

Hier een eerste video, met een fragmentje uit ‘D’ung aultre amer’ van Johannes Ockeghem. De hele zomer lang zullen we twee video’s per week lanceren — maar als je niet kan wachten, bezoek dan Alden Biesen en neem je smartphone mee: QR-code scannen en kijk en luister ter plekke. (Voor meer houvast eerst aan het onthaal een foldertje gaan halen.) Sowieso is Alden Biesen een tripje waard: een prachtige site, je kan er mooi wandelen, lekker eten, en dus nu ook in de veilige buitenlucht naar Psallentes kijken en luisteren. Wat wil je nog meer?

Met medewerking van en dank aan Philine Janssens, Sarah Abrams, Kerlijne Van Nevel, Veerle Van Roosbroeck, Sander Tas, Danja Cauberghs, Boris Tas, Daan Appels, Ibbe Van Dyck, Marcel Van Coile, Hendrik Vanden Abeele

Punica granatum is een droom.

De zangeressen van ensemble Psallentes dromen van een fotoshoot in de Engelse Tuin van de Landcommanderij Alden Biesen. Het is een perfecte locatie. Een glooiend grasveld, prachtige bomen, een bloementuin, een prieeltje, een zomerhuis met ijskelder, een charmant brugje, overgroeide paadjes, alles begrensd door een mysterieuze muur… En dan is er dat magnifieke uitzicht op de zuidkant van de waterburcht.

Morgen is het zover. Dan trekken ze met fotograaf Marcel en coach Philine de tuin in. Maar deze nacht worden de zangeressen eerst nog door dromen bezocht. Ze zien zichzelf als zingende bosgeesten, ze verdrijven duisternis met vuur, halen ijs uit de kelder, vieren de inkleding van een bruid (maar de bruid stapt boos weg?). Ze zien bloemen door de lucht dwarrelen, ze dansen en ze springen, horen orgelklanken in de verte.

Is dit een droom, of wordt het een nachtmerrie? Zien ze daar Minerva, en transformeert zij tot Maria, Moeder Gods? Waar komen al die vreemde rekwisieten vandaan bij wat een ernstige fotoshoot had moeten worden? Is dat daar een klimaatbetoging? Zijn hun stemmen plots gemuteerd tot mannenstemmen? Klinken daar doodsklokken?

Intussen spoken hen talloze deuntjes door het hoofd. Oude muziek. Eenstemmig, meerstemmig. Latijn, Frans, Nederlands. Ook Middelengels, in die oude canon ‘Sumer is icumen in’ — de zomer is ingetreden. Wat voor een zomerdag wordt dat, morgen? Zullen deze vrouwen heelhuids uit de Engelse Tuin geraken?

Dromen zijn bedrog, weten de zangeressen, maar dit lijkt allemaal zo echt?

Punica granatum is een Psallentes-project van Hendrik Vanden Abeele, artist in residence op Muziekkasteel Alden Biesen 2019. Met dank aan de Vlaamse overheid, Landcommanderij Alden Biesen, Musica Impulscentrum voor Muziek, Psallentes en Le Bricoleur. Bijzondere dank aan Esther Ursem, Tine Van den Bunder en Patrick Cornelissen.

Punica granatum kan vanaf de zomer van 2020 als muzikale wandeling worden beleefd doorheen de Engelse Tuin van de Landcommanderij Alden Biesen.

Punica granatum werd opgenomen in augustus 2019, toen de term ‘social distancing’ nog moest worden uitgevonden.

 

Muziek bij Van Eyck

Het Van Eyck jaar 2020 kan helaas niet worden wat het had moeten worden. Misschien tijd, dan, om een filmpje in herinnering te brengen dat ik een tijd geleden maakte rond muziek in het Lam Gods. Ik was co-curator van de tentoonstelling ‘Mystieke Muziek’ in het Caermersklooster te Gent. Het is een korte en algemene video, waarin ik aan de hand van drie/vier zichtbare noten op de partituur van de zingende engelen nadenk over wat voor muziek er kan weerklinken, in/op dit schilderij.

We hebben toen nog andere filmpjes gemaakt, onder meer over de instrumenten die in het Lam Gods bespeeld worden. Die video’s zijn nog niet gepubliceerd, dus dat hebben we nog te goed!

Veel Van Eyckse groeten

Hendrik Elie Vanden Abeele

66 kwatrijnen

Op veler verzoek hier de volledige tekst van ‘Luisteren is als wandelen in de Kruidtuin’:

Ik neem je graag mee voor een tocht door het park.
Niet om te werken — geen maaier, geen hark.
Ik neem je graag mee om tijdens dit stappen
het denken aan ‘luisteren’ wat te behappen.

Maar dit is geen park, het is eerder een tuin,
de Leuvense Kruidtuin. Van wortel tot kruin
zijn de bomen en struiken en bloemen hier meester,
de zompige paadjes, de sierlijke heester.

Het punt dat ik maken ga moet al verkondigd,
al wordt tegen regels van pleiten gezondigd:
beluister muziek bij herhaling, herhaling,
steeds die herhaling, herhaling, herhaling.

Want luisteren doe je niet zomaar, niet vluchtig
maar vol en met zorg, grondig en duchtig,
verdiepend in klanken en ritmes en noten
en zo zal je luisterend hebben genoten.

Ja dat is mijn punt, dat is er de kern van:
beluister muziek, zoveel als je kan,
niet zomaar een keer, maar twee keer of drie keer
hetzelfde en meer, en meer en nog meer.

Intussen zijn wij uit belendende straten
de tuin ingewandeld en onder het praten
vergat ik te zeggen waarom ik zo graag
en zo vaak in de Kruidtuin vertraag…

Mijn anders zo vinnige stappen verdunnen
hier tot een gezapige tred, en kunnen
mij weg van de wereld en vredig doen lijken
hier tussen de beuken, de lindes, de eiken,

de Ginkgo uit China, en veel ander groen —
ik som ze niet op want dat is niet te doen.
Pastinaak, zag ik eerder, en ook Amarant,
genoemd wellicht naar vzw Amarant.

Er zijn hier ook bijen en kijk zelfs ook kippen,
niet zomaar wat kippen maar kippen met stippen,
de Brakelse kip, als je ’t wil weten,
die zijn toch (figuurlijk) om op te eten?

Maar wacht, even eerst naar de kern van de zaak
(ik zeg het in dichtvorm — dat doe ik niet vaak —
de versvoet is dactylus vier keer per lijn,
met rijmende paren — meer moet dat niet zijn.

Je kan als je wil deze verzen gaan zingen,
met noten bedacht door bijvoorbeeld von Bingen.
Of ga bij de Wannes een deuntje gaan halen:
“Ik wil deze nacht in de straten verdwalen.

De klank van de stad maakt mijn ziel amoureus.”
En als je gaat zingen wees dan genereus:
geen mens kan niet zingen — doe het gewoon,
al is het wat stil of niet zeker van toon.)

Ik wou naar de kern gaan maar weidde wat uit,
niet eens over al deze bloesems van fruit.
Maar stilstaan of trager gaan heeft nu geen zin:
hier door dit poortje een ander deel in.

De tuin waar we nu zijn die noemt men ‘verzonken’
en als dus daarnet onze klanken weerklonken,
verstommen zij hier tot een hoorbare rust,
in zoetige luwte tot stilte gesust.

Maar wat ik dus zeggen wou over de zaak
voor ik werd afgeleid door pastinaak
en ander groen fraais, is dat Nietzsche de denker —
die drieste, Duitse, duistere denker,

die in Richard Wagner heel erg was ontgoocheld —
zich door Bizet’s Carmen zeer voelde begoocheld.
Hij schreef: “Ik heb twintig keer naar haar geluisterd,
en blijf als een gek aan haar lippen gekluisterd.”

“Als mens word ik beter wanneer Bizet schrijft
— muziek die ontroert, muziek die beklijft.
Ook merk ik beterschap als muzikant,
en meest nog als luisteraar, toehoorder, want

van deze muziek beleef ik de oorzaak,
ik hoor en ik voel haar ontstaan en ik raak
in vervoering, verrukt van geluk. En merkwaardig:
dat meer en meer luisteren maakt me heel vaardig

in denken en niet denken, onbewust voelen,
gedachten bevruchten, het hoofd laten woelen
en daar ik intussen meer ‘musicus’ wordt,
mij ook alsmaar intenser op nadenken stort.”

“Zo heb ik gemerkt dat muziek de geest vrij laat,
gedachten de vleugels geeft en daarin hoog gaat,
de grauwe abstractie door bliksem gekliefd,
inzicht in dingen gehaat en geliefd,

het licht sterk genoeg om subtiel te verstaan.
Problemen? Daarvoor brengt het antwoorden aan.
Daardoor mag ik zeggen: Bizet maakt me vruchtbaar.
En dus zeg ik ook: voor Carmen ben ik dankbaar.”

Dat was dus Nietzsche — ik parafraseerde —
ik wou je graag meegeven wat hij me leerde:
beluister muziek bij herhaling, herhaling,
steeds die herhaling, herhaling, herhaling.

Want moge het zaak zijn te leren begrijpen,
een vaagheid tot sterker idee laten rijpen,
dan geeft die herhaling de nodige rust.
Voor het dieper gaan luisteren is het een must.

Niet voor niets laat ik nu deze tuin aan je zien
waar kalmte gebod is en rust bovendien,
waar al het geweld van natuur is verstomd,
elke struik elke haag elke bloem opgesomd.

Alle plantjes zorgvuldig gedisciplineerd
met een eigenste morzeltje grond vereerd,
met name in dit deel met al deze perkjes
gerangschikt naar soorten in kraaknette zerkjes.

Wijnstok en Muizenstaart, Heelbeen en Kooltjesvuur,
Voorjaarsadonis, de Liggende Vetmuur
Bolderik, Moffenpijp en Akelei
Wilde Ridderspoor, Koekoeksbloem en Chicorei.

De collectie oneindig alleen al in gras:
Beemdgras en Trilgras, Eenbloemig Parelgras
Pampasgras, Langbaardgras, Blauwgras en Vedergras,
Hazenstaart, Vossenstaart, Draadvingergras.

Van alles veel soorten, met namen zo mooi:
Tripmadam, Guichelheil, Prachtrank en Hersthooi —
“en zet u dit er dan ook nog maar bij:
knolraap en lof, schorseneren en prei”.

Maar als je nu dacht dat ik steeds loop te zoeken
naar namen en soorten, mijn neus in de boeken,
of lezend op plaatjes als in een museum
(hm, op dat woord rijmt alleen een ‘Te Deum’

of ook wel ‘lyceum’ maar door dat te doen
toon ik weinig respect voor het dichtend fatsoen)
maar als je dus dacht dat ik steeds loop te kijken
of die plant of die plant op die plant zou lijken

en wat er de namen van zijn en hun soort,
dan zou je wel zeggen dat ik ben ontspoord.
Mijn stap zou vertragen en vaker zelfs stoppen,
ik zou mij tot dweper en nerd gaan ontpoppen.

Op zich is dat prima, en meer nog: het moet.
Want wil je tot rust komen is het net goed
dat je prikkels vermindert, nieuwsgierigheid temt,
door het eerst te gaan voeden, totaal ongeremd.

Dus wil ik wel lezen en grondig studeren,
de namen en kleuren en kenmerken leren,
in klassen en clades en ordes schakeren,
geslacht en familie gaan memoriseren.

Klimaten begrijpen, seizoenen doorstaan,
om invloed van weer en van wind te verstaan.
De bloesems van appels en peren zien bloeien
en uit zo’n bloesems ook kersen zien groeien.

Het is al bij al een gewichtige zaak,
en als je ’t serieus neemt een vrij zware taak
om die veelheid en overdaad te overwinnen.
En toch nooit te laat om ermee te beginnen.

Het is daarbij zaak om je niet te verliezen
in totaliteit maar detail te verkiezen
zodat je in kennis van boom en van mos
de essentie blijft zien, en dus ook het bos.

En kijk: in de Kruidtuin betoont men de eer
aan een man, een geleerde, in onder meer
het houden en ordenen van al dit groens:
de Leidense Mechelaar Rembert Dodoens.

Dus laat ons studeren, we slaan het wel op:
Hyssopus officinalis? Hyssop!
Clematis vitalba? Houtige klimplant!
Dictamnus albus? Vuurwerkplant,

is ook Essenkruid! En dan Knopkruid!
En Helmkruid en Brilkruid! Biggekruid, Bitterkruid,
Donderkruid! Torenkruid! Stinkend nieskruid!
Behaard breukkruid! Vlak fonteinkruid!

Warkruid en Leverkruid, Melkkruid en Penningkruid!
Duits viltkruid! En Moederkruid!
En uit de Ranonkelfamilie? Speenkruid!
Duizendguldenkruid! En Knopkruid!
(maar die kenden we al)

Gevlekt longkruid! En Robertskruid!
En blijvend of eenjarig Bingelkruid!
En Fluitekruid! En Barbarakruid!
Bazielkruid, Citroenkruid en Bonekruid!

Knolbilzenkruid! En Zonnebloem!
Sisyrinchium! Koekoeksbloem!
(maar die kenden we al)
Muurbloem, en Randjes- en Pinksterbloem!
Pekbloem en Pijpbloem en Dotterbloem!

Knolboterbloem! Scherpe Boterbloem!
Beemdlangbloem! En Tijgerbloem!
Sneeuwbloem! En Eendagsbloem!
En als zwanezang ook nog de Zwanebloem!

Gestudeerd heb je met zoveel vlijt,
van het lezen van plaatjes bevrijd,
zodat je dan …
… loslaten kan.

Datzelfde is ook onze taak in het luisteren
en mocht onze blik door ‘te veel’ gaan verduisteren
dan is er nog altijd ‘muziekeducatie’:
melodieën en ritmes en harmonisatie,

dingen geschied en periodes benoemd,
componisten genoemd, ‘anoniem’ of beroemd,
de vormen geduid, forte voor luid,
noten en zang, het stille geluid,

het geluid van de stilte, verspitsing van oren
— luisteren sterker dan kijken en horen —
het kleinste geluid als muziek in de oren

Want meest van dit alles is één ding belangrijk
dat is uiteraard — en dat wist je — natuurlijk:
beluister muziek bij herhaling, herhaling,
steeds die herhaling, herhaling, herhaling.

Want luisteren doe je niet zomaar, niet vluchtig
maar vol en met zorg, grondig en duchtig,
verdiepend in klanken en ritmes en noten.
Zo zal je luisterend hebben genoten.

Dat is mijn punt, dat is er de kern van:
beluister muziek, zoveel als je kan
niet zomaar een keer, maar drie keer of vier keer
hetzelfde en meer, en meer en nog meer.

Dat is wat ik zeggen wil met mijn bewering:
‘herhaling is moeder van alle bezwering’.
Door hier in de Kruidtuin een route te volgen
kan je je vrijheid van denken verzorgen.

Je hoeft over links of rechts niet te beslissen
je zal je verstrooid nooit van wending vergissen.
Het is een comfort dat rust brengt en helpt
als je weer eens door dit of dat wordt overstelpt.

Hoe blauw ook de regens, hoe glad ook het gras
je zal je bewust zijn van hoe het er was
op die dag in de Kruidtuin: je kent de weg goed,
je weet wat geweest is en weet wat nog moet.

Zo ook met muziek als je luisteren gaat,
ik vat even samen waar het op staat:
je mag erg veel weten over de fluit,
maar als je niet luistert maakt dat geen fluit uit.

Stel je vindt muziek van Bach zo onwaarschijnlijk prachtig
en die Bach die is geboren zestienhonderd vijfentachtig
is dat laatste nu belangrijk, noodzakelijk om weten
of kan je bij beluistering dat allemaal vergeten?

Mijn idee is dat het inderdaad niet zoveel uitmaakt
wanneer Bach de Hohe Messe schreef, die fuga heeft gemaakt.
Essentieel is dat je luistert, en aan luisteren de voorrang geeft
zodat je vroeg of laat van die of die muziek beleeft

dat oorzaak en ontstaan ervan door oerkracht werd gedreven
teneinde ons te leren over liefde en het leven.
(Als je goed geluisterd hebt dan heb je nu gemerkt
dat ik voor een ander metrum koos, en kijk het heeft gewerkt.)

De rondleiding is nu bijna afgerond
mijn rijmelarij, met een ernstige grond,
had tot doel je te leiden zoals deze merel
(verleiding is groot om te rijmen met ‘kerel’)

te leiden doorheen deze tuin langs de paden,
intussen bedenkend je iets aan te raden:
de daad van het luisteren is vooral fijn
als het je vrij en gelukkig laat zijn.

[Opvliegendheid zit in een vogel verwoord,
zorgt er ook voor dat zij niet wordt vermoord,
en wat is het dat hem of haar voor geluid
daarbij assisteert? Dat dringend gefluit!]

Het punt dat ik maakte is nu echt verkondigd,
al werd tegen regels van dichten gezondigd:
beluister muziek en herhaal, herhaal,
en herhaal, herhaal, herhaal en herhaal.

Want luister toch niet oppervlakkig, niet vluchtig
maar breed en intens, zorgvuldig en duchtig,
verdiepend in klanken en ritmes en noten
en zo zal je luisterend hebben genoten.

Dus dit was mijn punt, dit was er de kern van:
beluister muziek, zoveel als je kan
niet zomaar een keer maar vijf keer of zes keer
hetzelfde en meer, en meer en nog meer.

Kijk, als je gaat lopen dan ga je toch ook niet
zonder een plan de straat op? Dan giet
je je voornemen in een formaat waarmee
je vooruit kan, verdiept, verbetert, versterkt.

Je stippelt een weg uit, een route, een pad
een tempo — misschien niet te houden — zodat
je training verloopt zoals bij het luisteren,
dit laatste kwatrijn hoef ik nu slechts te fluisteren:

wie traint in het horen, wie luistert naar meer,
die zal vroeg of laat ondervinden hoezeer
de daad van het luisteren troost en vervoert,
ons hoofd gaat bevrijden, ons hart diep beroert.

Hendrik Elie Vanden Abeele, april 2020

Words of Cancellation 7 — Billie Eilish

Belgian musician Hendrik Vanden Abeele types out a few sentences from an art world COVID-19 cancellation statement (this one is from Billie Eilish).

This is the seventh and last episode of the mini-project ‘Words of Cancellation’.

Thanks for watching/listening. And, uh: ‘please keep yourselves healthy. i love you.’

Blog at WordPress.com.

Up ↑