Leuven stad met ziel

Filmpje over erfgoed in Leuven. Psallentes komt er niet echt in voor, maar wel a) een lid van onze Raad van Bestuur, b) een trouwe facilitator van Psallentes, c) een toelichting bij het Huis van de Polyfonie, waar Psallentes artist-in-residence is, en d) natuurlijk ook enkele beelden van een van de topmanuscripten gregoriaans uit de Koninklijke Bibliotheek Brussel — in dat laatste geval krijg je ook een blik op de werking van het Leuvense Alamire Digital Lab.

 

Donald Trump en Hildegard von Bingen

hildegard

Zopas werd bekend gemaakt dat de Dendermonde Codex online staat, op de Integrated Database for Early Music, kortweg IDEM, een initiatief van de Alamire Foundation.

De Dendermonde Codex?

Het muzikale oeuvre van de twaalfde-eeuwse Hildegard von Bingen is ons bekend uit slechts twee handschriften. Het ene wordt in Wiesbaden bewaard, het andere in Dendermonde. Dat van Wiesbaden, de zogenaamde Riesencodex, was al enige tijd online beschikbaar. Dankzij de inspanningen en de expertise van de Alamire Foundation en het Alamire Digital Lab is dus nu ook de Dendermonde Codex online te beleven.

Het belang van dit nieuws kan moeilijk overschat worden. Hildegard von Bingen mag beschouwd worden als een van de sterkste figuren uit de middeleeuwen (let er op dat ik niet schreef ‘sterkste vrouwen’, want dat zou een heel andere betekenis krijgen). Van Hildegard zijn vele geschriften bekend, maar het meest beroemd is ze wellicht omwille van haar muziek. Die muziek doet erg gregoriaans aan, maar geheel in de lijn met het karakter dat ook uit haar geschriften spreekt, graaft ze verder, dieper, breder dan het ‘normale’ gregoriaans.

Naar aanleiding van het unieke feit dat deze bron nu aan de hoogst denkbare resolutie vrij en onbeperkt online in te kijken is, heeft Psallentes het boude plan opgevat om alle muziek van de Dendermonde Codex op te nemen. Het is niet de eerste keer dat een ensemble aan dergelijke reis begint, maar wat wij bij Psallentes ermee doen voegt toch weer op een andere manier toe aan het bestaande audio-materiaal. Omdat we traag en zorgvuldig omgaan met Hildegards muziek, en omdat we het bovendien inbedden in een context van typisch twaalfde-eeuwse ‘collationes’-bijeenkomsten waarop gelezen, overwogen, en gezongen werd, waardoor aan de gezangen zelf nog psalmen en cantica en lezingen worden toegevoegd, zal dit project waarschijnlijk resulteren in ongeveer veertien cd’s. Het eerste ervan ligt binnenkort in de winkel, maar is momenteel na onze concerten samen met Het Collectief al te koop.

Het Alamire Digital Lab nam de best mogelijke foto’s van een onwaarschijnlijk belangrijk manuscript. De vraag is dus: gunt Donald Trump dit feit vijf minuutjes wereldnieuws?

Hendrik Vanden Abeele, 23 februari 2017

Leut: check!

martijn-vink-pascal-rousseau-leut-het-collectief-psallentes-hendrik-vanden-abeele

Fijn avondje te Leut gehad. We hebben er met Het Collectief onze ‘Palace of Wisdom’-reeks aangevat. Het was supergezellig, daar in Limburg, met een uitstekende organisatie en een aandachtig en enthousiast publiek. In deze productie verdient het publiek nog meer dan anders een pluimpje: dit zijn 82 intense minuten, met uitzonderlijk grote contrasten in sfeer, toonaarden én decibels. Geen concert om even lekker lui achterover bij te leunen.

Leut is een deelgemeente van Maasmechelen. Omdat het een deelgemeente is, wordt het mooie oude gemeentehuis tegenwoordig voor andere gemeentelijke functies gebruikt. Bijvoorbeeld als loges voor musici die op bezoek komen. Zo zie je hierboven cellist Martijn en tubaspeler Pascal pauzeren in wat misschien wel het kabinet van de burgemeester was, netjes met ‘Eendracht maakt macht’ op de schouw. Het zou over Het Collectief en Psallentes kunnen gaan…

En dan, hieronder, ook een filmpje. De repetitie net voor een concert — in de volksmond ‘raccord’ — verloopt doorgaans zeer ernstig. Hier op film vastgelegd een iets minder serieus moment, wanneer door blazende verwarming een deel van de normale plaatsen van enkele solisten tijdelijk niet echt meer bruikbaar zijn. Toon, die nog even samen met Thomas een fragmentje Oestvolskaya wil testen, is een plaatsje opgeschoven en op de stoel van Martijn gaan zitten (let op Toons wapperende haren — en let er ook op hoe Thomas zijn oor beschermt voor de vierdubbele forte’s van Toon). Op de achtergrond zie je ook Wibert (viool) en Julien (klarinet), en een deel van de Psallentes-zangeressen. Pascal legt kort uit waar we zijn en hoe we een nieuw concept aan het testen zijn met zwevende partituren. Heel even zie je ook Gerrit in beeld, manager van Het Collectief. Als dan eenmaal Martijn zijn rechtmatige plek weer heeft ingenomen, volgt een romantisch momentje, dat echter spoedig naar de ernst van de raccord terugkeert. De allerlaatste noot in het filmpje is de eerste noot van een van de delen van het Grand Duet voor cello en piano.

Tekst, Foto en Film Hendrik Elie Vanden Abeele, 21 februari 2017

Frans Mariman

frans-mariman-te-heverlee-foto-hendrik-elie-vanden-abeele

Zopas bereikt ons het bericht dat Frans Mariman is overleden. Dat is beslist het droevigste nieuws in lange tijd. Hij was een van de grootste gregoriaans-kenners van ons taalgebied en ver daarbuiten — een bijzonder erudiet man. Als dirigent kon hij soms erg streng zijn, zelden echt tevreden, in de eerste plaats over zichzelf. Maar hij lachte ook graag en had een buitengewone interesse in andere mensen.

Ik ben aan hem veel verschuldigd. Op het vlak van het gregoriaans was hij, samen met Roger Deruwe, een soort ‘geestelijke vader’. Frans, ik ga je erg missen.

Wij leven mee met de nabestaanden en wensen hen veel moed in deze trieste dagen.

Hendrik Vanden Abeele, 22 december 2016

PS Sorry, Frans, ik kon geen betere foto van jou vinden. Maar de foto toont je wel zoals je was: met gregoriaans bezig, en in volle toewijding.

Update: hieronder ook een foto, ons bezorgd door Katarina Velghe (zie comments).

frans-en-lucia

[CD] L’Abbé Liszt Release

abbe-liszt-cover

[NL]

Joris Verdin bespeelt zowel het harmonium, als orgels te Nancy (Frankrijk) en Bergen op Zoom (Nederland) in deze unieke dubbel-cd met religieuze muziek van Franz Liszt (1811-1886). Van zachtheid en intimiteit over bedwelmende harmonieën en charmante melodieën tot absolute grandeur: Liszt gaat voluit. Met de hulp van topsolisten en de fijne stemmen van Psallentes is dit meer dan twee uur lang puur genot, op z’n negentiende-eeuws.

[FR]

Joris Verdin nous offre un double CD unique, enregistré sur harmonium et orgues à Nancy (France) et Bergen op Zoom (Pays-Bas), et consacré à la musique religieuse de Franz Liszt (1811-1886). On y découvre Liszt dans toute sa splendeur : douceur et intimité, harmonies enivrantes et mélodies charmantes, grandeur absolue. Deux heures de pur plaisir, façon XIXe siècle, à savourer en compagnie de solistes d’exception et des voix divines de l’ensemble Psallentes.

[ENG]

Joris Verdin plays both the harmonium and the organ in Nancy (France) and Bergen op Zoom (Netherlands) on this unique double CD of religious music by Franz Liszt (1811-1886). From sweet intimacy through intoxicating harmonies and charming melodies to sheer grandeur: Liszt has it all. With the help of top soloists and the fine voices of Psallentes, this is more than two hours of sheer pleasure, nineteenth-century style.

Abbé Liszt

Joris Verdin organ, harmonium

Françoise Masset, soprano

Guido de Neve, violin

Aurélie Guerreiro Viegas, harp

Psallentes: Sarah Abrams, Katelijne Boon, Lieselot De Wilde, Kristien Nijs, Rozelien Nys, An Smets, Marina Smolders, Barbara Somers, Rein Van Bree, Sarah Van Mol, Veerle Van Roosbroeck & Renate Weytjens, voices

Hendrik Vanden Abeele, artistic director

Recording supervisors Annelies Focquaert (Nancy)

& Hendrik Vanden Abeele (Bergen op Zoom)

Sound engineer Harry De Winde

Album design Kris Thielemans

[FRIENDS] De Rijmbijbel van Jacob van Maerlant

Bij Psallentes weten we uit ervaring dat de Koninklijke Bibliotheek van België over talloze prachtige manuscripten waakt. Bijvoorbeeld bezit de Bibliotheek de grootste en belangrijkste collectie Middelnederlandse handschriften ter wereld: meer dan duizend handschriften en fragmenten. Eén daarvan is de zogenaamde Rijmbijbel van Jacob van Maerlant, een stukje werelderfgoed. Geheel ter informatie en ter verstrooiing, en ook ter opfleuring van deze niet geheel zonnige vakantiedagen, maken we hier graag plaats voor een filmpje over de Rijmbijbel, zoals onlangs gemaakt door Universiteit Utrecht. Er is geen muziek in de Rijmbijbel, maar er zit wel muziek in: hoor hoe die paar fragmenten, zoals voorgelezen door Frank Willaert, vanzelf gaan zingen. In de film is ook Ann Kelders te zien. Zij is wetenschappelijk medewerker bij de Koninklijke Bibliotheek, op de afdeling handschriften. En nog belangrijker: Ann is ook bestuurslid bij Psallentes. 🙂

Hendrik Elie Vanden Abeele, 8 juli 2016

Nieuwsflash: Psallentes vzw structureel ondersteund tot minstens 2021

Vlaanderen verbeelding werkt_vol

Zopas raakte bekend dat Psallentes vzw voor de periode 2017 tot 2021 structureel ondersteund zal worden door de Vlaamse overheid, met een jaarlijkse subsidie van €82.100. Alhoewel een stuk lager dan het oorspronkelijk geadviseerde bedrag, ligt deze toekenning anderzijds toch tien procent hoger dan onze huidige jaarlijkse subsidie. We kunnen dan ook alleen maar zeer dankbaar en heel tevreden zijn.

In de context van veel andere sommen die we zien verschijnen voor andere ensembles en instellingen, is ons bedrag aan de bescheiden kant. Maar daar zijn we ook trots op: wij willen mooie dingen maken en harten verblijden, uitdrukkelijk zonder al te veel beslag te leggen op overheidsgeld. Wij geloven dat zo’n uitgangspunt ook de houdbaarheid en duurzaamheid van een cultureel ondersteuningsbeleid versterkt. Daarnaast is Psallentes altijd al naar opzet en werking een klein ensemble geweest — echter steeds met grootse plannen.

We hebben ook gezien dat een aantal collega-ensembles en -instellingen vandaag slecht nieuws kregen. Hen wacht ofwel een strijd met de overheid, ofwel een periode van roeien met de riemen die ze kunnen vinden, of wie weet zelfs ‘boeken dicht’. Wij wensen deze collega’s veel moed in de komende tijd.

Over subsidies is veel te zeggen. In het verleden hebben we het al (te) vaak gezien dat in sommige hoofden ‘subsidie’ gelijk staat aan ‘in de schoot geworpen geld’. Daarop zeggen wij dan: misschien kunnen we overleven zonder subsidies, maar met die subsidies kunnen we veel meer doen, en veel meer mooie dingen doen. Het is goed voor organisatoren, die een voor hen realistische uitkoopsom kunnen bedingen, en het is goed voor het publiek, dat betaalbaar van allerlei vormen van cultuur kan genieten. En het is goed voor de werkgelegenheid: het grootste deel van ons subsidiegeld gaat naar het vergoeden van de prestaties van zangers en zangeressen. Dat wij bij Psallentes vooral werken met zangers en zangeressen ‘van bij ons’ leidt er ten slotte ook toe dat al dit geld ‘bij ons’ blijft circuleren.

We krijgen die subsidies overigens niet zomaar, integendeel: met een behoorlijk hoog minimum aan te realiseren activiteiten, met strenge voorwaarden op elk punt van onze werking, met jaarverslagen en jaarplannen en visitaties en wat er nog zoal komt bij kijken, is onze ‘bewijslast’ behoorlijk hoog. Maar geen probleem: dat houdt ons scherp.

Het past hier uitdrukkelijk te danken voor de inzet van zangers en zangeressen, medewerkers, Raad van Bestuur en Algemene Vergadering. En natuurlijk eren we de blijvende interesse en het steeds groeiende enthousiasme van ons publiek. Psallentes gaat volle kracht vooruit ter verspreiding van fijne muziek uit (vooral) de late middeleeuwen en de renaissance. Mooi!

Hendrik Elie Vanden Abeele, 30 juni 2016

 

Wijze Vrouwen

Graag lichten wij de lezer van Psallentes-site in over een initiatief van mevrouw Debby Van Linden. Zij is — net zoals Psallentes zelf natuurlijk — al een tijdje gefascineerd door alles wat met Begijnen te maken heeft. Zij zoekt nu een budget om een boek te schrijven met de werktitel ‘Wijze Vrouwen’. Doel van het boek is om de vrouwen zelf, zij die zo’n achthonderd jaar geschiedenis hebben gemaakt, centraal te zetten. Meer info hier (blog ‘Begijnhovenqueeste’), en via bovenstaand filmpje. (Voor de duidelijkheid: dit is geen Psallentes-initiatief. Maar wij moedigen Begijnenliefhebbers graag aan om mevrouw Van Linden te steunen in haar plan.)

 

Fragmenta Tungrensia Dag 1

IMG_4597

Gisteren zijn we gestart met de opnames voor een nieuwe cd rond het gregoriaans van Tongeren. En dit in de mooie kerk van Beaufays, onder de kundige technische leiding van Harry De Winde, en met Pieter Coene, Adriaan De Koster, Paul Schils, Gunter Claessens, Philippe Souvagie en Conor Biggs. En mezelf natuurlijk.

Hendrik Vanden Abeele, 31 maart 2016

Palace of Wisdom voorbereiden

IMG_4346

Vruchtbare dag gehad, met werk aan The Road of Excess leads to the Palace of Wisdom — het project dat we samen met Het Collectief aan het opzetten zijn rond de muziek van zowel Hildegard von Bingen als Galina Oestvolskaja. Met een delegatie zangeressen hebben we een halve dag allerhande dingen uitgeprobeerd, en de andere helft van de dag zaten we met Thomas Dieltjens van Het Collectief weer samen om verder te puzzelen en te knutselen. Het groeit!

Op de foto van links naar rechts: Amélie Renglet, Lieselot De Wilde, Kerlijne Van Nevel.

Foto Hendrik Elie Vanden Abeele

Met Bowie naar Kapiti Island

kaka-kapiti-island-1200

‘Welke vijf platen zou je meenemen naar een onbewoond eiland?’ Je wordt verbannen naar een eiland waar niemand anders woont, en je mag maar vijf platen meenemen. Welke zullen dat zijn? Dat werd me een paar weken geleden gevraagd vanuit een Spaans festival. De directeur van dat festival verzamelt antwoorden op die vraag. Hij gaat er een boek over schrijven, zegt hij — hij stelde de vraag aan tientallen musici. De instructies die hij meestuurde, waren eenvoudig: alleen klassieke muziek, niet je eigen werk in het lijstje zetten, en graag zo origineel mogelijk. Dus geen platgetreden paden.

Als je de opdracht niet te ernstig neemt, zijn de antwoorden niet moeilijk. Het doet er dan namelijk niet zo toe welke je kiest. Gewoon vijf platen uitzoeken die iets speciaals voor je betekenen, en de kans is groot dat je er ook wat aan hebt, daar op dat denkbeeldig eiland waar je alleen zult zitten zijn. In mijn geval, en omdat ik de vraag dus niet al te ernstig nam, kwam ik als vanzelf op een reeksje platen (‘albums’ die ik in eerste instantie als lp’s had, later als cd, en nu digitaal) die ik in vier van de vijf gevallen al sinds mijn prille tienerjaren ken. En ook grijsgedraaid heb.

Op het gevaar af de lezer met mijn keuzes te vervelen, hier dan het lijstje, in willekeurige volgorde — want gelukkig moest ik niet ook nog een rangorde opstellen. Eerst twee Russen. De zesde symfonie van Tsjaikovski, de ‘Pathétique’, maar dan wel met de Berliner Philharmoniker onder leiding van Herbert von Karajan, uit 1964. En de achtste sonate voor piano van Prokofiev, in de uitvoering van Lazar Berman uit 1975. Russische muziek dus, maar dat is eerder toevallig. (Mooi is wel, dat Tsjaikovski zo ongeveer gestorven is toen Prokofiev werd geboren.)

Mijn ouders hadden enkele tientallen lp’s klassieke muziek — niet bepaald een grote collectie — en daar zat die zesde symfonie van Tsjaikovski bij. Geen idee waarom mijn ouders precies die plaat hadden, maar kleine Hendrik vond het geweldig. Het liefst zette hij de zesde van Tsjaikowski op als er niemand in de buurt was, goed luid, en dan stond hij dat grote orkest te dirigeren. Hij was er heel goed in, kende de hele partituur uit het hoofd alhoewel hij die nog nooit gezien had, en de musici van de Berliner deden altijd precies wat hij (nou ja, Karajan dus) van hen verlangde.

De achtste sonate van Prokofiev heb ik als jonge tiener zelf gekocht. Het gele vignet van de Deutsche Grammophon was de enige leidraad bij de keuze van de uitvoering: het was een soort kwaliteitslabel. Ik wou iets pianistieks van Prokofiev beluisteren, omdat ik in die tijd ervan droomde pianist te worden (wat ook zo gebeurd is), en omdat mijn eerste pianistieke succesjes geboekt werden met pianomuziek van Prokofiev. Toen ik aan het eind van mijn opleiding een avondvullend recital-programma moest samenstellen, stond de achtste sonate van Prokofiev dan ook onmiddellijk op het programma. Ik wist al vijftien jaar dat ik dat stuk ooit zelf zou spelen. Met dank aan Lazar Berman.

De drie andere platen die ik wil meenemen naar dat onbewoond eiland? Dat zijn de ‘Llibre Vermell de Montserrat’ van Hespèrion XX; de muziek (van David Munrow) bij de televisiereeks ‘Henry VIII and his Six Wives’; en een mis van John Taverner, op een album waarop ook het Dum transisset sabbatum te vinden is. Drie albums uit de wereld van de oude muziek dus, en dat geeft ook aan hoe ik, alhoewel helemaal op weg om pianist te worden en ook helemaal mee met de romantiek en de pathetiek, met het expressionisme en het machismo van de negentiende-eeuwse en vroeg twintigste-eeuwse muziek, altijd een andere liefde ben blijven koesteren. Oude muziek. Muziek van voor 1600, en als het even kan van voor 1400. Ook daar had ik mijn helden: Jordi Savall en de stem van diens vrouw Montserrat Figueras; de veel te vroeg gestorven David Munrow; en Harry Christophers met zijn The Sixteen — die ik echter het eerst leerde kennen door hun opnames van de koormuziek van Benjamin Britten.

Ik heb de vraag over welke vijf platen ik naar dat onbewoond eiland ga meenemen niet te ernstig genomen. Als ik dat wel probeer te doen, kom ik gigantisch in de problemen. Ten eerste verzet ik me tegen de beperking tot vijf platen. Waarom maar vijf? Mag ik niet gewoon een abonnement meenemen op een of andere streaming-dienst? Of toch minstens een iPodje of zo met mp3-tjes? Er is zo veel fantastische muziek, en daarvan afgesneden worden, het hoogstens nog maar mentaal kunnen afspelen, als je dat al zou kunnen, dat is een martelpraktijk. En ten tweede verzet ik me natuurlijk ook tegen de beperking tot klassieke muziek. Dat is erg twintigste-eeuws, toen men nog sterk dacht in termen van ‘hoge’ en ‘lage’ cultuur, met allerlei varianten erop. Bij mijn vijf platen hoort ook ‘lichte muziek’, zo eenvoudig is het. Dat kan niet anders dan in de eerste plaats Bowie zijn, in mijn geval, maar daarover zo dadelijk meer.

Overigens, wat ga ik op dat onbewoond eiland doen, dan? En helemaal alleen? Daar is een mens toch niet voor gemaakt? Toevallig neemt in mijn hoofd het fenomeen ‘onbewoond eiland’ erg concrete vormen aan. Dat komt omdat ik ooit daadwerkelijk een dag doorbracht op een onbewoond eiland. Echt waar. Ik had het geluk als zanger mee te touren met een dansvoorstelling. We verbleven een volle week in Wellington, Nieuw-Zeeland. Op onze vrije dag maakten we met een deel van de ploeg een uitstap naar Kapiti Island. Dat is een, jawel, onbewoond eiland, vijf kilometer voor de kust van het noordelijk gedeelte van Nieuw-Zeeland, in de Tasmanzee. Het is niet zomaar een rotsje in de zee, maar een volwassen eiland van bijna twintig vierkante kilometer. Alle beelden die bij je opkomen als je aan een onbewoond eiland denkt komen daar op Kapiti samen. Het is een ronduit paradijselijke plek. Veel bossen, met bomen tot dertig meter hoog; een jungle-achtige plantenbegroeiing; enkele prachtige en ongerepte stranden; en het grootste gedeelte van het eiland is voor mensen verboden. De enige bewoners van het eiland zijn dieren: vleermuizen, zangvogels, parkieten, papegaaien, dwergpinguïns, en ook de nationale vogel van Nieuw-Zeeland, de kiwi. Dus als ik naar een onbewoond eiland moet, laat het dan Kapiti Island zijn. Er komen maximum vijftig mensen per dag (dat is daar strikt gereglementeerd), en als ik geen mensen wil zien trek ik wel naar een open plek in het bos wat hogerop.

Ik kan me dus — zij het zeer geïdealiseerd maar misschien hoort dat zo — goed voorstellen dat ik op een onbewoond eiland zou wonen. Althans, voor één dag, en misschien een nacht en dan nog een dag. En weet je wat, dan neem ik die dag mijn vijf klassieke platen niet mee. Ik neem, als het dan toch zo moet met dat onbewoond eiland en die platen, iets mee van David Bowie.

Proberen uitleggen wat die man voor mijn muzikale wereld heeft betekend, is ongeveer zo moeilijk als zeggen waarom ik de spreeuw de boeiendste vogel vind of het liefst een Indische curry eet. Ik kan echter wel zeggen, dat Bowie voor mij tot de top van de wereld van de ‘lichte’ muziek behoort, en dat het die lichte muziek is die me heeft geleerd hoe ik met oude muziek kan omgaan.

Het zit zo. Als je aan klassieke muziek denkt, dan ga je meestal met de allergrootsten aan de slag, zoals Mozart en Beethoven. Of Chopin en Liszt, of Stravinsky. Wat al deze kerels gemeen hebben is, dat zij partituren nagelaten hebben die vrij onomstotelijk weergeven wat ze precies in gedachten hadden. Hun instructies zijn zeer gedetailleerd. Meestal weten we precies met welke noten, op welke toonhoogte, in welke ritmes, in welk tempo, met welk karakter we hun muziek moeten zingen of spelen, en op welke instrumenten. Hoe anders is het in de wereld van de (echt) oude muziek. Een partituur met muziek van Perotinus, uit het vroeg-dertiende-eeuwse Parijs, geeft hoogstens aan welke noten je moet zingen. Maar ritme, tempo, welke stemmen of (zo dat de bedoeling zou zijn) welke instrumenten? Geen informatie. In het geval van mijn specialiteit, het gregoriaans, is het bij de oudste vormen van muzieknotatie zelfs niet duidelijk welke noten je verwacht wordt te zingen.

We moeten dan ook heel anders naar oude muziek kijken. Meer zoals vandaag muzikanten uit het pop- en jazz-milieu naar muziek kijken. Ze komen samen en ze zeggen ‘Wat is ons materiaal, en wie doet mee?’, en ook ‘Laat ons eens zien wat het wordt’. Er is een deuntje, een akkoordschema, en vervolgens moet die muziek letterlijk ‘gemaakt’ worden. Iedere muzikant zet er mee zijn eigen handtekening onder. Een groep muzikanten gaat met andere woorden collectief aan de slag met het materiaal, ze bouwen er aan, ze knutselen.

Ik leerde Bowie vaag kennen toen ik op mijn vijftiende nu en dan op de radio ‘Ashes to Ashes’ of ‘Under Pressure’ hoorde, occasioneel een nog ouder nummer — maar erg bewust was het allemaal niet. Met zijn grote hits van de jaren tachtig (zoals ‘China Girl’, ‘Blue Jean’ en ‘Let’s Dance’), in mijn zeer ontvankelijke tienerjaren, begon ik ook zijn albums te kopen. Eerst gewoon mee met de tijd en telkens het nieuwe materiaal van Bowie kopend, maar later steeds meer met terugwerkende kracht. Zo leerde ik pas in de jaren negentig Bowie’s platen uit de jaren zeventig kennen.

Het mooie is nu, dat ik mijn favoriete Bowie-nummers uit de jaren zeventig en tachtig het liefst beluister in de live-versie uit 2000, meer bepaald het concert opgenomen op 27 juni van dat jaar in het Radio Theatre van de BBC in Londen. Als je een monsterhit als ‘Let’s Dance’ hebt gehad, dan ben je er als rockster toe veroordeeld dat nummertje ook elke keer weer te spelen. Dat doet Bowie die dag ook, maar zowel dat ene numer als de hele set van vijftien nummers waarin het vervat zit, baadt op virtuoze wijze in een weelde van moderniteit, frisheid en snedigheid. Dat is niet alleen omdat Bowie op dat moment, als prille vijftiger, op het toppunt van zijn kunnen staat, maar ook omdat hij als geen ander de kunst verstond rond zich mensen te verzamelen die met zijn muziek raad wisten, die mee knutselden. Topmuzikanten die in hun vakkennis voor geen Janine Janssen of Hilary Hahn moeten onderdoen. Topmuzikanten zoals de in pop-context extreem virtuoze pianist Mike Garson, of Earl Slick met zijn krachtige maar altijd precieze en fijnzinnige gitaarspel, of de kale, blootvoetige, zwarte, en dus ook uiterlijk erg coole Gail Ann Dorsey met haar intense, voortvarende basgitaarklanken.

Bowie en zijn muzikanten hebben in de aanloop naar 27 juni 2000 geknutseld en gerepeteerd dat de stukken er af vlogen, met als resultaat een live-cd die zijn gelijke niet kent. Dat doet de ondergetekende Hendrik het volgende besluiten:

In orde. Stuur me naar Kapiti Island. Ik blijf er twee dagen en één nacht. Ik neem maar één plaat mee. Bowie bij de BBC in 2000. Maar als ik echt de rest van mijn dagen op dat eiland moet slijten, dan neem ik geen platen mee. Ik kan me namelijk niet voorstellen dat het luisteren naar muziek nog zin heeft, als je niet meer onder de mensen zou mogen of kunnen zijn. Zonder je ogen kan ik de eenzaamheid niet aan. Een platenkast klein of groot heeft dan geen zin meer. Hoogstens zal ik zelf wel zingen. En het deuntje dat dan zal weerklinken daar op Kapiti, dat is (uit Bowie’s laatste plaat, van vlak voor zijn dood enige weken geleden):

In the villa of Ormen, in the villa of Ormen           

Stands a solitary candle, ah-ah, ah-ah

In the centre of it all, in the centre of it all

Your eyes

Hendrik Vanden Abeele

[Deze tekst verscheen op 14 februari 2016 in de festivalkrant Passage III, een organisatie van Trio Goeyvaerts en het Cultureel Centrum van Sint-Niklaas, waar Psallentes te gast was. De tekst is geschreven in opdracht van Pieter Stas, die ‘iets over Bowie’ in de krant wou.]

Photo Credit: New Zealand Department of Conservation (Creative Commons)

Hildegard & Galina

Oestvolskaja en Hildegard Psallentes Hendrik Vanden Abeele

Een nieuw project begint heel concrete gestalte te krijgen. Voor het programma ‘The road of excess leads to the palace of wisdom’, dat Psallentes samen met Het Collectief voor Bozar ontwikkelt rond de muziek van zowel Hildegard von Bingen als Galina Oestvolskaja, komt stilaan een en ander op papier te staan. Weerslag van experimenteerdaden in de studio. Op deze pagina uit mijn schetsboek wordt een ogenschijnlijk eindeloze Hildegard-melisme in sonate 6 van Oestvolskaja gepeuterd. Alvast een beetje meer praktische info hier. En meer later!

Hendrik Elie Vanden Abeele, 11 februari 2016

Machaut Christe / GB-Cccc Triplum

Psallentes sings (rehearsal recording)

Guillaume de Machaut (aka Machault) (c1300-1377)
Messe de Notre Dame
Christe

Singers: Rozelien Nys, Jonathan De Ceuster, Paul Schils (triplum); Michiel Haspeslagh, Gunter Claessens, Adriaan De Koster (motetus); Philippe Souvagie, Hendrik Vanden Abeele (tenor); Paul Mertens, Pieter Stas, Sander Le Roy (contra-tenor).

This movie is part of a series of movies where Psallentes sings Machaut’s Christe. In related movies, each of the four voices can be followed in detail through different manuscripts. The audio is always the same. Notice how from time to time a note may differ in one manuscript as opposed to another.

GB-Cccc stands for Great Britain, Cambridge, Corpus Christi College. This library has this Machaut manuscript on loan, it is actually better known as the Ferrell-Vogüé manuscript, which is in the private collection of James E. and Elizabeth J. Ferrell. A facsimile edition has been planned (http://www.corpus.cam.ac.uk/about-us/…). It is a beautiful manuscript from the fourteenth century, and it may have been made for (or was at least in the collection of) the Count of Foix. Consulted via http://www.diamm.ac.uk (where you can take a look at the whole manuscript).

Machaut Kyrie 1 / GB-Cccc Contra-Tenor

Guillaume de Machaut (aka Machault) (c1300-1377)
Messe de Notre Dame
Kyrie I

Singers: Rozelien Nys, Jonathan De Ceuster, Paul Schils (triplum); Michiel Haspeslagh, Gunter Claessens, Adriaan De Koster (motetus); Philippe Souvagie, Hendrik Vanden Abeele (tenor); Paul Mertens, Pieter Stas, Sander Le Roy (contra-tenor).

This movie is part of a series of movies where Psallentes sings Machaut’s Kyrie I. In related movies, each of the four voices can be followed in detail through different manuscripts. The audio is always the same. (More to come soon.)

GB-Cccc stands for Great Britain, Cambridge, Corpus Christi College. This library has this Machaut manuscript on loan, it is actually better known as the Ferrell-Vogüé manuscript, which is in the private collection of James E. and Elizabeth J. Ferrell. A facsimile edition has been planned (http://www.corpus.cam.ac.uk/about-us/…). It is a beautiful manuscript from the fourteenth century, and it may have been made for (or was at least in the collection of) the Count of Foix. Consulted via http://www.diamm.ac.uk (where you can take a look at the whole manuscript).

Machaut Kyrie 1 / GB-Cccc Tenor

Guillaume de Machaut (aka Machault) (c1300-1377)
Messe de Notre Dame
Kyrie I

Singers: Rozelien Nys, Jonathan De Ceuster, Paul Schils (triplum); Michiel Haspeslagh, Gunter Claessens, Adriaan De Koster (motetus); Philippe Souvagie, Hendrik Vanden Abeele (tenor); Paul Mertens, Pieter Stas, Sander Le Roy (contra-tenor).

This movie is part of a series of movies where Psallentes sings Machaut’s Kyrie I. In related movies, each of the four voices can be followed in detail through different manuscripts. The audio is always the same. (More to come soon.)

GB-Cccc stands for Great Britain, Cambridge, Corpus Christi College. This library has this Machaut manuscript on loan, it is actually better known as the Ferrell-Vogüé manuscript, which is in the private collection of James E. and Elizabeth J. Ferrell. A facsimile edition has been planned (http://www.corpus.cam.ac.uk/about-us/…). It is a beautiful manuscript from the fourteenth century, and it may have been made for (or was at least in the collection of) the Count of Foix. Consulted via http://www.diamm.ac.uk (where you can take a look at the whole manuscript).

Machaut Kyrie 1 / GB-Cccc Motetus

Guillaume de Machaut (aka Machault) (c1300-1377)
Messe de Notre Dame
Kyrie I

Singers: Rozelien Nys, Jonathan De Ceuster, Paul Schils (triplum); Michiel Haspeslagh, Gunter Claessens, Adriaan De Koster (motetus); Philippe Souvagie, Hendrik Vanden Abeele (tenor); Paul Mertens, Pieter Stas, Sander Le Roy (contra-tenor).

This movie is part of a series of movies where Psallentes sings Machaut’s Kyrie I. In related movies, each of the four voices can be followed in detail through different manuscripts. The audio is always the same. (More to come soon.)

GB-Cccc stands for Great Britain, Cambridge, Corpus Christi College. This library has this Machaut manuscript on loan, it is actually better known as the Ferrell-Vogüé manuscript, which is in the private collection of James E. and Elizabeth J. Ferrell. A facsimile edition has been planned (http://www.corpus.cam.ac.uk/about-us/…). It is a beautiful manuscript from the fourteenth century, and it may have been made for (or was at least in the collection of) the Count of Foix. Consulted via http://www.diamm.ac.uk (where you can take a look at the whole manuscript).

Een eigen tab

IMG_3351

Ik had het nog niet eerder gezien, maar kijk, in Fnac Leuven hebben we tegenwoordig een eigen ‘tab’. Zou ensemble Psallentes volwassen geworden zijn?

Leuven, 16 december 2015, Fnac Bondgenotenlaan, Foto Hendrik Vanden Abeele.

Blog at WordPress.com.

Up ↑