Libera me [NL]

Psallentes' Libera me

De dodenmis behoort samen met een handvol beroemde Maria-gezangen tot het ‘ijzeren repertoire’ van de gregoriaanse wereld. Wanneer een geliefde gestorven is, dan hebben mensen er behoefte aan het Requiem te horen, het Libera me, het Subvenite, het In Paradisum – en uitzonderlijk ook het aloude Dies Irae. De kracht van deze gezangen van ‘het laatste afscheid’ overstijgt het christelijk geloof en dringt door tot in het diepste van wat mensen denken en voelen wanneer ze rouwen. In het gregoriaanse Requiem – of het nu misgezangen of gezangen uit het officie betreft – worden gevoelens van onmacht, boosheid, verdriet, gemis en pijn op treffende en universeel aangrijpende wijze verklankt.

Voor deze productie, waarvan de titel verwijst naar de smeekbede ‘Bevrijd mij van de eeuwige dood’, heeft Psallentes voor het eerst de mannen (sinds 2000) en de vrouwen (sinds 2007) samengebracht. Elk vervullen ze hun specifieke rol binnen het sfeervol en krachtig geheel dat Libera me is. Voor de mannen zijn vooral een aantal klassiekers uit de dodenmis weggelegd, terwijl de vrouwen zich als professionele beweensters eerder toeleggen op antifonen, psalmen en responsoria uit de metten. Gaandeweg neemt de ene groep een rol van de andere over, om zich uiteindelijk plechtig en statig in het Dies Irae te verenigen. Een concert met hoge intensiteit.

Bezetting: 6 zangers en 6 zangeressen

Duur: ca. 70 minuten zonder pauze

Programma: Gregoriaans repertoire uit zowel mis als officie voor de overledenen, genomen uit vijftiende-eeuwse Vlaamse en Nederlandse bronnen (Gent, Tongeren, Maastricht).

Tenebrae [NL]

Psallentes Tenebrae (Hendrik Vanden Abeele)

Aan het responsorium ‘Tenebrae factae sunt’ (‘De duisternis viel in’) ontleent deze productie haar naam. De reeks van drie ‘donkere metten’ die in de christelijke liturgie sinds eeuwen plaatsgrijpen tijdens de Goede Week, bezingen heel specifiek de droefenis om Jezus’ laatste dagen. Dit treuren komt op aangrijpende wijze tot uiting in het monotoon uitzingen van de Klaagzangen van Jeremias. De negen lamentaties vormen dan ook de kern van ‘Tenebrae’.

Meer nog dan een evocatie van een eeuwenoude christelijke traditie wil Psallentes met dit concert uitzoomen naar het steeds doordraaiende rad van de seizoenen – in dit geval dan de breuklijn tussen het donker van de winter en de wedergeboorte van het lentelicht.

Aan dat licht zelf komen we in ‘Tenebrae’ niet toe: aan het eind van het concert is de hele ruimte in duisternis gehuld. Gaandeweg worden daartoe één voor één een reeks kaarsen gedoofd. Een heel sfeervol, zuiver, stil en eenvoudig gebeuren, vrijwel zonder beweging – maar niet onbewogen.

Zes zangers blijven zeventig minuten lang puur vocaal bezig. Monotoon maar gedreven. Heel af en toe een vleugje meerstemmigheid (wanneer met bourdon of faux-bourdon belangrijke punten geijkt worden), heel af en toe een streep virtuositeit (wanneer in een responsorium de melismes opflakkeren).

Psallentes’ meest sobere en meest intieme productie ooit.

Bezetting: 6 zangers

Duur: ca. 70 minuten

Programma: Antifonen, Psalmverzen, Lamentaties en Responsoria, genomen uit laatmiddeleeuwse Vlaamse antiphonaria.

Bijzonderheden: Bij voorkeur in een donkere ruimte, van vijftien (of meer) kaarsen wordt tijdens het concert telkens één gedoofd.

Tenebrae [FR]

Psallentes Tenebrae (Hendrik Vanden Abeele)

Cette production tire son nom du répons ‘Tenebrae factae sunt’ (‘Il y eut des ténèbres’). La succession de trois ‘ténèbres’ qui se produisent pendant la Semaine Sainte depuis des siècles dans la liturgie chrétienne, glorifient de manière très spécifique la désolation qui régnait pendant les derniers jours de Jésus. Cette tristesse se manifeste de façon émouvante dans le chant monotone des Lamentations de Jeremiah. Les neuf lamentations forment alors l’essence de ‘Tenebrae’.

Encore plus que l’évocation d’une tradition chrétienne séculaire, Psallentes souhaite avec ce concert  zoomer sur la roue toujours tournante des saisons – il est question ici de la ligne de rupture entre l’obscurité de l’hiver et la renaissance de la lumière printanière.

Dans ‘Tenebrae’, nous ne nous approchons pas de cette lumière : à la fin du concert, toute la salle est plongée dans l’obscurité. A cet effet, des bougies sont éteintes au fur et à mesure les unes après les autres. Un évènement plein d’ambiance, pur, silencieux et simple, presque sans mouvement – mais qui ne laisse pas indifférent.

Pendant soixante-dix minutes, six chanteurs ne font que chanter : emportés et d’une voix monotone. De temps en temps un soupçon de polyphonie apparaît (lors de l’étalonnage au bourdon ou faux-bourdon de points importants), de temps en temps une pointe de virtuosité (lorsque les mélismes se ravivent dans un répons).

La production la plus sobre et la plus intime de Psallentes.

Distribution : 6 chanteurs

Durée : environ 80 minutes

Programme : Antiennes, versets de Psaume, Lamentations et Répons, provenant des antiphonaires flamands du bas Moyen-Age

Particularités : De préférence dans une salle sombre, au cours du concert, quinze bougies (ou plus) sont éteintes les unes après les autres.

Blog at WordPress.com.

Up ↑