[NL] Musica Mediaevalis 14/40 — Llibre Vermell de Montserrat

Mariam matrem Montserrat - Psallentes - Musica Mediaevalis Hendrik Vanden Abeele
Mariam Matrem from the Llibre Vermell de Montserrat. The topmelody is counterbalanced with a ‘contre’ (fourth line) and a ‘tenor’ (fifth line). [Montserrat, Llibre Vermell, f25]

In het jaar 880 hadden herders in de omgeving van Montserrateen visioen van licht en muziek. In de buurt werd in een grot een beeld van Maria gevonden, dat de bisschop naar een naburige stad liet brengen. Maar onderweg werd het beeld zo zwaar dat het niet meer verplaatsbaar bleek. Op die plek liet de bisschop een kapel oprichten, waar dan later de Abdij zou gesticht worden.

Montserrat is een plaats op een voetdagreis van Barcelona, waar een relatief klein maar grillig gebergte allerlei spectaculaire bochten maakt. Aan de grilligheid van een van de bergruggen dankt de plaats trouwens zijn naam: Mont Serrato, wat zoveel betekent als ‘gezaagde (in de zin van getande) berg’. Het Monasterio de Montserrat bevindt zich op een hoogte van 720 meter aan de oostzijde van de bewuste berg.

Over de ontstaansgeschiedenis van de Abdij heerst onzekerheid. Waarschijnlijk werd het klooster gesticht door een monnik, afkomstig uit het noordelijker gelegen Ripoll. Op de plek waar in de negende eeuw de kapel ter ere van Maria was gebouwd, richtte hij het klooster op, dat zou uitgroeien tot een van de grootste en bekendste Benedictijnerabdijen.

Het manuscript met de beroemde naam ‘Llibre Vermell de Montserrat’ werd gemaakt aan het eind van de Middeleeuwen, (ten laatste) in het jaar 1399. In de geschiedenis van Catalonië is het een belangrijke en welvarende periode, en de liederen die in het boekje te vinden zijn leggen daar op een hun eigen wijze getuigenis van af. Het boekje bevat, naast een reeks ‘gewijde’ teksten waar meestal slechts enkele specialisten in theologische traktaten enige interesse voor aan de dag leggen, negen pareltjes van Middeleeuwse pelgrimsmuziek. Over dat kleine repertoire muziekstukken is al heel wat inkt gevloeid, en er zijn vele tientallen opnames van gemaakt. Het repertoire zelf is nauwelijks groot genoeg om een volledig concert of zelfs een volledige cd mee te vullen. Vaak wordt een en ander dan ook gecombineerd met andere muziek, soms uit andere bedevaartscollecties – vooral dan de collecties waar de Mariale devotie ook een belangrijke plaats inneemt.

Niet alleen aan de kleine maar fijne inhoud dankt het boek zijn beroemdheid, ook aan het feit dat het ontsnapte aan de bibliotheekbrand van 1811. Op het moment dat de troepen van Napoleon de bibliotheek en het archief van de Abdij in brand staken, was het bewuste manuscript uitgeleend aan de markies van Lio, voorzitter van de Academie van Schone Letteren in Barcelona. Pas in 1885 keerde het manuscript in een rode band naar de Abdij terug, waarna het bekend werd onder die naam: het Rode Boek van Montserrat – Llibre Vermell de Montserrat.

Het boek bevat 137 folio’s van ongeveer 40 op 30 centimeter. Aan de bladzijdenummering is te zien dat er oorspronkelijk nog 36 extra folio’s geweest moeten zijn, die verloren zijn gegaan. Op slechts zeven van deze folio’s is muziek te vinden. Uit de overige bladzijden komt de functie van het manuscript duidelijk naar voor: het diende als gids voor de monniken die verantwoordelijk waren voor de opvang (misschien ook wel de ‘opvoeding’) van de talloze pelgrims die de Abdij bezochtten. In de Abdij was het de gewoonte geworden dat pelgrims de nacht wakend doorbrachten (misschien wel om de eenvoudige reden dat er weinig slaapplaats was). Tijdens die wakes ging het er mogelijk niet altijd zo devoot aan toe, een situatie die met het voorschrijven van bepaalde gezangen verholpen kon worden. Het staat ook zo beschreven in het manuscript zelf, op folio 22:

Soms willen de pelgrims zingen en dansen (cantare et trepudiare) wanneer ze in de kerk van Onze Lieve Vrouw van Montserrat waken. Dit willen ze overdag ook, buiten de kerk. Maar dan moeten ze wel fatsoenlijke en vrome liederen aanheffen. Daarom werden een aantal van dergelijke gezangen hierboven en hieronder neergeschreven. Er moet met terughoudendheid en bescheidenheid gebruik van gemaakt worden, zodat zij die zich aan het onophoudelijk devoot bidden en het bezinnen hebben overgegeven, niet gestoord worden.

Alle liederen zijn genoteerd in de zogenaamde mensurale notatie van de Ars Nova (zie aflevering 31), in gebruik geraakt aan het begin van de veertiende eeuw. De enige uitzondering hierop is het eerste ‘lied’, het O Virgo splendens, dat genoteerd werd alsof het gregoriaans betreft, zonder aangave van ritme. Zeker betreft het hier een gezang met gelijke notenwaarden, want het gaat om een driestemmige canon, waarvan elke zin evenveel noten bevat.

Nu volgt een zeer beknopt overzicht van de verschillende gezangen in het boek.

O Virgo Splendens is, zoals het in het manuscript zelf genoteerd staat, een ‘antifoon met zachte harmonieën, toegewijd aan de Heilige Maagd Maria – een canon voor twee of drie stemmen’. De uitvoering van de canon is probleemloos: de tweede en de derde stem vertrekken nadat de eerste stem respectievelijk het eerste zinnetje en het tweede zinnetje achter de rug heeft. Op deze manier ontstaat inderdaad een ‘zachte harmonie’, een blend van klanken, bijna alsof we onnadenkend de witte toetsen van de piano door en tegenover elkaar gebruiken.

Stella Splendens is een virelai voor twee stemmen. De virelai (zie hoofdstuk 24) was een van de meest voorkomende Middeleeuwse dichtvormen. Een eenvoudige structuur, meestal met slechts twee rijmklanken. Volgens het manuscript wordt het gezang begeleid door een rondedans (of omgekeerd natuurlijk). De twee stemmen hebben ongeveer dezelfde tessituur, waardoor ze mekaar voortdurend kruisen.

Laudemus Virginem & Splendens Ceptigera zijn twee korte canons, die vroeger al eens als twee afzonderlijke stukken beschouwd werden, maar waarvan men nu veronderstelt dat ze wel degelijk samen uitgevoerd dienen te worden.

Los Set Gotxs Recomptarem is een ballade in de volkstaal (het Catalaans), met een refrein in het Latijn. Elk van de strofen bezingt één van de zogenaamde Zeven Vreugden van Maria (pendanten van de Zeven Smarten). Het is niet duidelijk of de eerste ‘Vreugde’ (de Annunciatie) aan bod komt in de eerste strofe. De eventuele afwezigheid ervan wordt mogelijk gecompenseerd door de woorden van het refrein, genomen uit Lucas 1,28 (Ave Maria, Gratia plena, Dominus tecum, Virgo serena).

Cuncti Simus is opnieuw een virelai, deze keer eenstemmig. Het is een parafrase op de woorden van de engel Gabriël aan Maria. De woorden ‘Ave Maria’ vormen de opvallende kern van het hele stuk.

Mariam Matrem is ook een virelai, voor drie stemmen. Het is, samen met het Virgo splendens, het enige stuk in het Llibre Vermell waarin geen of vrijwel geen volkse invloeden te herkennen zijn.

Imperaryritz & Verges Ses Par is een tweestemmig lied in het Occitaans (verschillende tekst per stem), net zoals het Mariam Matrem verwant aan de Franse Ars Nova. Het is melodisch erg mooi en vloeiend. Het is een grote lofzang op Maria, die met allerlei epitheta bejubeld wordt (flor de les flors, mare de Dieu, Estel de mar…).

Ad Mortem Festinamus is het laatste gezang in deze kleine verzameling. Het is een Virelai, eenstemmig, in negen strofen. Het is het enige gezang dat niet aan de Maagd is toegewijd, maar aan de dood en het ascetisch verzaken aan ‘de wereld’.

©Hendrik Vanden Abeele voor Amarant

Deze tekst mag vrij gebruikt worden, wel graag de bron vermelden.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

Blog at WordPress.com.

Up ↑