Gents handschrift uit 1502 terug thuis

Biese gebedenboek - Site Psallentes Hendrik Vanden Abeele

[NL] Het 1502 Biese gebedenboek (zo genoemd naar de opdrachtgever Nicolaas I Biese) is terug in Gent. Het werd aangekocht in Londen en is nu in langdurige bruikleen bij het Genste stadsmuseum. Lees meer op de site van STAM.

[ENG] The ‘Biese’ prayerbook (commissioned by Nicolaas I Biese) is back in Ghent. It was bought in London, and has been given in long-term loan to the Ghent City museum STAM. Read more about it here.

[°°] Papier Machaut F-Pn 1585

[ENG] Third series of five movies, these are with F-Pn 1585, which is a fifteenth century manuscript on paper, not velum. It’s one of the five sources for Machaut’s Mass. That’s why we like to call it ‘Papier Machaut’. Enjoy!

[NL] Dit is de derde reeks van vijf filmpjes waarin we de Ite missa est / Deo gratias uit Machaut’s Messe de Notre Dame zingen. De audio is altijd hetzelfde (het idee om de partituur je uitvoering te laten beïnvloeden is moderner dan we soms zouden willen – dus vijf verschillende manuscripten die toch dezelfde uitvoering opleveren: het kan). Dit manuscript, F-Pn 1585, is van papier, niet van perkament. Daarom noemen we het graag ‘Papier Machaut’. Geniet ervan!

09&10•02•2013 Study with Psallentes: Machault’s Messe de Notre Dame

Kyrie of Machault's Messe de Notre Dame, Bibliothèque nationale de France, Département des Manuscrits, Français 9221. Photo credit Gallica.bnf.fr
Kyrie of Machault’s Messe de Notre Dame, Bibliothèque nationale de France, Département des Manuscrits, Français 9221. Photo credit Gallica.bnf.fr

[ENG] Psallentes Chant & Polyphony invites you to come and join them in a workshop around Guillaume de Machault’s Messe de Notre Dame. On saturday 9 and sunday 10 February 2013, from 2 to 6 pm, you will be able to work with Psallentes and Hendrik Vanden Abeele. Highly recommended!

[NL] Psallentes Gregoriaans & Polyfonie nodigt je van harte uit om in een workshop de Messe de Notre Dame van Guillaume de Machault te komen exploreren. Zaterdag 9 en zondag 10 februari 2013, telkens van 14u tot 18u. Psallentes en Hendrik Vanden Abeele kijken uit naar je komst. Warm aanbevolen!

Ensemble Psallentes en Hendrik Vanden Abeele

Huis van de Polyfonie, Abdij van ’t Park, Heverlee, Belgium

Zaterdag 9 februari 2013 van 14u tot 18u

Zondag 10 februari 2013 van 14u tot 18u

Deelnameprijs €44 voor de twee dagen, koffiepauzes en partituren inbegrepen

Leden van Amarant €35

Inschrijven voor 30 januari via info@psallentes.be

31•03•2012 Bloemendaal [NL] Tenebrae

Fribourg, Couvent des Cordeliers, M2, f99r, the responsory Caligaverunt - manuscript used for the Psallentes Tenebrae production - image via http://www.e-codices.unifr.ch
Fribourg, Couvent des Cordeliers, M2, f99r, the responsory Caligaverunt - manuscript used for the Psallentes Tenebrae production - image via http://www.e-codices.unifr.ch

Zaterdag/saturday 31 maart/march Bloemendaal, dorpskerk, 16u

In het Franciscanenklooster van Fribourg/Freiburg in Zwitserland wordt een antiphonale (een boek met gezangen voor het officie) bewaard dat mogelijk, of zelfs zeer waarschijnlijk, daar ter plekke gemaakt werd aan het eind van de dertiende eeuw. Het klooster werd gesticht in 1254, op een ogenblik dat de nog zeer jonge orde (gesticht in 1209 door Franciscus zelf) in volle expansie was. Er wordt geschat dat de orde van de Franciscanen tegen het eind van de dertiende eeuw 35.000 leden telde. Het manuscript is zeker na 1260 gemaakt, omdat er bepaalde teksten gebruikt worden die in dat jaar op het Generaal Kapittel van de orde werden vastgelegd. Het is zeker Franciscaans, gezien de aanwezigheid van officies (verzamelingen van gezangen voor bebaalde gebedsdiensten) voor onder meer Franciscus van Assisië en Antonius van Padua. Het manuscript is relatief sober – het is dan ook vroeg-Franciscaans – en de noten op vier lijntjes zijn snelle kwadraatneumen: licht tot sterk naar rechts hellende vierkante noten, met elkaar verbonden naar gelang hun positie binnen de lettergreep of het woord. Dit manuscript is vooral opvallend vanwege het voorkomen van een voor de lezing van de lamentaties uitgeschreven melodie. Die melodie wijkt overigens niet erg af van wat vandaag in de doorsnee boeken van gregoriaans te vinden is. In het gregoriaans is zevenhonderd jaar niets.

Meer nog dan een evocatie van een eeuwenoude christelijke traditie, wil Psallentes met dit concert uitzoomen naar het steeds doordraaiende rad van de seizoenen – in dit geval dan de breuklijn tussen het donker van de winter en de wedergeboorte van het lentelicht.

Aan dat licht zelf komen we in ‘Tenebrae’ niet toe: gaandeweg worden één voor één een reeks kaarsen gedoofd. Een heel sfeervol, zuiver, stil en eenvoudig gebeuren, vrijwel zonder beweging – maar niet onbewogen.

[°°] Tenebrae movie ‘Zelus domus’ – Fribourg, Bibliothèque des Cordeliers, 2, f98v

Chant group Psallentes performs Zelus domus, an antiphon for the Tenebrae matins. With the voices of Peter Maus, Philippe Souvagie, Govaart Haché, Adriaan De Koster, Paul Schils, Sander Le Roy, Pieter Coene and Hendrik Vanden Abeele (artistic direction).

The manuscript used is a late thirteenth- or early fourteenth-century Franciscan Antiphoner. Fribourg, Bibliothèque des Cordeliers, 2. The antiphon is on folio 98v. The whole of the manuscript is online: http://www.e-codices.unifr.ch. Check it out!

Forthcoming album ‘Tenebrae’ Le Bricoleur LBCD/04 (March 2012)
www.le-bricoleur.com

[NL] Musica Mediaevalis 2/40 – Sankt Gallen 390-391

Winter antiphonary from Sankt Gallen, Stiftsbibliothek psallentes.com
Winter antiphonary from Sankt Gallen, Stiftsbibliothek, 390 - Image via http://www.e-codices.unifr.ch - On this page: Responsory Aspiciens a longe, p15 (no folio numbers)

Aan het eind van het tijdperk van de Romeinen kwamen de christelijke kerken voorzichtig uit hun schuilkelders. Eeuwenlang had het nog jonge christendom zich gedwongen gedeisd gehouden. Desondanks had zich inmiddels al een rijke liturgische traditie ontwikkeld. Een basiskenmerk van deze liturgie was het gezongen woord. Als je voor een groep mensen je stem wil verheffen en tegelijk de nodige eerbied en plechtstatigheid wil behouden die bij het reciteren van een ‘gewijde tekst’ verwacht en verlangd wordt, dan kun je maar beter gaan zingen. Zingen is een geciviliseerd roepen. Dus al in die vroege kerken werd gezongen, mogelijk sterk refererend aan het Joodse zingen in de synagoge.

Het begon met het eenvoudig reciteren van belangrijke teksten. Dat kon door een solist, in het geval van lezingen, maar het kon ook met grote groepen, bijvoorbeeld in het geval van de dagelijkse psalmlezingen. Ter omkadering van dit psalmodiëren werden fragmentjes uit de psalmen op eenvoudige (vaak intern gerecycleerde) melodieën gezet, zodat ze door de hele gemeenschap makkelijk meegezongen konden worden. Uit die grote groep werden een aantal solisten-zangers gelicht, de cantores, die de iets lastiger, meer melismatische gezangen vertolkten. En uit dat selecte groepje kwam nu en dan ook een echte solist naar voor, die op bepaalde teksten zijn gang kon gaan.

Hier horen we twee fundamenteel verschillende soorten van zingen. Wanneer twee groepen (vaak letterlijk) tegenover elkaar staan en om beurten zingen, dan noemen we dat antifonaal. Het reciteren van psalmen is hier het beste voorbeeld van. Wanneer echter een solist (of een selecte groep) iets zingt dat nadien door een grotere groep beantwoord wordt, dan noemen we dat responsoriaal. De meeste van de oude gezangen van de christelijke kerk horen in een van deze twee categorieën thuis.

Wanneer dus na de Romeinse tijd de christenen meer en meer in de openbaarheid treden, ontwikkelt zich de christelijke liturgie sneller en gedetailleerder dan ooit. In de negende eeuw al worden pogingen ondernomen om de lokale ‘dialecten’ van het gregoriaans (want daarover hebben we het natuurlijk) uit te vlakken en op mekaar af te stemmen. Het is een van de eerste getuigenissen van het verlangen naar eenmaking van Europa: in volle Karolingische tijd worden gespecialiseerde zangers naar alle hoeken van het continent gestuurd. Zij brengen hun expertise mee naar kerken, kloosters en abdijen, en alhoewel plaatselijke dialecten zich verder blijven ontwikkelen, is er vanaf de negende eeuw toch een opvallende eenheid van repertoire en de uitvoering ervan aan te duiden. (Uiteindelijk zal de liturgie zoals ze zich in Rome ontwikkelde, dominant worden.)

Kerken, kloosters en abdijen. Aan het eind van het eerste millennium van onze tijdrekening zijn er op verschillende plaatsen in de christelijke wereld al indrukwekkende complexen opgebouwd. In een van deze machtige abdijen, de Zwitserse abdij van Sankt-Gallen ten zuiden van wat nu de Bodensee heet, wordt in de jaren 993-997 door de monnik Hartker een antifonarium geschreven, dat wij nu als een van de oudste van ‘noten’ voorziene antifonaria kennen. Wat is een ‘antifonarium’ en waarom ‘noten’ tussen aanhalingstekens? ‘Antifonarium’: het boek dat gezangen voor het officie bevat, dus voor de gebedsdiensten en niet voor de mis. Omdat de korte(re) stukken het label ‘antifoon’ krijgen en omdat die antifonen het grootste deel van het repertoire voor de officies uitmaken, wordt het boek dat deze gezangen bevat ‘antifonarium’ genoemd.

‘Noten’. Neumen, eigenlijk, tekens die vooral een mnemotechnische functie lijken te hebben: ze moeten, geplaatst boven de tekst, aangeven hoe de melodie verloopt, maar ze geven de exacte toonhoogte niet aan, die vullen we aan vanuit het geheugen. De neumen staan los boven de tekst, er is nog geen sprake van een notenbalk. Ze (de neumen) doen ons denken aan tekens die vandaag nog in bepaalde talen overleven. Bijvoorbeeld in het Frans, waar de é of de è een opgaande of een neergaande toon lijkt aan te geven – toch vanuit de naamgeving. Dat eenvoudige procédé (daar heb je die é) laat de zangers toe een veel groter repertoire levendig te houden. Niet alles van dat omvangrijke oeuvre kon immers in het geheugen gehouden worden.

Dus aan het eind van de tiende eeuw is Hartker, monnik van Sankt-Gallen, druk in de weer met het uitschrijven van het boek dat wij nu als een grote topper van onze Middeleeuwse muziekgeschiedenis aanduiden. De monnik zuigt niets uit zijn duim: hij gebruikt tekens, weliswaar in de Zwitserse varianten, die al een honderdtal jaar in een of andere vorm bekend zijn over belangrijke delen van Europa. Er zijn verschillende tekens om één noot aan te geven (zoals punctum, virga), er zijn ook neumen die meer verzamelingen van noten zijn, samen op één lettergreep (zoals podatus, clivis, torculus, porrectus), en er zijn allerlei complexe combinaties van de basisneumen. We zullen nooit kunnen beoordelen of en in hoeverre deze Hartker misschien ook een componist was. Feit is dat tegen de tijd dat Hartker deze melodieën noteert er al een min of meer vastgelegd repertoire aan gregoriaanse gezangen was – dat weten we omdat we over nogal wat oudere bronnen beschikken waarin deze liturgie al grotendeels beschreven is, alhoewel nog zonder neumennotatie.

Niet alleen is dit Hartker antifonarium een van de oudste boeken met genoteerd gregoriaans, het is ook zonder meer een topper omwille van de buitengewoon nette schrijfwijze, de uitstekende bewaring, en de volledigheid. Het Hartker antifonarium beslaat twee delen, zoals dat wel meer voorkomt. Een zomerdeel, dat loopt van Pasen tot vlak voor de Advent, en een winterdeel dat loopt van de Advent tot en met de Goede Week, eindigend op Paaszaterdag. Echt groot is het boek niet (22 cm op 16,5 cm), het heeft nog niet het XL-formaat van de handschriften van latere eeuwen, toen men met grotere groepen naar hetzelfde manuscript stond te kijken om er uit te zingen. Het boek van Hartker lijkt daarom bijna eerder een geheugensteun geweest te zijn voor de cantor, die de gezangen aan zijn monniken moest aanleren. We weten niet zeker in hoeverre een manuscript als dit ook daadwerkelijk in de liturgie gebruikt werd, en of het daarbij dan in de hand gehouden werd, op een pupiter geplaatst, en wie er dan uit zong. Hartker’s handschrift is in de zogenaamde Karolingische minuskel, en doorheen het boek is vooral rode en zwarte inkt gebruikt. Alles samen enkele honderden bladzijden, waarmee we, bij grondige bestudering, een persoonlijke connectie lijken te kunnen maken met de Zwitserse monnik Hartker, die precies duizend jaar geleden stierf.

Hendrik Vanden Abeele voor Amarant

Jacobus… Jacobe! [FR]

Nostra phalans, Codex Calixtinus, Jacobus... Jacobe! Psallentes

Il n’y en a que pour saint Jacques dans le Codex Calixtinus. Ce célèbre manuscrit du douzième siècle est conservé à Saint Jacques de Compostelle. Egalement connu sous le nom de ‘Liber Sancti Jacobi’, le manuscrit fut rédigé vers 1140 et contient en plus de descriptions de miracles, des indications pour le pèlerin, une description de la croisade espagnole de Charlemagne ainsi que pas mal de musique liturgique pour les fêtes à la gloire de saint Jacques le Majeur.

Au douzième siècle, les autorités locales firent tout le possible pour la promotion de la tombe de saint Jacques de Compostelle comme lieu de pèlerinage. Il convenait à cet effet également d’ ‘importer’ à partir de la France ce qu’il y avait de plus récent au niveau musical : organum et conductus sophistiqués à deux ou trois voix.

Les huit chanteuses de Psallentes nous proposent du chant grégorien et de la polyphonie provenant du Codex Calixtinus afin de rendre à l’apôtre Jacques l’hommage musical qui lui revient selon le manuscrit. Du simple ‘Psallat chorus celestium’, en passant par l’intime ‘Clemens servulorum’, au frénétique ‘Dum pater familias’ (qui fait immédiatement fonction de moyen mnémotechnique pour retenir les noms latins) : tous les moyens conviennent pour récompenser le pèlerin qui se rend à Compostelle avec un travail vocal féminin pur et simple. Il / elle en revient satisfait…

Distribution : 8 chanteuses

Durée : environ 68 minutes sans pause

Programme : Chants grégoriens et polyphoniques du Codex Calixtinus du douzième siècle

Source : Codex Calixtinus (Liber Sancti Jacobi), Saint Jacques de Compostelle, archive de la Cathédrale

Blog at WordPress.com.

Up ↑