[PRESS] Psallentes’ URSULA11 Hildegard von Bingen @ Kwadratuur

[NL] Kwadratuur publiceerde zopas een bespreking van de Psallentes cd URSULA11. Een fragmentje:

Parallel met deze melodische verfijning ontwikkelt de muziek zich ook op andere terreinen, waarbij systematisch grenzen overschreden worden.  De reciterende passages die met de melodieën afwisselen in de antifonen worden in de daaropvolgende responsoria echte nieuwe lijnen en geleidelijk aan zoeken de stemmen meer de hoogte op. Kleine ritmische accenten zorgen verder dat monotonie geen kans krijgt: zo vloeiend als de ene antifoon gezongen wordt, zo nadrukkelijk, aandringend en puntig is de dictie in de andere.

Lees de volledige bespreking op kwadratuur.be

De cd is te koop in je cd-winkel, of via Le Bricoleur

Hildegard von Bingen and her nuns - Psallentes' URSULA11 Hendrik Vanden Abeele

Hildegard von Bingen - Image via Wikipedia

[NL] Musica Mediaevalis 2/40 – Sankt Gallen 390-391

Winter antiphonary from Sankt Gallen, Stiftsbibliothek psallentes.com

Winter antiphonary from Sankt Gallen, Stiftsbibliothek, 390 - Image via www.e-codices.unifr.ch - On this page: Responsory Aspiciens a longe, p15 (no folio numbers)

Aan het eind van het tijdperk van de Romeinen kwamen de christelijke kerken voorzichtig uit hun schuilkelders. Eeuwenlang had het nog jonge christendom zich gedwongen gedeisd gehouden. Desondanks had zich inmiddels al een rijke liturgische traditie ontwikkeld. Een basiskenmerk van deze liturgie was het gezongen woord. Als je voor een groep mensen je stem wil verheffen en tegelijk de nodige eerbied en plechtstatigheid wil behouden die bij het reciteren van een ‘gewijde tekst’ verwacht en verlangd wordt, dan kun je maar beter gaan zingen. Zingen is een geciviliseerd roepen. Dus al in die vroege kerken werd gezongen, mogelijk sterk refererend aan het Joodse zingen in de synagoge.

Het begon met het eenvoudig reciteren van belangrijke teksten. Dat kon door een solist, in het geval van lezingen, maar het kon ook met grote groepen, bijvoorbeeld in het geval van de dagelijkse psalmlezingen. Ter omkadering van dit psalmodiëren werden fragmentjes uit de psalmen op eenvoudige (vaak intern gerecycleerde) melodieën gezet, zodat ze door de hele gemeenschap makkelijk meegezongen konden worden. Uit die grote groep werden een aantal solisten-zangers gelicht, de cantores, die de iets lastiger, meer melismatische gezangen vertolkten. En uit dat selecte groepje kwam nu en dan ook een echte solist naar voor, die op bepaalde teksten zijn gang kon gaan.

Hier horen we twee fundamenteel verschillende soorten van zingen. Wanneer twee groepen (vaak letterlijk) tegenover elkaar staan en om beurten zingen, dan noemen we dat antifonaal. Het reciteren van psalmen is hier het beste voorbeeld van. Wanneer echter een solist (of een selecte groep) iets zingt dat nadien door een grotere groep beantwoord wordt, dan noemen we dat responsoriaal. De meeste van de oude gezangen van de christelijke kerk horen in een van deze twee categorieën thuis.

Wanneer dus na de Romeinse tijd de christenen meer en meer in de openbaarheid treden, ontwikkelt zich de christelijke liturgie sneller en gedetailleerder dan ooit. In de negende eeuw al worden pogingen ondernomen om de lokale ‘dialecten’ van het gregoriaans (want daarover hebben we het natuurlijk) uit te vlakken en op mekaar af te stemmen. Het is een van de eerste getuigenissen van het verlangen naar eenmaking van Europa: in volle Karolingische tijd worden gespecialiseerde zangers naar alle hoeken van het continent gestuurd. Zij brengen hun expertise mee naar kerken, kloosters en abdijen, en alhoewel plaatselijke dialecten zich verder blijven ontwikkelen, is er vanaf de negende eeuw toch een opvallende eenheid van repertoire en de uitvoering ervan aan te duiden. (Uiteindelijk zal de liturgie zoals ze zich in Rome ontwikkelde, dominant worden.)

Kerken, kloosters en abdijen. Aan het eind van het eerste millennium van onze tijdrekening zijn er op verschillende plaatsen in de christelijke wereld al indrukwekkende complexen opgebouwd. In een van deze machtige abdijen, de Zwitserse abdij van Sankt-Gallen ten zuiden van wat nu de Bodensee heet, wordt in de jaren 993-997 door de monnik Hartker een antifonarium geschreven, dat wij nu als een van de oudste van ‘noten’ voorziene antifonaria kennen. Wat is een ‘antifonarium’ en waarom ‘noten’ tussen aanhalingstekens? ‘Antifonarium’: het boek dat gezangen voor het officie bevat, dus voor de gebedsdiensten en niet voor de mis. Omdat de korte(re) stukken het label ‘antifoon’ krijgen en omdat die antifonen het grootste deel van het repertoire voor de officies uitmaken, wordt het boek dat deze gezangen bevat ‘antifonarium’ genoemd.

‘Noten’. Neumen, eigenlijk, tekens die vooral een mnemotechnische functie lijken te hebben: ze moeten, geplaatst boven de tekst, aangeven hoe de melodie verloopt, maar ze geven de exacte toonhoogte niet aan, die vullen we aan vanuit het geheugen. De neumen staan los boven de tekst, er is nog geen sprake van een notenbalk. Ze (de neumen) doen ons denken aan tekens die vandaag nog in bepaalde talen overleven. Bijvoorbeeld in het Frans, waar de é of de è een opgaande of een neergaande toon lijkt aan te geven – toch vanuit de naamgeving. Dat eenvoudige procédé (daar heb je die é) laat de zangers toe een veel groter repertoire levendig te houden. Niet alles van dat omvangrijke oeuvre kon immers in het geheugen gehouden worden.

Dus aan het eind van de tiende eeuw is Hartker, monnik van Sankt-Gallen, druk in de weer met het uitschrijven van het boek dat wij nu als een grote topper van onze Middeleeuwse muziekgeschiedenis aanduiden. De monnik zuigt niets uit zijn duim: hij gebruikt tekens, weliswaar in de Zwitserse varianten, die al een honderdtal jaar in een of andere vorm bekend zijn over belangrijke delen van Europa. Er zijn verschillende tekens om één noot aan te geven (zoals punctum, virga), er zijn ook neumen die meer verzamelingen van noten zijn, samen op één lettergreep (zoals podatus, clivis, torculus, porrectus), en er zijn allerlei complexe combinaties van de basisneumen. We zullen nooit kunnen beoordelen of en in hoeverre deze Hartker misschien ook een componist was. Feit is dat tegen de tijd dat Hartker deze melodieën noteert er al een min of meer vastgelegd repertoire aan gregoriaanse gezangen was – dat weten we omdat we over nogal wat oudere bronnen beschikken waarin deze liturgie al grotendeels beschreven is, alhoewel nog zonder neumennotatie.

Niet alleen is dit Hartker antifonarium een van de oudste boeken met genoteerd gregoriaans, het is ook zonder meer een topper omwille van de buitengewoon nette schrijfwijze, de uitstekende bewaring, en de volledigheid. Het Hartker antifonarium beslaat twee delen, zoals dat wel meer voorkomt. Een zomerdeel, dat loopt van Pasen tot vlak voor de Advent, en een winterdeel dat loopt van de Advent tot en met de Goede Week, eindigend op Paaszaterdag. Echt groot is het boek niet (22 cm op 16,5 cm), het heeft nog niet het XL-formaat van de handschriften van latere eeuwen, toen men met grotere groepen naar hetzelfde manuscript stond te kijken om er uit te zingen. Het boek van Hartker lijkt daarom bijna eerder een geheugensteun geweest te zijn voor de cantor, die de gezangen aan zijn monniken moest aanleren. We weten niet zeker in hoeverre een manuscript als dit ook daadwerkelijk in de liturgie gebruikt werd, en of het daarbij dan in de hand gehouden werd, op een pupiter geplaatst, en wie er dan uit zong. Hartker’s handschrift is in de zogenaamde Karolingische minuskel, en doorheen het boek is vooral rode en zwarte inkt gebruikt. Alles samen enkele honderden bladzijden, waarmee we, bij grondige bestudering, een persoonlijke connectie lijken te kunnen maken met de Zwitserse monnik Hartker, die precies duizend jaar geleden stierf.

Hendrik Vanden Abeele voor Amarant

[NL] Musica Mediaevalis 1/40

[NL]

Hildegard von Bingen recieving divine inspiration - Psallentes' URSULA

Zou het mogelijk zijn de middeleeuwse muziek te beschrijven in pakweg veertig maal duizend woorden? Even afgezien van de vormdwang die ontstaat wanneer we onszelf dergelijke format opleggen? En afgezien van de vraag of het wel mogelijk is muziek met woorden te omschrijven, te beschrijven? En verder ook afgezien van het feit dat zelfs de meest diepgaande gedachten die we ontwikkelen en in woorden uitdrukken niet veel meer kunnen zijn dan een irrelevante aanvulling op wat essentieel is: het bekijken, beleven en tot klinken brengen van een partituur, het beluisteren van interpretaties van die partituur, of het omgaan met de onvolledige of zelfs onbestaande partituur?

Om je een idee te geven: duizend woorden, dat zijn twee bladzijden vol. Zouden die veertigduizend woorden, die veertig maal twee bladzijden, een representatief beeld kunnen voorleggen van een duizendjarige muziekgeschiedenis? Laat ons er voor het gemak van uitgaan dat de middeleeuwen, althans op muzikaal vlak, lopen van het jaar 500 tot het jaar 1500. Dat is grofweg van het eind van de klassieke oudheid tot aan de periode waarin de Renaissance zich voluit in de geest van de tijd en over heel Europa verspreid ging manifesteren. Die duizend jaar willen we nu beschrijven aan de hand van veertig toppers. Gemiddeld een topper om de vijfentwintig jaar. Als we het zo voorstellen lijkt dat nog niet eens zo’n gekke gedachte. Maar als we dat zouden proberen te doen met bijvoorbeeld om de vijfentwintig jaar de toppers in de Europese literatuur van de twintigste eeuw, welke vier schrijvers zouden we dan kiezen? En zouden we dan niet erg veel uitstekende schrijvers missen, en zou dat dan representatief zijn voor de literatuurgeschiedenis van de twintigste eeuw?

Met het samenvatten van geschiedenissen of het focussen op toppers doen we altijd onrecht aan wat niet vermeld geraakt. Wat dat betreft hebben we in zekere zin geluk: niet zoals in de moderne tijden met de honderden niet te missen componisten, ontbreken ons in de duizendjarige muziekgeschiedenis van de middeleeuwen heel veel meesterwerken (namelijk gewoon niet overgeleverd, verloren gegaan in de mist van de eeuwen), en heel veel namen (een heel groot deel van de wel overgeleverde muziek blijft van een anonieme hand). Het spreekt boekdelen dat wie aan het eind van de negentiende eeuw besloot zich op middeleeuwse muziek toe te leggen, niet veel meer dan een vijftigtal werken van die categorie zou hebben kunnen vinden. Sinds 1900 is de beschikbaarheid van middeleeuwse bronnen van muziek wel exponentieel toegenomen, maar dan nog blijft het aantal bronnen, het aantal werken tout court, relatief laag ten opzichte van de reusachtige hoeveelheden muziek uit recentere tijden.

Als de keuze beperkt is, kunnen we daarbinnen dan nog wel veertig toppers vinden? En hoe definiëren we toppers, wat zijn er de criteria voor? Iets met creativiteit en innovatie, wellicht? Stel, we willen in veertig episodes een helder beeld krijgen van de rijkdom en de diepgang van het repertoire dat we voor het gemak klasseren onder ‘middeleeuwse muziek’. Wat is er in dat zo verscheiden repertoire dan een topper en wat niet?

Vooreerst is de middeleeuwse muziek, de muziek uit de middeleeuwen, de muziek uit grofweg de periode tussen 500 en 1500, op zich al een topper, gewoon omdat er de kiemen in terug te vinden zijn van zowat alle muziek die vandaag in onze Westerse wereld te horen is. De middeleeuwse muziekgeschiedenis heeft aan de meerstemmigheid het eenvoudige maar adembenemende fenomeen van de tegenbeweging bijgedragen. De overgang die ergens rond de milleniumwisseling gemaakt werd van eenstemmigheid of hooguit parallelle meerstemmigheid naar een echte meerstemmigheid waarbij stemmen mekaar in tegenbeweging gaan benaderen: alleen al die innovatie maakt van de ‘middeleeuwse muziek’ als geheel een topper van formaat.

De 39 andere toppers (ja, er zijn er in overvloed) in onze muziekgeschiedenis van de middeleeuwen zullen elk met hun eigen troeven de status van topper moeten verdienen: een handschrift als dat uit de Zwitserse abdij van Sankt-Gallen is zo oud, en toch al zo gedetailleerd en fijnmazig; de uitvinding van de notenbalk door Guido van Arezzo is essentieel geweest voor de ontwikkeling van de meerstemmigheid; de gregoriaanse modi vormden duizend jaar lang de rode draad doorheen vrijwel alle muziek;  en voorts zijn er de mystieke ontboezemingen van iemand als Hildegard von Bingen – een van de eerste met naam bekende componisten uit onze Westerse muziekgeschiedenis; verzamelingen vroege polyfonie uit de Saint-Martial te Limoges, of uit Winchester; de Codex Calixtinus en het Llibre Vermell de Montserrat als getuigen van een rijke bedevaartscultuur; de aangrijpende creativiteit van de Parijse grootmeesters Leoninus en Perotinus; de schattige middeleeuwse schunnigheid uit de Carmina Burana of de Messe des Fous; de stanza’s van de troubadours; de levensliederen van de trouvères; de minnesmart van de Minnesänger; de modale en mensurale notatie van muziek; de vroege missen (zogenaamd van Doornik en van Toulouse); het motet en het madrigaal; de isoritmie; de Ars Nova; grote Franse namen als Philippe de Vitry, Guillaume de Machault, Guillaume Dufay. Heel rijk en heel verscheiden, te veel toppers. Dat alles in telkens duizend woorden willen beschrijven is een oefening in schrappen. Een muziekgeschiedenis in vogelvlucht, 39 keer afdalend naar Street View.

Maar er is nog een ander belangrijk probleem. Eerder stelden we al vast dat veel ‘partituren’ van deze middeleeuwse muziek minstens onvolledig zijn. Sinds de negentiende eeuw zijn we het gewend dat een componist zeer precieze instructies geeft. Zo precies als die instructies zijn (wat overigens niet hoeft te betekenen dat een uitvoerder van zo’n precieze partituren geen ‘interpretatie’ meer geeft), zo vaag en onduidelijk zijn de instructies in de manuscripten met middeleeuwse muziek. Dat is geen bedoelde onduidelijkheid: dergelijke partituren deden veeleer dienst als geheugensteun of als raamwerk waarbinnen de muziek uitgevoerd werd volgens heersende conventies. Maar aan de uitvoerder van vandaag lijkt het een grote vrijheid te schenken. Er wordt zo veel aan de verbeelding van de uitvoerder overgelaten, dat het ‘anything goes’ steeds op de loer ligt. Het levert een heel contrastrijk luisterlandschap op, dat evenveel zegt over de middeleeuwse muziek als over de tijd waarin wij leven en de manier waarop wij de muziek lezen van meer dan vijfhonderd jaar geleden.

Hendrik Vanden Abeele voor Amarant

[NL] Musica Mediaevalis: Een middeleeuwse muziekgeschiedenis in veertig toppers

[NL] Hendrik Vanden Abeele zal bij Amarant tussen eind januari en begin mei de middeleeuwse muziekgeschiedenis introduceren aan de hand van veertig toppers. De cursus gaat door op woensdagvoormiddag in de Singel te Antwerpen. Men vertelle het voort, warm aanbevolen!

Musica Mediaevalis Hendrik Vanden Abeele Psallentes

[°°] Another Hildegard von Bingen movie posted

[NL] Hallo en kijk: we hebben weer een Hildegard von Bingen filmpje gepost op YouTube. En weer is het Hilde Vertommen die je over haar schouder laat meekijken naar de genesis van haar kunstwerkje. Kijken en ‘thumbs up‘, bedankt!

[ENG] Hi! Recently, we have uploaded another little Hildegard von Bingen movie. As on previous occasions, this one features artwork by Hilde Vertommen. It’s the original drawing (made on an iPad using Brushes) for the URSULA11 CD. Thanks for your ‘thumbs up’!

 

 

And while we’re at it: we would like you to watch this fair trade coffee ad with George Clooney (the look-alike, unfortunately – or fortunately, if you like). Ask George Clooney to commit to fairly traded coffee on Solidar.

 

Mini-movie Hildegard von Bingen

Hi, the New Year saw a new Psallentes mini-movie posted, featuring artwork by Hilde Vertommen and music by Hildegard von Bingen. The Hildes rock. Check it out!

Nieuwe site [NL]

Hallo,

Met trots kondigen we je de geboorte aan van onze nieuwe site. We hopen dat je een fijne tijd beleeft op deze site. “Please subscribe”!

De site werd gemaakt met het WordPress.com Basic Maths thema.

Psallentes

Psallentes New Site screenshot

New site [ENG]

Hi,

We are glad to announce the birth of our new site. We hope you enjoy the time you spend here, and we hope to see you back soon. Please subscribe.

The site has been constructed with the WordPress.com Basic Maths Theme

Chant group Psallentes

Psallentes New Site screenshot

CD URSULA11 2011 [Le Bricoleur CD/03]

[ENG] The Rhine turned crimson when the royal princess Ursula and her eleven thousand companions were slaughtered by the Huns. Many centuries later, Hildegard of Bingen composed a plainchant office in Ursula’s honour and sent a copy to the Abbey of Villers. The singers of Psallentes♀ sing from this famous manuscript (now housed in Dendermonde).

[FR] Le Rhin se colora de rouge lorsqu’Ursula, la fille du roi, et onze mille vierges furent assassinées par les Huns. Des siècles plus tard, Hildegard von Bingen composa un office grégorien dédié à Ursula et envoya une copie à l’Abbaye de Villers. Les chanteuses de Psallentes♀ s’inspirent de ce célèbre manuscrit (maintenant à Termonde).

[NL] De Rijn kleurde rood toen koningsdochter Ursula en haar elfduizend vriendinnen door Hunnen vermoord werden. Hildegard von Bingen schreef eeuwen later over Ursula een gregoriaans officie, en stuurde een kopie naar de Abdij van Villers. De zangeressen van Psallentes♀ zingen uit dit beroemde manuscript (nu in Dendermonde).

De cd is te koop in je cd-winkel of bij Le Bricoleur.

Hildegard von Bingen - URSULA11 - Psallentes (Hendrik Vanden Abeele)

Pdf Info URSULA11 LBCD03

Requiem for a site [ENG]

With a new site coming up very soon, we say goodbye to the old school black and red site that we have used since 2009. That site was made to our instructions at the design bureau apple-n in Antwerp, with thanks to Dirk Rodts.

The concept was based on the notion that ‘black is beautiful’, and that a combination of black and red is not only stylish but could also point towards the majuscules appearing throughout manuscripts that we have been using to sing from.

But now, only two and a half years on, we have decided that we should move away from a more static site towards a more dynamic and personalised blog-style site. To accomplish that goal, we have opted for wordpress.

CLOISTERED [NL]

Psallentes' Cloistered, fragment of a 19th century drawing, unknown artist

Een jonge vrouw wordt als kloosterzuster ingekleed. Eerst was ze nog op proef in het klooster, maar nu is het haar menens – binnen afzienbare tijd zal zij ook geloftes afleggen van armoede, kuisheid en gehoorzaamheid. Eerst tijdelijk, en dan voor de eeuwigheid. Vandaag is zij de bruid van Christus.

Voor ouders en verwanten is/was het een douloureuse joye hun dochter of vriendin te moeten afgeven. Want de jonge vrouw ‘sterft voor de wereld’ en wordt herboren in een nieuwe wereld, die van het klooster. Zij zal zelfs een nieuwe naam aannemen.

04•12•2011 Harelbeke [B] Liszt, Benoit, Saint-Saëns, Berlioz

4 december 2012 Harelbeke [B] Liszt, Benoit, Saint-Saëns, Berlioz

Psallentes, Joris Verdin, Astrid Stockman, Hendrik Vanden Abeele

Psallentes Liszt-programme Harelbeke 2011 with Joris Verdin: Astrid Stockman & Katelijne Boon

Astrid Stockman & Katelijne Boon

30•11•2011 Leuven [B] An den Wassern zu Babylon

30 november 2011 Leuven [B] Predikherenkerk, An den Wassern zu Babylon, Liszt

met Psallentes, Concinite, Joris Verdin, Astrid Stockman, Guido De Neve, Annie Levoisier, Ludo Claesen, Hendrik Vanden Abeele

Franz_Liszt_by_Nadar,_March_1886 Psallentes Liszt Production 2011

Liszt in March 1886, Photograph by Nadar, Public domain image

26•11•2011 Antwerpen [B] An den Wassern zu Babylon

26 november 2011 Antwerpen [B] Amuz, An den Wassern zu Babylon

met Psallentes, Concinite, Joris Verdin, Astrid Stockman, Guido De Neve, Annie Levoisier, Ludo Claesen, Hendrik Vanden Abeele

Psallentes & co An den Wassern zu Babylon: Joris Verdin harmonium Amuz

Psallentes & co An den Wassern zu Babylon Amuz

 

 

Llibre Vermell de Montserrat (Psallentes & Zefiro Torna) [NL]

Montserrat-gebergte Psallentes' Llibre Vermell de Montserrat, with Zefiro Torna

Het is avond. Een zachte zomeravond. Een kleine groep pelgrims rust uit, zittend tegen de kerkmuur van de Abdij van Montserrat. Zij komen van ver. Ze hebben een lange reis gemaakt om hier de beroemde zwarte Madonna te aanbidden. In de nabijheid van de Maria met het Kind verwachten deze bedevaarders verlichting, vergeving, zuivering, inspiratie, een nieuw begin.

Sommige pelgrims houden er ter plekke al gauw weer liederlijke gewoontes op na. Ze drinken, maken veel lawaai, ze dansen wild. Na de lange tocht moeten zij stoom afblazen. Maar niet deze rustige pelgrims tegen de kerkmuur. Zij genieten van elkaars samenzijn. Ook zij willen ‘liederlijk’ zijn, maar dan heel anders: om de avond door te brengen zingen ze samen liederen voor de Madonna. Ze kennen deze klassiekers door en door.

27•10•2011 Leuven [B] Machault Messe de Notre Dame

27 oktober 2011 Leuven [B] Parkabdij

met Jonathan De Ceuster, Rob Cuppens, Pieter Stas, Sander Le Roy, Adriaan De Koster, Govaart Haché, Peter Maus, Hendrik Vanden Abeele (directie)

 

26•10•2011 Leuven [B] Goddelijke Klanken

26 oktober 2011 Leuven [B] Museum M, Goddelijke Klanken, met Encantar en Psallentes, 21.00, 22.00, 23.00

 

15•10•2011 Zaventem [B] Jacobus… Jacobe!

15 oktober 2011 Zaventem [B] Jacobus… Jacobe!, 20.00

Nostra phalans, Codex Calixtinus, Jacobus... Jacobe! Psallentes[NL] De acht zangeressen van Psallentes gaan met het gregoriaans en de meerstemmigheid uit de Codex Calixtinus aan de slag om de apostel Jacobus de rijke muzikale eer te bewijzen die hem volgens het manuscript toekomt. Van het eenvoudige ‘Psallat chorus celestium’, over het intieme ‘Clemens servulorum’, tot het uitbundige ‘Dum pater familias’ (dat meteen als ezelsbrugje dienst doet om de Latijnse naamvallen te onthouden): alle middelen zijn goed om met puur vocaal vrouwenwerk de pelgrim naar Compostela te belonen. Hij/zij keert tevreden terug…

[FR] Les huit chanteuses de Psallentes nous proposent du chant grégorien et de la polyphonie provenant du Codex Calixtinus afin de rendre à l’apôtre Jacques l’hommage musical qui lui revient selon le manuscrit. Du simple ‘Psallat chorus celestium’, en passant par l’intime ‘Clemens servulorum’, au frénétique ‘Dum pater familias’ (qui fait immédiatement fonction de moyen mnémotechnique pour retenir les noms latins) : tous les moyens conviennent pour récompenser le pèlerin qui se rend à Compostelle avec un travail vocal féminin pur et simple. Il / elle en revient satisfait…

02•10•2011 Ooike [B] Jacobus… Jacobe!

2 oktober 2011 Ooike (Wortegem-Petegem) [B] Jacobus… Jacobe!, 20.00

Nostra phalans, Codex Calixtinus, Jacobus... Jacobe! Psallentes[NL] De acht zangeressen van Psallentes gaan met het gregoriaans en de meerstemmigheid uit de Codex Calixtinus aan de slag om de apostel Jacobus de rijke muzikale eer te bewijzen die hem volgens het manuscript toekomt. Van het eenvoudige ‘Psallat chorus celestium’, over het intieme ‘Clemens servulorum’, tot het uitbundige ‘Dum pater familias’ (dat meteen als ezelsbrugje dienst doet om de Latijnse naamvallen te onthouden): alle middelen zijn goed om met puur vocaal vrouwenwerk de pelgrim naar Compostela te belonen. Hij/zij keert tevreden terug…

[FR] Les huit chanteuses de Psallentes nous proposent du chant grégorien et de la polyphonie provenant du Codex Calixtinus afin de rendre à l’apôtre Jacques l’hommage musical qui lui revient selon le manuscrit. Du simple ‘Psallat chorus celestium’, en passant par l’intime ‘Clemens servulorum’, au frénétique ‘Dum pater familias’ (qui fait immédiatement fonction de moyen mnémotechnique pour retenir les noms latins) : tous les moyens conviennent pour récompenser le pèlerin qui se rend à Compostelle avec un travail vocal féminin pur et simple. Il / elle en revient satisfait…