21•09•2013 Ruiselede [B] Tota pulchra es – Reminder

Psallentes Tota pulchra es Jean-Pierre Deleuze

Voor wie gregoriaans uit Cambrai en hedendaagse polyfonie van Jean-Pierre Deleuze eens gecombineerd wil horen op een bedje van Centre Henri Pousseur sampling. Met zes mannenstemmen van Psallentes, met Eva Godard op zink, en last but not least Arnaud Van de Cauter aan het orgel. En het orgel? Ook iets bijzonders, speciaal naar Ruiselede gebracht voor dit project…

Zaterdag 21 September 2013 Ruiselede [B] Kapel van het klooster van de congregatie Onze-Lieve-Vrouw van Zeven Weeën, 20h: Tota pulchra es. Meer info hier.

Een video-impressie? Hier!

 

 

New Psallentes CD Release: Tota Pulchra Es (Jean-Pierre Deleuze)

Psallentes Tota pulchra es Jean-Pierre Deleuze

[ENG] We are proud to present our latest cd, for once not on the Le Bricoleur label, but with Paraty. It is a wonderful construction of thirteenth-century chant from a Cambrai antiphoner, with sampled bells, organ, cornetto and voices. It contains, amongst other music, a six-voiced Magnificat by Jean-Pierre Deleuze, who has taken care of the aesthetics of the project from the first until the last second. Highly recommended! Available here.

[NL] Met trots kondigen we de geboorte aan van een nieuwe cd van Psallentes. Deze keer niet bij Le Bricoleur, maar bij het label Paraty. Het is een bijzonder project, dat naast dertiende-eeuws gregoriaans uit Cambrai ook gesamplede klokkengeluiden, orgel en cornetto laat horen. Een van de hoogtepunten is het zesstemmige Magnificat van Jean-Pierre Deleuze – die overigens de esthetiek van het geheel overzag, van de eerste tot de laatste seconde. Warm aanbevolen! Beschikbaar hier.

Psallentes Tota pulchra es Jean-Pierre Deleuze verso

27•09•12 Brussel [B] Jean-Pierre Deleuze’s Tota pulchra es, amica mea

tota pulchra es visuel Psallentes Jean-Pierre Deleuze

[NL] Jean-Pierre Deleuze’s Tota pulchra es, amica mea

De titel, Tota pulchra es, amica mea, verwijst naar de eerste antifoon van de Eerste Vespers voor het feest van Maria Tenhemelopneming, volgens het Antiphonarium ad usum Cameracensis eccelsiae (1235-1245) van de ‘bibliothèque municipale’ van Cambrai. Het eerste deel van het concert evoceert dit officie, waarbij verschillende fragmenten uitgewerkt zijn tot tijdeigen organum en discant, zoals het zich destijds, vaak geïmproviseerd, tot eenvoudige polyfonie liet ombouwen.

Centraal in het avondvullend werk staat een Magnificat voor zes mannenstemmen, orgel, cornet en electronica. Dit Magnificat, in een buitengewone muzikale zetting, grijpt polyfoon terug naar, en contrasteert met het oorspronkelijk gregoriaanse materiaal, de samenklanken van het mesotonische gestemde orgel en de cornetto (zink). Daarenboven spelen ook de door het “Centre Henri Pousseur” gesamplede klokkenklanken van de Kapellekerk Brussel een belangrijke rol.

Het laatste deel van het concert, als synthese èn als besluit, opent met de antifoon Nigra sum, sed formosa, afkomstig uit het Hooglied (1,5) – net zoals overigens Tota pulchra es, amica mea. Deze twee fragmenten uit het Hooglied vormen doorheen dit laatste deel een rode draad: tien recitanten spreken de tekst uit, eerst in het originele Hebreeuws, dan ook in het Grieks en Armeens. Om zich vervolgens via vele talen, zoals ze door allerlei gemeenschappen (in Brussel of andere meertalige samenlevingen) gesproken worden, te vermengen met de stemmen van Psallentes, de instrumenten en de spectrale klanken van de klokken, hiermee teruggrijpend naar het begin van het concert.

[FR] Tota pulchra es, amica mea, de Jean-Pierre Deleuze

Le titre, Tota pulchra es, amica mea, est tiré de la première antienne de l’office des Premières Vêpres de l’Assomption, selon l’Antiphonarium ad usum Cameracensis eccelsiae (1235-1245) de la bibliothèque municipale de Cambrai. La première partie du concert permet d’entendre cet office dont plusieurs fragments sont traités à la manière d’organa ou de déchants, afin d’évoquer les pratiques polyphoniques primitives, généralement improvisées.

Au centre de l’œuvre, un Magnificat, pour six voix d’hommes, orgue, cornet à bouquin et électronique se déploie, dans une mise en musique originale, recourant à des procédés d’écriture polyphonique contrastés et reliant à la fois le matériau grégorien, les sonorités de l’orgue mésotonique et des cornets, mais aussi, celles des cloches de l’Église de la Chapelle enregistrées et traitées par le « Centre Henry Pousseur ».

La dernière partie du concert, synthèse et conclusion à la fois, s’ouvre librement sur l’antienne Nigra sum, sed formosa, provenant du Cantique des Cantiques  (Cant 1,5), tout comme Tota pulchra es, amica mea. L’enchaînement est mis en évidence par la présence des voix de dix récitantes faisant entendre, chacune dans leur langue, ces deux fragments du Cantique des Cantiques. Après l’hébreu, langue originale du texte, le grec et l’arménien, le texte est récité dans de nombreuses langues, qui sont aujourd’hui parlées les différentes communautés qui constituent nos cités contemporaines. Les sons de ces voix parlées s’intégrent alors progressivement au voix de l’Ensemble Psallentes, des instruments, mais aussi des sonorités spectrales issues des cloches,

Blog at WordPress.com.

Up ↑