[NL] Musica Mediaevalis 24/40 — Virelai

Het is niet verwonderlijk dat in het Llibre Vermell de Montserrat vooral virelais voorkomen: het was eeuwenlang de meest populaire dicht- en muziekvorm, en er kon op gedanst worden. Hier het Stella splendens. [Montserrat, Llibre Vermell, f22v]
Het is niet verwonderlijk dat in het Llibre Vermell de Montserrat vooral virelais voorkomen: het was eeuwenlang de meest populaire dicht- en muziekvorm, en er kon op gedanst worden. Hier het Stella splendens. [Montserrat, Llibre Vermell, f22v]
Het derde lid van de familie der ‘formes fixes’ is de virelai (de eerste twee leden, de ballade en de rondeau bespraken we in aflevering 23). Het is een van de bekendste oude, en een van de oudst gekende vormen van het Middeleeuwse lied, en alhoewel de geschiedenis ervan behoorlijk ingewikkeld is, zijn de meeste virelais net heel helder van opbouw: het gaat in principe om een ABBA-structuur. (Het angeltje zit in de woorden ‘in principe’.)

Het woord vindt vermoedelijk zijn oorsprong in ‘virer’ (‘ronddraaien’ of ‘veranderen’). Sommigen menen in ‘vireli’ (zoals het ook vaak geschreven wordt) een combinatie met een persoonlijk voornaamwoord te herkennen, en dat zou dan ‘draai ze’ of ‘draai haar’ kunnen betekenen, een mogelijke verwijzing naar bepaalde dansbewegingen. Want zoals in bijna alle gevallen waarin de volkstaal gebruikt wordt, is ook de virelai in oorsprong gewoon een dans.

Meer dan in enige andere vorm van lied is de invloed van ‘de Arabieren’ in de virelai aan te duiden. Het verhaal gaat kort samengevat als volgt. Het zijn de troubadours van het 12de-eeuwse Occitanië die vanuit het 11de-eeuwse Spanje en vanuit Noord-Afrika bepaalde kenmerken van het Arabische lied hadden opgepikt. Ook de meer noordelijke trouvères namen er kenmerken van over, en beide groepen kenden sindsdien een liedvorm die bekend werd als virelai. Op hun beurt oefenden de troubadours met hun werk invloed uit op hun broeders in het zuiden. De Cantigas de Santa Maria (zie aflevering 27) van de late 13de-eeuw zijn overwegend van het virelai-type. Die vorm zou dan in Spanje en Portugal heel populair worden, en doorgroeien tot in de ‘villancico’.

Dit verhaal wordt niet door iedereen gevolgd. Er is ook een strekking die meent dat de virelai zich meer heeft laten beïnvloeden door bepaalde vormen van liturgische zang. Hoe het ook zij, een beweeglijkheid onder troubadours en andere zangers was er alleszins, tot minstens over de Pyreneeën, en ongetwijfeld hebben alle professionals van het lied in de volkstaal elkaar versterkt met hun ideeën.

In twee eerdere afleveringen hadden we het al kort over het Stella plendens uit het Llibre Vermell de Montserrat (aflevering 14 en 20). We stelden toen al vast dat dit een virelai is, waarbij zelfs uitdrukkelijk naar de ‘rondedans’ (‘tripudium rotundum’) verwezen werd. Bekijken we even de tekst van het begin van het Stella splendens.

Stella splendens in monte ut solis radium

miraculis serrato exaudi populum.

Concurrunt universi gaudentes populi

divites et egeni grandes et parvuli

ipsum ingrediuntur ut cernunt oculi

et inde revertuntur graciis repleti.

Het rijmschema is aabbbb, dat is meteen duidelijk. De eerste twee regels bevatten het ‘refrein’, dus die zijn ook mooi afgescheiden van de rijmklank van de strofe. Op het muzikale vlak wordt dit patroon nu licht tegengewerkt: de laatste twee regels gaan op de muziek van de eerste twee regels, dus van het refrein. Met andere woorden, de muziek volgt het schema AABBAA. De twee schema’s in elkaar geschoven per regel: AaAaBbBbAbAb. Helder, toch?

Maar je begrijpt het al, het blijft niet zo eenvoudig. Vooral met het rijmschema kon flink gerammeld worden. De in de vorige aflevering genoemde Jehannot de l’Escurel, de man die de vormen graag zo helder mogelijk hield, gebruikt in de vijf virelais die we van hem kennen telkens een ander metrisch patroon. Toch

geven deze werken de min of meer vastgelegde vorm van de virelais in de 14de eeuw weer. Zijn virelai Douce amour, confortez moi, is niet alleen een mooi gedicht, de constructie ervan zit ook stevig verankerd in de muzikale opbouw.

Douce Amour, confortez moi

Dolente et desconfortée,

Humblement je vous en proi,

Ou de malle eure fui née.

Car par vous je suis esprise

D’amer loialment

Celi, tout à sa devise.

Qui crueusement

Me het et me fait anoi.

C’est très pesme destinée ,

Quant je l’aimen bonne foi,

Lasse, et point ne li agrée.

Douce Amour, confortez moi ;

Dolente et desconfortce ,

Humblement je vous en proi,

Ou de maie heure fui née.

Rijmschema van deze virelai, duidelijk herkenbaar: abab cdcd abab abab. Muzikaal wordt dat dan A (voor de eerste vier regels), B & B (voor twee maal twee regels erna), en opnieuw A, en nog eens A. In elkaar geschoven komen we zo op Aabab Bcd Bcd Aabab Aabab. Ach, het valt dus wel mee.

Hendrik Vanden Abeele voor Amarant.

Hou de programmatie van Amarant in het oog: op 25 september 2013 is te Leuven een tiendelige cursus over de muziekgeschiedenis begonnen, een jaar later (dus september 2014) begint diezelfde reeks te Aalst.

Deze tekst mag vrij gebruikt worden, wel graag de bron vermelden.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

Blog at WordPress.com.

Up ↑