[NL] Musica Mediaevalis 13/40 — Codex Calixtinus

Codex Calixtinus - Musica Mediaevalis Hendrik Vanden Abeele - Ensemble Psallentes

A page from the Codex Calixtinus. Top right: the two-voiced Nostra Phalans, bottom right the three-voiced Congaudeant Catholici. [Santiago de Compostela, Cathedral, Codex Calixtinus, f24]

 

Santiago de Compostela, al meer dan duizend jaar lang het beroemdste bedevaartsoord van de Christelijke wereld, was een plek waar de liturgie gevoed werd door een uitzonderlijk rijke muzikale cultuur. De liturgie in andere bedevaartsoorden – zoals elders op het Iberisch schiereiland bijvoorbeeld de Abdij van Montserrat nabij Barcelona, zie de volgende aflevering – kende ook wel een grote rijkdom, maar in Compostela (en in de kerken en abdijen op de weg er naar toe) gebeurde toch iets bijzonders: een belangrijk deel van een polyfone traditie werd er geboren, ontwikkeld, of minstens uitgebreid beoefend. Getuige hiervan is de 12de-eeuwse Codex Calixtinus. De naam van het manuscript verwijst naar Paus Calixtus II, die voor hij paus werd in 1119 abt geweest was van de Abdij van Cluny. Deze Bourgondische abdij lag ook op de weg naar Compostela, en toen Calixtus eenmaal paus was, zou hij een belangrijke promotor worden van bedevaarten, in het bijzonder dan van de bedevaart naar Compostela. Het boek, of een deel ervan, werd rond 1160 geschreven door (of op zijn minst samengesteld door) Aymeric Picaud, een Franse monnik en pelgrim uit de Poitou.

Het hele manuscript beslaat 195 folio’s (dus bijna vierhonderd bladzijden), en het is 29,5 op 21 cm groot. Van de vijf delen in dit boek bevatten er twee muziek: er is gregoriaans en andere éénstemmigheid, en er zijn twintig meerstemmige stukken. Het eerste boek bevat het genoemde gregoriaans, met muziek voor de verschillende Jacobus-feesten: de vooravond (24 juli) van het feest van de passie van Jacobus (25 juli), de dagen erna tot aan het octaaf (26 juli tot 1 augustus), de translatie (overplaatsing van het lichaam) van Jacobus (30 december) met ook weer de dagen daarna tot aan het octaaf (6 januari). In boek twee worden 22 wonderen beschreven die aan de tussenkomst van de Heilige Jacobus werden toegeschreven. Het derde boek beschrijft in detail het verhaal van het leven en de dood van Jacobus, tot en met de verplaatsing van zijn lichaam naar Galicië. Een onderdeeltje van het manuscript, het vierde boek, werd in 1619 uit het manuscript gehaald (waarom, dat is niet duidelijk); het bevat verhalen over de entourage van Karel de Grote, zoals opgeschreven door Tupin van Reims – althans, dat werd ten tijde van het ontstaan van het manuscript zo beweerd. Deze Tupin, aartsbisschop van Reims in de achtste eeuw, verschijnt overigens als een van de paladijnen van Karel de Grote in één van de chansons de geste (zie aflevering 21), namelijk het beroemde Chanson de Roland. Dat is dus het vierde boek. Het vijfde boek ten slotte bevat de beroemde beschrijvingen van de mogelijke routes naar Santiago. Daarmee is dat vijfde boek eigenlijk een van de oudst bekende toeristische gidsen. Het is het supplement bij dit vijfde boek dat de genoemde muziek bevat.

Llibre Vermell de Montserrat with Zefiro Torna and Psallentes: some pictures

April 2012 saw the première of a new production, a co-operation between the ensembles Zefiro Torna and Psallentes. We revisited the Llibre Vermell de Montserrat in an intimate setting, very unlike almost all other productions singing and playing from the fourteenth-century book of pilgrims. Here are six pictures of that event. The production is for sale: probably one of the most affordable live versions of the Llibre Vermell. :-)

Photographs by Marc Samyn

24•05•12 Pavia [IT] Capilla Flamenca & Psallentes: Palestrina’s Missa L’homme armé

Donderdag/Thursday 24 mei/may 2012 at Pavia, Italy: Capilla Flamenca & Psallentes perform Palestrina’s Missa L’homme armé.

Pavia, Basilica di San Michele Maggiore, 21h

Third in a series of three concerts in the Circuito Lombardo di Musica Antica

 

Pavia_Chiesa_di_San_Michele5 Psallentes

Pavia, Basilica di San Michele Maggiore, Interno (Image: Wikipedia)


23•05•12 Mantova [IT] Capilla Flamenca & Psallentes: Palestrina’s Missa L’homme armé

Woensdag/wednesday 23 mei/may 2012 at Mantova, Italy: Capilla Flamenca & Psallentes perform Palestrina’s Missa L’homme armé.

Mantova, Basilica di Santa Barbara, 21h

Second in a series of three concerts in the Circuito Lombardo di Musica Antica

Interno_Santa_Barbara_Mantova Psallentes Palestrina

Basilica di Santa Barbara, interno (Image: Wikipedia)


22•05•12 Monza [IT] Capilla Flamenca & Psallentes: Palestrina’s Missa L’homme armé

Dinsdag/Tuesday 22 mei/may 2012 at Monza, Italy: Capilla Flamenca & Psallentes perform Palestrina’s Missa L’homme armé.

Monza, Capella di Villa Reale, 21h

First of a series of three concerts in the Circuito Lombardo di Musica Antica

Capella di Villa Reale Monza Psallentes Palestrina

Capella di Villa Reale Monza (Image: arredando.myblog.it)

18•05•12 Watou [B] Psallentes @ Chant Festival Watou

Vrijdag/Friday 18 mei/may 2012 Watou, Sint-Bavokerk, 17h

Psallentes will be performing from the Codex Calixtinus at the famous Festival of Gregorian Chant in Watou, Belgium.

Info

Watou Festival with Psallentes

12•05•12 Kortrijk [B] Jacobus… Jacobe!

Nostra phalans, Codex Calixtinus, Jacobus... Jacobe! Psallentes

Zaterdag/Saturday 12 mei/may 2012, Kortrijk, Sint-Maartenskerk

Praktische info / Practicalities

De acht zangeressen van Psallentes brengen een programma met Gregoriaanse en meerstemmige gezangen uit de Codex Calixtinus. Deze codex wordt bewaard in Santiago de Compostela en bevat een pelgrimsgids voor de vele bedevaartgangers. Door er uit te zingen brengen de zangeressen de apostel Jacobus de muzikale eer die hem volgens het manuscript toekomt. Van het eenvoudige ‘Psallet chorus celestium’ over het intieme ‘Clemens servulorum’ tot het uitbundige ‘Dum pater familias’. Alle middelen zijn goed om met puur vocaal werk de pelgrim naar Compostela te belonen.

 

Egidius Kwartet & Psallentes @ Leiden 14 april 2012 Video out now

Getijdendag Egidius Kwartet 2012, van metten tot vespers from Egidius Kwartet on Vimeo.

Lambertus LBCD/02 in shops now!

Number two in Le Bricoleur’s Plainchant pro series is available in shops now. Here it is, windowshopping in Leuven, Sax – World Music. It’s something good, it’s professional plainchant, and it’s not expensive at all. Buy & Bye!

Lambertus (Etienne de Liège) Le Bricoleur Plainchant Pro Series Psallentes

[NL] Musica Mediaevalis 12/40 – Aquitaanse polyfonie

a page from one of the troparia from Saint-Martial de Limoges. London, British Library, GB-Lbl Add. 36881

A page from one of the troparia from Saint-Martial de Limoges. London, British Library, GB-Lbl Add. 36881

Abdijen in de Middeleeuwen waren centra van cultuur en innovatie, dat wisten we al. Vele van die abdijen hebben in de loop der eeuwen een bijna magische status bereikt. Bij de ene abdij is het omwille van een zwarte Madonna (zoals Montserrat), bij de andere – maar dan in recentere tijden – omwille van bier (Westvleteren). De abdij van Sankt-Gallen is beroemd om zijn hele oude manuscripten, min of meer de oudste met neumennotatie en daarom van groot belang voor de studie van de geschiedenis van het gregoriaans. De oude abdij van Saint-Martial nabij Limoges heeft ook een bijzondere status verworven, misschien wel in de eerste plaats omdat er uit die abdij (of via die abdij) een aantal manuscripten naar voor gekomen zijn die een ware schat aan vroege polyfonie bevatten. Daarover gaat deze aflevering. De abdij zelf werd in de nadagen van de Franse revolutie met de grond gelijk gemaakt. Het vermoeden bestaat dat er daardoor flink wat manuscripten met zowel gregoriaans als vroege polyfonie verloren gegaan zijn. Maar wat wel bewaard bleef, is zonder meer werelderfgoed.

Omdat niet alle manuscripten uit de abdij zelf afkomstig zijn, geeft men er vandaag de voorkeur aan de term ‘Aquitaanse polyfonie’ te gebruiken. Daarmee wordt aangegeven dat, alhoewel Saint-Martial misschien wel een verzamelplaats was, of zelfs een katalysator in de ontwikkeling van de vroege polyfonie, het toch vooral de rijkdom en welvaart van het hele Aquitanië is, en bij uitbreiding het zuidwestelijk deel van Frankrijk en de noordelijke streken van het huidige Spanje, die er voor gezorgd heeft dat er zo veel polyfone weelde is kunnen ontstaan. Maar iedereen weet in beide gevallen waar het over gaat, al was het maar omdat een van de eerste albums van het Ensemble Organum van Marcel Pérès precies die twee termen in de titel draagt: ‘Polyphonie Aquitaine du XIIe siècle. Saint Martial de Limoges’. Terzijde moet hier ook gezegd dat de rijkdom en de welvaart van de genoemde streken niet alleen de ontwikkeling van de liturgie en de polyfonie ten goede kwam. Er was ook een opvallende proliferatie van troubadours (zie aflevering 19).

26•04•2012 Schilde [B] Jacobus… Jacobe!

26 april 2012 Schilde [B] Jacobus… Jacobe!, 20.30

Meer info / More info

Nostra phalans, Codex Calixtinus, Jacobus... Jacobe! Psallentes[NL] De acht zangeressen van Psallentes gaan met het gregoriaans en de meerstemmigheid uit de Codex Calixtinus aan de slag om de apostel Jacobus de rijke muzikale eer te bewijzen die hem volgens het manuscript toekomt. Van het eenvoudige ‘Psallat chorus celestium’, over het intieme ‘Clemens servulorum’, tot het uitbundige ‘Dum pater familias’ (dat meteen als ezelsbrugje dienst doet om de Latijnse naamvallen te onthouden): alle middelen zijn goed om met puur vocaal vrouwenwerk de pelgrim naar Compostela te belonen. Hij/zij keert tevreden terug…

[FR] Les huit chanteuses de Psallentes nous proposent du chant grégorien et de la polyphonie provenant du Codex Calixtinus afin de rendre à l’apôtre Jacques l’hommage musical qui lui revient selon le manuscrit. Du simple ‘Psallat chorus celestium’, en passant par l’intime ‘Clemens servulorum’, au frénétique ‘Dum pater familias’ (qui fait immédiatement fonction de moyen mnémotechnique pour retenir les noms latins) : tous les moyens conviennent pour récompenser le pèlerin qui se rend à Compostelle avec un travail vocal féminin pur et simple. Il / elle en revient satisfait…

21•04•12 Sint-Truiden [B] URSULA11 – Hildegard von Bingen

Zaterdag/saturday 21 april 2012, 20u15 Sint-Truiden [B], Begijnhofkerk

URSULA11 - Hildegard von Bingen - Psallentes - Hendrik Vanden Abeele

De Duitse benedictijnse abdis Hildegard van Bingen (1098-1179) was in haar tijd al bekend omwille van haar visies en visioenen. Hildegard correspondeerde ook met de groten van haar tijd, en was daarmee een zeer invloedrijke vrouw. Daarenboven heeft de abdis haar eigen teksten van muziek voorzien. Dat levert een gregoriaans op dat sterk geworteld is in de universele traditie, maar toch opvalt omwille van een grote toonomvang en rijke melismen.

Vijfenzeventig gezangen zijn ons van Hildegard overgeleverd, met als belangrijkste bron een twaalfde-eeuws handschrift dat bewaard wordt te Dendermonde (Sint-Pieters & Paulus Abdij, Ms Cod. 9).

Uit dit handschrift kozen de zangeressen van Psallentes voor een reeks gezangen ter ere van de heilige Ursula, waarvan door middel van antifonen (‘O rubor sanguinis’), responsoria, een sequentia en een hymne (het opzwepende ‘Cum vox sanguinis’) een krachtige evocatie uitgebouwd wordt. Een intens gebeuren, waarin eensgezind en met toenemend engagement de lotgevallen van Ursula en haar reisgezellinen bezongen worden.

Ursula was volgens de legende een koningsdochter die niet wilde trouwen voor ze een bedevaart naar Rome had gemaakt. Samen met de 11.000 maagden die haar vergezelden werd ze (nog steeds volgens de legende) in de buurt van Keulen vermoord.

Bezetting: 8 tot 11 zangeressen

Duur: ca. 65 minuten zonder pauze

Programma: Vijf antifonen, twee responsoria, een sequentia en een hymne voor het feest van de Heilige Ursula en de elfduizend maagden.

Bron: Dendermonde, Sint-Pieters & Paulus Abdij, Ms Cod. 9

17•04•12 Sint-Truiden [B] Hendrik Vanden Abeele over Hildegard en gregoriaans

Dinsdag 17 april 2012 – Sint-Truiden, Academiezaal, 20u-22u

Er is gregoriaans en er is gregoriaans. Om het gregoriaans van Hildegard von Bingen goed te verstaan, moeten we onze blik verruimen op de geschiedenis van deze oudste gezangen van de Westerse muziekgeschiedenis. Hendrik Vanden Abeele laat voorbeelden zien uit zowel de 9de als de 15de eeuw, en ook uit de eeuwen daartussen. De oudste bronnen van het gregoriaans maken nog gebruik van neumen – kleine accentachtige tekens die wel de beweging van de melodie aangeven, maar nog niet de juiste toonhoogte. Deze neumen staan nog ‘in het open veld’. Aan de hand van deze oudste manuscripten, onder meer uit de Zwitserse abdijen van Sankt-Gallen en Einsiedeln, bouwen we een spoedcursus neumen begrijpen. Een en ander wordt onderbouwd door theoretische of muziekhistorische uitstapjes. Met deze achtergrond zijn we vervolgens in staat om het Dendermondse handschrift, waarin de gezangen van Hildegard von Bingen aan ons overgeleverd zijn, te lezen. We richten ons ook even op de laatmiddeleeuwse bronnen. Hiertoe is vooral het manuscript 15 uit de Gentse Universiteitsbibliotheek van dienst. Het is een manuscript dat geschreven werd door Adrianus Malins, subprior van de abdij van Sint-Baafs te Gent. Het bevat gezangen voor het officie in zwarte kwadraatneumnotatie. Omgaan met zo’n vierkante noten gaat heel anders dan met die oude vloeiende neumen. Toch zijn de basisprincipes van het gregoriaans zingen in beide gevallen gelijklopend: veel aandacht voor tekst, voor het woordaccent, voor accentlijnen. Een rijk gestoffeerde, en met veel praktijk gelardeerde lezing, die zowel leken als kenners samenbrengt rond het gregoriaanse manuscript.

Hildegard von Bingen Dendermonde Codex, Psallentes, Hendrik Vanden Abeele

14•04•12 Leiden [NL] Egidius Kwartet & Psallentes Getijdendag

14 APRIL 2012 GETIJDENDAG LEIDSE KOORBOEKEN
Leiden | Pieterskerk
TOEGANG GRATIS

Egidius Kwartet - Getijdendag met Psallentes in de Pieterskerk te Leiden

Een zestiende eeuwse zaterdag in de Leidse Pieterskerk nagespeeld en -gezongen. Een gratis cultureel dagje uit voor het hele gezin.

Zeven keer per dag, 365 dagen per jaar, zongen de zangers van het Zevengetijden College van de Pieterskerk in Leiden de getijden (korte diensten met zang), volgens het eeuwenoude kloostermodel. Het eerste getijde, de metten, was al om half zes ’s ochtends! Het laatste, de completen, om een uur of half negen ’s avonds. Elke dag klonk er ingetogen gregoriaans en fantastische meerstemmige muziek in die enorme en prachtige kerk, gezongen door een tiental zangers.
Beleef mee hoe de zaterdag van een koorzanger uit de Leidse Pieterskerk er uitzag in de zestiende eeuw. Dwaal door die prachtige kerk, woon de zeven getijden bij.
Het Egidius Kwartet & College zingt polyfonie, Psallentes (uit Vlaanderen) zingt gregoriaans. Ook het beroemde orgel wordt bespeeld. U mag bij de repetities zijn, en u krijgt het een en ander uitgelegd.Voor elk getijde klinken alle klokken en carillons van de stad. De Egidius zangers zingen in hun prachtige rode toga’s. Psallentes zingt een heuse grafgang na.
Er is een Leidse Koorboeken wandeling door de kerk en door de stad, waarbij ook het Regionaal Archief en Museum De Lakenhal worden aangedaan, waar de oorspronkelijke boeken liggen. Er is een kleine tentoonstelling en een Leidse Koorboeken-shop met cd’s, boeken en (nieuw!) Egidius Edities bladmuziek van hun Leidse Koorboek ontdekkingen.
Een zuster uit het klooster Koningsoord komt vertellen wat het leven met de getijden anno nu inhoudt.

’s Middags is er een kinderprogramma, waarin kinderen (tot 12 jaar) een mooi heiligenverhaal horen, een lied aangeleerd krijgen door een van de Egidius zangers en aansluitend in verklede optocht met alle zangers mee mogen lopen en zingen in het middag-getijde (u kunt  uw kind aanmelden om mee te doen via management@egidiuskwartet.nl)
Uiteraard wordt er de hele dag voor de inwendige mens gezorgd, in renaissance stijl: met bier, wijn en een varken aan het spit.

HET LEIDSE KOORBOEKEN CONCERT ZELF – waarin dit jaar een prachtig REQUIEM centraal staat – vindt plaats op

VRIJDAG 18 MEI 2012
ook in de Pieterskerk
kaarten verkrijgbaar via
www.leidsekoorboeken.nl 

[NL] Musica Mediaevalis 11/40 – Organum

Page from Saint-Martial. Sources from Saint-Martial are famous for the presence of organum.

Ondanks de muzikale versieringen of toevoegsels van of bij het gregoriaans in vorige afleveringen beschreven, bleef tot zeker in de elfde eeuw het typische karakter van dat gregoriaans gevrijwaard. Het betrof doorgaans een in principe eenvoudig, eenstemmig gezang, sterk vanuit de tekst gedacht en op de tekst betrokken, waaraan als het ware een zangerig voorlezen van de tekst ten grondslag ligt. Toch is al heel vroeg ook de meerstemmigheid aanwezig. Een ondersteunende zoemtoon (de zogenaamde bourdon) moet al vrij snel in gebruik geweest zijn. De techniek van de bourdon wordt al beschreven door Hucbald van Saint-Amand aan het eind van de 9de eeuw. Daarnaast is er uiteraard de natuurlijke meerstemmigheid die ontstaat wanneer mensen samenzingen: mannen met verschillende stemtypes (die de behoefte voelen om elk in een eigen register te zingen, bijvoorbeeld in kwarten of kwinten), mannen en knapen samen, mannen en vrouwen samen (dit laatste in de kerk van de Middeleeuwen waarschijnlijk nooit toegepast – toch niet officieel). Meerstemmigheid heeft dus op natuurlijke wijze altijd al bestaan, en het is dan ook niet verwonderlijk dat, wanneer Hucbald en anderen in de 9de eeuw voor het eerst de term organum gaan gebruiken (hun term om meerstemmigheid aan te duiden) ze met deze term helemaal niet schijnen te doelen op een nieuw fenomeen. Hucbald beschrijft er meerstemmigheid mee, met alle consonantie en dissonantie daaraan verbonden.

De primitiefste vormen van meerstemmigheid hierboven beschreven (bourdon, parallel zingen…) groeien vanaf het einde van het eerste millennium en vooral aan het begin van het tweede millennium snel uit tot echte polyfonie: het gelijktijdig klinken van verschillende melodieën. Die gewilde rijkdom is in de eerste plaats bedoeld om bij te dragen tot de pracht en praal,

Touring the Netherlands March/April 2012 (part 3 Bloemendaal & ‘s Hertogenbosch)

The Tenebrae-tour of the Netherlands has been concluded with two concerts (saturday and sunday) in Bloemendaal (that’s to the left of Amsterdam) and ‘s Hertogenbosch. We have been happy with two very contrasting as well as intimate and abundantly historical settings. A cosy, seventeenth-century Protestant church, and a former synagogue. Wonderful!

04•04•12 Lauwe [B], Sint-Bavokerk, 20u: Llibre Vermell de Montserrat (Psallentes & Zefiro Torna)

Montserrat-gebergte Psallentes' Llibre Vermell de Montserrat, with Zefiro Torna

Het is avond. Een zachte zomeravond. Een kleine groep pelgrims rust uit, zittend tegen de kerkmuur van de Abdij van Montserrat. Zij komen van ver. Ze hebben een lange reis gemaakt om hier de beroemde zwarte Madonna te aanbidden. In de nabijheid van de Maria met het Kind verwachten deze bedevaarders verlichting, vergeving, zuivering, inspiratie, een nieuw begin.

Sommige pelgrims houden er ter plekke al gauw weer liederlijke gewoontes op na. Ze drinken, maken veel lawaai, ze dansen wild. Na de lange tocht moeten zij stoom afblazen. Maar niet deze rustige pelgrims tegen de kerkmuur. Zij genieten van elkaars samenzijn. Ook zij willen ‘liederlijk’ zijn, maar dan heel anders: om de avond door te brengen zingen ze samen liederen voor de Madonna. Ze kennen deze klassiekers door en door.

[ENG] Recitations and Reconsiderations [7/15] Considering the pragmatics of musicians’ creativity

In a world where the standards of living seem to rise rapidly while quality of life dwindles, “creativity” has become a buzzword used by many in a wide variety of meanings and contexts. In politics, in business, in society at large, “creativity” is linked with “innovation” to form two horses harnessed side by side and galloping towards the so-called innovation-driven economy of the twenty-first century. It is a concept following up on Bell’s (1973) description of a new economy driven by information, knowledge and service rather than an economy simply producing goods. Creativity as means and motor of a modern economy.

In the arts, including music, creativity is not just means and motor, but also the end and motive of all activity. Artists employ their mental agility and make flexible use of concepts, constructs or devices (just as any creative person would do) because they feel the need and urge to produce, to (de)construct, to create. In the act of creation, means and ends are intermingled in a very pragmatical way.

In the world of plainchant, the composer and singer – historically often one and the same person, maybe more suitably to be described as a developer or a replicator working with different levels of musical memes (to use the term coined by Richard Dawkins in 1976, as applied to music by Steven Jan in 2007) – started off with a particularly pragmatic approach to a liturgical text. The developer of plainchant had first of all an excellent knowledge of the form and content of the text to be set, and acquired an expert use of musical language in close relation to that text.

[NL] Musica Mediaevalis 10/40 – Liturgisch drama

Ludus Danielis start on Psallentes site, text Hendrik Vanden Abeele

Incipit (start) of the famous Ludus Danielis, in a 13th-century manuscript. [London, Britisch Library, ms. Egerton 2615, f95

 

De term ‘liturgisch drama’ is van 19de-eeuwse origine en is helaas niet helemaal toepasselijk op het fenomeen dat er mee bedoeld wordt. Enerzijds klinkt dat woordje ‘drama’ zo dramatisch – maar goed, er wordt mee aangegeven dat er een soort toneeltje wordt opgevoerd – en anderzijds is er met de term een essentiëler probleem, namelijk dat die toneelstukjes hooguit para-liturgisch zijn, niet liturgisch. Deze toevoegingen aan het alreeds bestaande repertoire (jawel, het liturgisch drama is een trope) hebben nooit een onderdeel uitgemaakt van de officiële ceremonieën, ze zijn dus nooit echt ‘liturgie’ geweest, in de meest concrete zin van het woord. De liturgische drama’s bestonden dus naast (‘para’) datgene wat aan liturgie gevierd werd. Maar, het gaat hier wel degelijk om expliciet christelijke thema’s, gezongen in het Latijn, vermoedelijk door de (lagere) clerus, en ze kwamen altijd op een of andere manier uit de officiële liturgie voort. En bovendien, zoals dat gaat met terminologie, het begrip ‘liturgisch drama’ is inmiddels zo ver doorgedrongen in ons gespecialiseerd taalgebruik, dat we ook gewoon kunnen afspreken wat we onder die term precies verstaan.

Het best kunnen we aangeven wat het liturgisch drama is, door er een voorbeeld van te geven. Verreweg de beroemdste van alle liturgische drama’s, is de zogenaamde Quem quaeritis, ook wel bekend als de Visitatio sepulchri. Het verhaal is eenvoudig en bekend: Jezus is net opgestaan, en de drie nietsvermoedende Maria’s zijn op weg naar het graf (vandaar ‘visitatio sepulchri’). Ze hebben balsem gekocht, want ze willen Jezus’ lichaam verzorgen. Bij het graf aangekomen wacht hen het ontstellende nieuws dat Jezus niet meer in het graf is. Een engel vraagt hen wie ze zoeken (vandaar ‘quem queritis’) en deelt hen mee wat er met Jezus gebeurd is.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 686 other followers