[NL] Musica Mediaevalis 18/40 — Carmina Burana

A famous page from the 'Carmina Burana' [München, Bayerische Staatsbibliothek]
A famous page from the ‘Carmina Burana’ [München, Bayerische Staatsbibliothek]
Vroeg in de dertiende eeuw, mogelijk in de benedictijner abdij van Benediktbeuern, ten zuiden van München, werd een manuscript samengesteld (wellicht werd het manuscript er alleen maar bewaard, niet vervaardigd) dat voor ons vandaag de grootste collectie seculiere Latijnse (maar ook een reeks Duitse) liederen uit de Middeleeuwen bevat. Tot het samenstellen van het manuscript werd ongetwijfeld opdracht gegeven door iemand met flink wat financiële middelen, gezien de kostprijs van zo’n uitgebreid manuscript. Mogelijk was de opdrachtgever een abt of bisschop, ook al is de inhoud van het manuscript niet bepaald godsdienstig te noemen. Als het een bisschop was die de opdracht gaf, dan kan het om die van Seckau gaan (1231-1243), aangezien op basis van linguïstische kenmerken vastgesteld werd dat het manuscript in die regio gemaakt werd.

Het manuscript bleef in de abdij van Benediktbeuern tot in 1803. In dat jaar werd de abdij, in de nasleep van de Franse Revolutie, geseculariseerd. Daarop werd het boek naar München gebracht, waar het nu nog steeds te vinden is in de Staatsbibliotheek onder de naam ‘Codex latinus 4660’.

De Carmina Burana werd geschreven op 112 perkamenten vellen van 25 cm op 17 cm. Het is een relatief sober boek, met tekst en muziek – dit laatste in typisch oude, zogenaamd a-diastematische notatie. Naast tekst en muziek zijn er ook enkele decoratieve initialen te zien, en acht miniateren. De belangrijkheid van het manuscript ligt in elk geval in de inhoud, minder in de vorm.

De verzameling Duitse gedichten die ook in het manuscript opgenomen zijn geven een goede indicatie van periode en regio. Er zijn gedichten bij van Neidhart (ca. 1217-1219), en van Walter von der Vogelweide (begin van de jaren 1220). Deze gedichten doen dienst als terminus post quem: het manuscript moet samengesteld zijn ergens na de gedateerde gedichten. Het is de studie van de verschillende handschriftstijlen die ons een terminus ante quem oplevert – dat zou dan alleszins voor het midden van de dertiende eeuw moeten zijn. Ergens rond 1230 is daarom een verdedigbare datering.

Handschriftstudie leert ons ook dat de Carmina Burana door twee scribenten gemaakt werd, en dat deze twee mogelijk ook voor de initialen en de muzikale notatie verantwoordelijk zijn. Na de vervollediging van het manuscript (dat overigens niet in zijn oorspronkelijke, volledige gedaante overgeleverd werd) zijn er nog aanpassingen en aanvullingen gebeurd, door vijf verschillende handen, waarvan de jongste rond 1300 te dateren is.

In 1847 werd het manuscript door bibliothecaris Schmeller uitgegeven. Het was Schmeller die er de naam Carmina Burana aan gaf (ook wel Codex Burana), letterlijk Liederen uit (Benedikt)beuern.

Het boek bevat 320 gedichten, waarvan het voornamelijk de drink- en gokliederen zijn die de Carmina Burana zo berucht gemaakt hebben. Naast die drink- en gokliederen is er ook een belangrijke verzameling liefdesliederen in te vinden (vaak met obscene inslag), een aantal parodieën op geestelijke liederen, en ook een gedetailleerde versie van een ‘omgekeerde mis’ – een ezelsmis. René Clemencic is pionier geweest in het tot klinken brengen van zo’n mis, en het werd nadien nog een paar keer geprobeerd, onder andere door het Franse Millenarium van Christophe Deslignes, een project waar ook Psallentes aan meewerkte.

Toch is het niet alleen maar kolder in de Carmina Burana: zo’n 55 liederen zijn in de categorie ‘moraliserend’ onder te brengen, al is de satirische ondertoon nooit ver weg. Het manuscript bevat ook zes religieuze spelen. Als we alle liederen/gedichten overschouwen, dan zijn er tientallen vormen in te onderscheiden, met vaak de rijmvorm als bepalende factor.

De meeste van de gedichten zijn tegelijk heidens en sensueel (soms obsceen). We kunnen de teksten plaatsen in de context van de Goliarden. Dat waren ofwel geestelijken die geen vaste positie in de kerk bekleedden en vervolgens een zwervend leven gingen lijden, ofwel echte ‘dropouts’: mannen die wel een kerkelijk ambt ambieerden, maar niet afgestuurd waren geraakt. In elk geval waren het, naast gulzige bedriegers (Goliard, afgeleid van gula of gulzigheid, en wellicht ook verwant aan het Italiaans gagliardo of waaghals, en misschien ook aan gualiar waarmee in het Provencaals een bedrieger beschreven wordt, en ten slotte ook verwijzend naar de reus Goliath als symbool van het kwade) vaak ook gewoon intelligente en artistieke zielen, die hun omgang met zichzelf, elkaar en de wereld in rijke en spitse poëzie wisten te verwerken. Naast overmatig drankgebruik en luidruchtigheid stonden ze ook bekend om hun intellectueel debat – al is niet bekend in welke mate het drankgebruik tot het niveau van die debatten bijdroeg. In elk geval was in hun rangen flink wat maatschappijkritiek aanwezig, wat hen vaak tot graag geziene gasten maakte in dorpen en steden.

De anthologie die de Carmina Burana is, geeft ons een gedetailleerd en boeiend beeld van een middeleeuwse gemeenschap waar cultureel en literair best wel wat te beleven was. Afgezien van werk van de Latijnse dichter Ausonius (Bordeaux, vierde eeuw) bevat het boek voornamelijk materiaal van elfde-, twaalfde, en dertiende-eeuwse dichters als Otloh van Regensburg (een Benedictijner monnik uit Emmeranen Fulda, die voornamelijk moraliserende werken schreef), Marbod van Rennes (een kleurrijke bisschop die bekend stond om zijn liefdespoëzie en een alchemistisch traktaat), Godfrey van Winchester (ook wel pseudo-Martialis genoemd omdat hij zich op epigrammen toelegde), Hugo van Orléans (schreef onder het pseudoniem ‘Primas’ en was een graag geziene gast in kathedraalsteden als Amiens, Sens, Reims, Beauvais en Parijs), Walter van Châtillon (schrijver en theoloog, schreef ook een lang episch gedicht over Alexander de Grote), Peter van Blois (dichter en diplomaat, zou ondermeer Latijnse secretaris van Thomas á Becket worden) en Filip de Kanselier (zijn naam kreeg hij omdat hij kanselier van zowel de bisschop als de universiteit van Parijs was). De gedichten in het boek zijn vaak meteen ook liederen, echter zonder precieze notatie (verschillende gedichten hebben neumen zonder notenbalk). Voor de reconstructie van de melodieën moeten we terecht bij andere repertoires, zoals die van Saint Martial of de Notre Dame. Dit heeft vele uitvoerders in de afgelopen decennia er niet van weerhouden zich uitgebreid op deze verzameling pittige liederen toe te leggen. En we zouden het nog bijna vergeten: het is Carl Orff die in 1937 de Carmina Burana echt beroemd maakte, toen hij 24 van de teksten uit de bundel op muziek zette in zijn gelijknamige scènische cantate.

Hendrik Vanden Abeele voor Amarant.

Hou de programmatie van Amarant in het oog: op 25 september 2013 is te Leuven een tiendelige cursus over de muziekgeschiedenis begonnen, een jaar later (dus september 2014) begint diezelfde reeks te Aalst.

Over de topic Carmina Burana zal Hendrik Vanden Abeele ook een dagcursus geven, waarin zowel de Middeleeuwse versie als die van Orff belicht wordt. Hou Psallentes.com of Amarant.be in het oog voor meer informatie.

Deze tekst mag vrij gebruikt worden, wel graag de bron vermelden.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s