26•04•2012 Schilde [B] Jacobus… Jacobe!

26 april 2012 Schilde [B] Jacobus… Jacobe!, 20.30

Meer info / More info

Nostra phalans, Codex Calixtinus, Jacobus... Jacobe! Psallentes[NL] De acht zangeressen van Psallentes gaan met het gregoriaans en de meerstemmigheid uit de Codex Calixtinus aan de slag om de apostel Jacobus de rijke muzikale eer te bewijzen die hem volgens het manuscript toekomt. Van het eenvoudige ‘Psallat chorus celestium’, over het intieme ‘Clemens servulorum’, tot het uitbundige ‘Dum pater familias’ (dat meteen als ezelsbrugje dienst doet om de Latijnse naamvallen te onthouden): alle middelen zijn goed om met puur vocaal vrouwenwerk de pelgrim naar Compostela te belonen. Hij/zij keert tevreden terug…

[FR] Les huit chanteuses de Psallentes nous proposent du chant grégorien et de la polyphonie provenant du Codex Calixtinus afin de rendre à l’apôtre Jacques l’hommage musical qui lui revient selon le manuscrit. Du simple ‘Psallat chorus celestium’, en passant par l’intime ‘Clemens servulorum’, au frénétique ‘Dum pater familias’ (qui fait immédiatement fonction de moyen mnémotechnique pour retenir les noms latins) : tous les moyens conviennent pour récompenser le pèlerin qui se rend à Compostelle avec un travail vocal féminin pur et simple. Il / elle en revient satisfait…

21•04•12 Sint-Truiden [B] URSULA11 – Hildegard von Bingen

Zaterdag/saturday 21 april 2012, 20u15 Sint-Truiden [B], Begijnhofkerk

URSULA11 - Hildegard von Bingen - Psallentes - Hendrik Vanden Abeele

De Duitse benedictijnse abdis Hildegard van Bingen (1098-1179) was in haar tijd al bekend omwille van haar visies en visioenen. Hildegard correspondeerde ook met de groten van haar tijd, en was daarmee een zeer invloedrijke vrouw. Daarenboven heeft de abdis haar eigen teksten van muziek voorzien. Dat levert een gregoriaans op dat sterk geworteld is in de universele traditie, maar toch opvalt omwille van een grote toonomvang en rijke melismen.

Vijfenzeventig gezangen zijn ons van Hildegard overgeleverd, met als belangrijkste bron een twaalfde-eeuws handschrift dat bewaard wordt te Dendermonde (Sint-Pieters & Paulus Abdij, Ms Cod. 9).

Uit dit handschrift kozen de zangeressen van Psallentes voor een reeks gezangen ter ere van de heilige Ursula, waarvan door middel van antifonen (‘O rubor sanguinis’), responsoria, een sequentia en een hymne (het opzwepende ‘Cum vox sanguinis’) een krachtige evocatie uitgebouwd wordt. Een intens gebeuren, waarin eensgezind en met toenemend engagement de lotgevallen van Ursula en haar reisgezellinen bezongen worden.

Ursula was volgens de legende een koningsdochter die niet wilde trouwen voor ze een bedevaart naar Rome had gemaakt. Samen met de 11.000 maagden die haar vergezelden werd ze (nog steeds volgens de legende) in de buurt van Keulen vermoord.

Bezetting: 8 tot 11 zangeressen

Duur: ca. 65 minuten zonder pauze

Programma: Vijf antifonen, twee responsoria, een sequentia en een hymne voor het feest van de Heilige Ursula en de elfduizend maagden.

Bron: Dendermonde, Sint-Pieters & Paulus Abdij, Ms Cod. 9

17•04•12 Sint-Truiden [B] Hendrik Vanden Abeele over Hildegard en gregoriaans

Dinsdag 17 april 2012 – Sint-Truiden, Academiezaal, 20u-22u

Er is gregoriaans en er is gregoriaans. Om het gregoriaans van Hildegard von Bingen goed te verstaan, moeten we onze blik verruimen op de geschiedenis van deze oudste gezangen van de Westerse muziekgeschiedenis. Hendrik Vanden Abeele laat voorbeelden zien uit zowel de 9de als de 15de eeuw, en ook uit de eeuwen daartussen. De oudste bronnen van het gregoriaans maken nog gebruik van neumen – kleine accentachtige tekens die wel de beweging van de melodie aangeven, maar nog niet de juiste toonhoogte. Deze neumen staan nog ‘in het open veld’. Aan de hand van deze oudste manuscripten, onder meer uit de Zwitserse abdijen van Sankt-Gallen en Einsiedeln, bouwen we een spoedcursus neumen begrijpen. Een en ander wordt onderbouwd door theoretische of muziekhistorische uitstapjes. Met deze achtergrond zijn we vervolgens in staat om het Dendermondse handschrift, waarin de gezangen van Hildegard von Bingen aan ons overgeleverd zijn, te lezen. We richten ons ook even op de laatmiddeleeuwse bronnen. Hiertoe is vooral het manuscript 15 uit de Gentse Universiteitsbibliotheek van dienst. Het is een manuscript dat geschreven werd door Adrianus Malins, subprior van de abdij van Sint-Baafs te Gent. Het bevat gezangen voor het officie in zwarte kwadraatneumnotatie. Omgaan met zo’n vierkante noten gaat heel anders dan met die oude vloeiende neumen. Toch zijn de basisprincipes van het gregoriaans zingen in beide gevallen gelijklopend: veel aandacht voor tekst, voor het woordaccent, voor accentlijnen. Een rijk gestoffeerde, en met veel praktijk gelardeerde lezing, die zowel leken als kenners samenbrengt rond het gregoriaanse manuscript.

Hildegard von Bingen Dendermonde Codex, Psallentes, Hendrik Vanden Abeele

14•04•12 Leiden [NL] Egidius Kwartet & Psallentes Getijdendag

14 APRIL 2012 GETIJDENDAG LEIDSE KOORBOEKEN
Leiden | Pieterskerk
TOEGANG GRATIS

Egidius Kwartet - Getijdendag met Psallentes in de Pieterskerk te Leiden

Een zestiende eeuwse zaterdag in de Leidse Pieterskerk nagespeeld en -gezongen. Een gratis cultureel dagje uit voor het hele gezin.

Zeven keer per dag, 365 dagen per jaar, zongen de zangers van het Zevengetijden College van de Pieterskerk in Leiden de getijden (korte diensten met zang), volgens het eeuwenoude kloostermodel. Het eerste getijde, de metten, was al om half zes ’s ochtends! Het laatste, de completen, om een uur of half negen ’s avonds. Elke dag klonk er ingetogen gregoriaans en fantastische meerstemmige muziek in die enorme en prachtige kerk, gezongen door een tiental zangers.
Beleef mee hoe de zaterdag van een koorzanger uit de Leidse Pieterskerk er uitzag in de zestiende eeuw. Dwaal door die prachtige kerk, woon de zeven getijden bij.
Het Egidius Kwartet & College zingt polyfonie, Psallentes (uit Vlaanderen) zingt gregoriaans. Ook het beroemde orgel wordt bespeeld. U mag bij de repetities zijn, en u krijgt het een en ander uitgelegd.Voor elk getijde klinken alle klokken en carillons van de stad. De Egidius zangers zingen in hun prachtige rode toga’s. Psallentes zingt een heuse grafgang na.
Er is een Leidse Koorboeken wandeling door de kerk en door de stad, waarbij ook het Regionaal Archief en Museum De Lakenhal worden aangedaan, waar de oorspronkelijke boeken liggen. Er is een kleine tentoonstelling en een Leidse Koorboeken-shop met cd’s, boeken en (nieuw!) Egidius Edities bladmuziek van hun Leidse Koorboek ontdekkingen.
Een zuster uit het klooster Koningsoord komt vertellen wat het leven met de getijden anno nu inhoudt.

’s Middags is er een kinderprogramma, waarin kinderen (tot 12 jaar) een mooi heiligenverhaal horen, een lied aangeleerd krijgen door een van de Egidius zangers en aansluitend in verklede optocht met alle zangers mee mogen lopen en zingen in het middag-getijde (u kunt  uw kind aanmelden om mee te doen via management@egidiuskwartet.nl)
Uiteraard wordt er de hele dag voor de inwendige mens gezorgd, in renaissance stijl: met bier, wijn en een varken aan het spit.

HET LEIDSE KOORBOEKEN CONCERT ZELF – waarin dit jaar een prachtig REQUIEM centraal staat – vindt plaats op

VRIJDAG 18 MEI 2012
ook in de Pieterskerk
kaarten verkrijgbaar via
www.leidsekoorboeken.nl 

[NL] Musica Mediaevalis 11/40 – Organum

Page from Saint-Martial. Sources from Saint-Martial are famous for the presence of organum.

Ondanks de muzikale versieringen of toevoegsels van of bij het gregoriaans in vorige afleveringen beschreven, bleef tot zeker in de elfde eeuw het typische karakter van dat gregoriaans gevrijwaard. Het betrof doorgaans een in principe eenvoudig, eenstemmig gezang, sterk vanuit de tekst gedacht en op de tekst betrokken, waaraan als het ware een zangerig voorlezen van de tekst ten grondslag ligt. Toch is al heel vroeg ook de meerstemmigheid aanwezig. Een ondersteunende zoemtoon (de zogenaamde bourdon) moet al vrij snel in gebruik geweest zijn. De techniek van de bourdon wordt al beschreven door Hucbald van Saint-Amand aan het eind van de 9de eeuw. Daarnaast is er uiteraard de natuurlijke meerstemmigheid die ontstaat wanneer mensen samenzingen: mannen met verschillende stemtypes (die de behoefte voelen om elk in een eigen register te zingen, bijvoorbeeld in kwarten of kwinten), mannen en knapen samen, mannen en vrouwen samen (dit laatste in de kerk van de Middeleeuwen waarschijnlijk nooit toegepast – toch niet officieel). Meerstemmigheid heeft dus op natuurlijke wijze altijd al bestaan, en het is dan ook niet verwonderlijk dat, wanneer Hucbald en anderen in de 9de eeuw voor het eerst de term organum gaan gebruiken (hun term om meerstemmigheid aan te duiden) ze met deze term helemaal niet schijnen te doelen op een nieuw fenomeen. Hucbald beschrijft er meerstemmigheid mee, met alle consonantie en dissonantie daaraan verbonden.

De primitiefste vormen van meerstemmigheid hierboven beschreven (bourdon, parallel zingen…) groeien vanaf het einde van het eerste millennium en vooral aan het begin van het tweede millennium snel uit tot echte polyfonie: het gelijktijdig klinken van verschillende melodieën. Die gewilde rijkdom is in de eerste plaats bedoeld om bij te dragen tot de pracht en praal,

Touring the Netherlands March/April 2012 (part 3 Bloemendaal & ‘s Hertogenbosch)

The Tenebrae-tour of the Netherlands has been concluded with two concerts (saturday and sunday) in Bloemendaal (that’s to the left of Amsterdam) and ‘s Hertogenbosch. We have been happy with two very contrasting as well as intimate and abundantly historical settings. A cosy, seventeenth-century Protestant church, and a former synagogue. Wonderful!

04•04•12 Lauwe [B], Sint-Bavokerk, 20u: Llibre Vermell de Montserrat (Psallentes & Zefiro Torna)

Montserrat-gebergte Psallentes' Llibre Vermell de Montserrat, with Zefiro Torna

Het is avond. Een zachte zomeravond. Een kleine groep pelgrims rust uit, zittend tegen de kerkmuur van de Abdij van Montserrat. Zij komen van ver. Ze hebben een lange reis gemaakt om hier de beroemde zwarte Madonna te aanbidden. In de nabijheid van de Maria met het Kind verwachten deze bedevaarders verlichting, vergeving, zuivering, inspiratie, een nieuw begin.

Sommige pelgrims houden er ter plekke al gauw weer liederlijke gewoontes op na. Ze drinken, maken veel lawaai, ze dansen wild. Na de lange tocht moeten zij stoom afblazen. Maar niet deze rustige pelgrims tegen de kerkmuur. Zij genieten van elkaars samenzijn. Ook zij willen ‘liederlijk’ zijn, maar dan heel anders: om de avond door te brengen zingen ze samen liederen voor de Madonna. Ze kennen deze klassiekers door en door.

[ENG] Recitations and Reconsiderations [7/15] Considering the pragmatics of musicians’ creativity

In a world where the standards of living seem to rise rapidly while quality of life dwindles, “creativity” has become a buzzword used by many in a wide variety of meanings and contexts. In politics, in business, in society at large, “creativity” is linked with “innovation” to form two horses harnessed side by side and galloping towards the so-called innovation-driven economy of the twenty-first century. It is a concept following up on Bell’s (1973) description of a new economy driven by information, knowledge and service rather than an economy simply producing goods. Creativity as means and motor of a modern economy.

In the arts, including music, creativity is not just means and motor, but also the end and motive of all activity. Artists employ their mental agility and make flexible use of concepts, constructs or devices (just as any creative person would do) because they feel the need and urge to produce, to (de)construct, to create. In the act of creation, means and ends are intermingled in a very pragmatical way.

In the world of plainchant, the composer and singer – historically often one and the same person, maybe more suitably to be described as a developer or a replicator working with different levels of musical memes (to use the term coined by Richard Dawkins in 1976, as applied to music by Steven Jan in 2007) – started off with a particularly pragmatic approach to a liturgical text. The developer of plainchant had first of all an excellent knowledge of the form and content of the text to be set, and acquired an expert use of musical language in close relation to that text.

[NL] Musica Mediaevalis 10/40 – Liturgisch drama

Ludus Danielis start on Psallentes site, text Hendrik Vanden Abeele

Incipit (start) of the famous Ludus Danielis, in a 13th-century manuscript. [London, Britisch Library, ms. Egerton 2615, f95

 

De term ‘liturgisch drama’ is van 19de-eeuwse origine en is helaas niet helemaal toepasselijk op het fenomeen dat er mee bedoeld wordt. Enerzijds klinkt dat woordje ‘drama’ zo dramatisch – maar goed, er wordt mee aangegeven dat er een soort toneeltje wordt opgevoerd – en anderzijds is er met de term een essentiëler probleem, namelijk dat die toneelstukjes hooguit para-liturgisch zijn, niet liturgisch. Deze toevoegingen aan het alreeds bestaande repertoire (jawel, het liturgisch drama is een trope) hebben nooit een onderdeel uitgemaakt van de officiële ceremonieën, ze zijn dus nooit echt ‘liturgie’ geweest, in de meest concrete zin van het woord. De liturgische drama’s bestonden dus naast (‘para’) datgene wat aan liturgie gevierd werd. Maar, het gaat hier wel degelijk om expliciet christelijke thema’s, gezongen in het Latijn, vermoedelijk door de (lagere) clerus, en ze kwamen altijd op een of andere manier uit de officiële liturgie voort. En bovendien, zoals dat gaat met terminologie, het begrip ‘liturgisch drama’ is inmiddels zo ver doorgedrongen in ons gespecialiseerd taalgebruik, dat we ook gewoon kunnen afspreken wat we onder die term precies verstaan.

Het best kunnen we aangeven wat het liturgisch drama is, door er een voorbeeld van te geven. Verreweg de beroemdste van alle liturgische drama’s, is de zogenaamde Quem quaeritis, ook wel bekend als de Visitatio sepulchri. Het verhaal is eenvoudig en bekend: Jezus is net opgestaan, en de drie nietsvermoedende Maria’s zijn op weg naar het graf (vandaar ‘visitatio sepulchri’). Ze hebben balsem gekocht, want ze willen Jezus’ lichaam verzorgen. Bij het graf aangekomen wacht hen het ontstellende nieuws dat Jezus niet meer in het graf is. Een engel vraagt hen wie ze zoeken (vandaar ‘quem queritis’) en deelt hen mee wat er met Jezus gebeurd is.

It’s number two, but it’s the third. Lambertus CD available now!

Psallentes is proud to present the latest addition to the Plainchant Pro Series (label Le Bricoleur). It’s number two in the series, but since number three was already available some months ago, this is the third cd in the series. The cd has run a bit late, but here he (she?) is! Highly recommended. Buy through your local shop, or via Le Bricoleur.

Lambertus LBCD/02 Psallentes, Hendrik Vanden Abeele

Touring the Netherlands March 2012 (part 2 Utrecht, Maastricht & Amsterdam)

We have continued our Tenebrae-tour of the Netherlands with performances at Utrecht, Maastricht and Amsterdam. Each of the venues being very different again, the challenge remains to adapt to the circumstances in order to give late medieval chant the proper vocal setting. We have concluded the first series of five concerts at Muziekgebouw ‘t IJ in Amsterdam, simply the best concert hall we have ever seen… Next week: Bloemendaal & Den Bosch – but more on that later. Cheers!

24•03•2012 Hendrik Vanden Abeele op Radio L1 Cultuurcafé

Stem zaterdag 24 maart af op de Nederlands-Limburgse zender L1: Hendrik Vanden Abeele is er live te gast in het programma Cultuurcafé vanuit Grand Café ‘t Gouvernement in het Limburgs Museum, Keulsepoort 5 in Venlo. Presentatie Frans Pollux en Tom Doesborg. Hendrik praat er over de Nederlandse concerttour van Psallentes, over het onderzoek dat hij verricht naar de uitvoeringspraktijk van laat-middeleeuws gregoriaans, en over zijn project Antiphonary Walk-through.

Cultuurcafé

Touring the Netherlands March 2012 (part 1 ‘s Heerenberg & Rotterdam)

Psallentes is currently touring The Netherlands with the programme Tenebrae. On wednesday 21 March 2012 we started the tour in the splendid and intimate setting of castle Huis Bergh at ‘s Heerenberg, jus a few hundred yards from the border with Germany. Yesterday, thursday 22 March 2012, we continued the tour with a gig at Rotterdam’s Laurenskerk – equally splendid, only a bit less intimate. Below are some impressions of these two rather contrasting venues. Today 23 March, we are in Utrecht, but more on that in another posting later this week. Cheers!

The Antiphonary Walk-through Adventure continues

This week saw only one new episode (#013) of the Antiphonary Walk-through, mainly due to Hendrik’s voice dropping to, well, zero dB. Meanwhile, you might want to check out www.antiphonaria.com, where all the walk-through-movies that have been made and will be made are assembled in a time-line. Or you can subscribe to the playlist on YouTube. Thanks!

[ENG] Recitations and Reconsiderations [6/15] On creativity

In his acclaimed book Out of Our Minds (2001) creativity prophet Ken Robinson describes some essential characteristics of the creative process:

We begin with an initial idea of some sort … The idea takes shape in the process of working on it – through a series of successive approximations [emphasis mine].  … Creativity is often a dialogue between concept and material. The process of artistic creation in particular is not just a question of thinking of an idea and then finding a way to express it. Often it’s only in developing the dance, image or music that the idea emerges at all. (134-135)

In the act of creation, means and ends are intermingled in a very pragmatic way. It is by handling the material that an idea emerges. The idea materializes through and in the, well… material. What I shape, shapes me.

But is what we create more creative, the more ideas it holds? Creativity is about exploring new horizons and using imagination, about breaching boundaries and connecting things that do not seem to belong together. But how effective can an idea turn out to be in the light of the material concreteness? Does an artefact need to be rich in ideas in order to excite us? The short answer is: no.

Piet Mondriaan's "Apple tree in flower", The Hague, Gemeentemuseum

The Gemeentemuseum in The Hague houses the biggest Mondriaan-collection in the world. The work of Piet Mondriaan, to my mind, is a brilliant testimony of two essential aspects of creativity: the dialogue with the material and the focus on one particular idea – taking that idea as far as possible. While De rode boom ’The red tree’ (1908) is still very recognizable as a tree, a series of successive approximations shows Mondriaan’s evolution towards a radical cubism. While in his De bloeiende appelboom ‘The blossoming apple tree’ (1912) Mondriaan had reached a typical cubist’s abstraction, with figurative elements still present, he was not satisfied with this, and went on to take the abstraction into the extreme – resulting in what he is now most famous for: compositions with rectangles in red, yellow and blue (Warncke 1990).

[NL] Musica Mediaevalis 9/40 – Over tropen en sequensen

]De Agnus-trope Ave Maria in een cantorale uit Girona, ca. 1400. [Barcelona, Biblioteca Catalunya, E-Bc 911, f166v]

Agnus-trope Ave Maria in a cantorale from Girona, ca. 1400. [Barcelona, Biblioteca Catalunya, E-Bc 911, f166v

 

Hmm, de titel van deze bijdrage is enigszins misleidend. Het is namelijk zo dat elke sequens op een of andere manier een trope is. Dus ‘over tropen’ zou hebben kunnen volstaan. Anderzijds, omdat van alle tropen de sequensen de beroemdste zijn en het meeste voorkwamen in de Middeleeuwse muziek, en ook omdat volgens bepaalde theoretici de sequensen niet zomaar als tropen mogen behandeld worden, daarom mag de gebrekkige titel toch blijven staan.

Een trope is, kort gezegd, een toevoeging aan wat al bestond. We laten even alle taalkundige connotaties achterwege (ook in de taalkunde kent men de ‘trope’, maar die stijlfiguur is nauwelijks verwant met de muzikale trope) en concentreren ons onmiddellijk op de verschillende vormen waarin een trope zich in de Middeleeuwse muziek laat zien. Theoretici hebben keer op keer geprobeerd helderheid te scheppen in de wereld van de trope, maar het blijft toch een moeilijke zaak. Laat het ons bij de essentie houden. Dus: een trope is een toevoeging aan wat al bestond. Stel je hebt een melodietje, en je voegt aan dat melodietje een extra melisme toe, een extra melodie, om het wat rijker te maken. Dat is een trope. Ander voorbeeld: je hebt een lange melisme, en op de noten van die melisme (die normaal op één klinker zou gezongen worden) schrijf je een tekst, met laat ons zeggen één lettergreep per noot. Dat is een trope. Of nog: je hebt een introitus, een intredezang, bijvoorbeeld de Puer natus van de dagmis van Kerstmis, en je besluit die introitus met een nieuwe tekst en een nieuwe melodie in te leiden, op die manier toevoegend aan de luister van de dag. Dat is een trope.

Met de voorbeelden in de vorige alinea zijn de drie vormen van tropes aangegeven: een extra melodie, een extra tekst, of een extra tekst en melodie. Wanneer, zoals in het tweede geval, tekst toegevoegd wordt aan een bestaande melodie, wordt het al eens prosula of prosa genoemd, soms ook verba of versus. Wanneer, zoals in het derde geval, extra muziek (tekst en melodie) wordt toegevoegd, dan noemen we het gewoon trope, of ook wel laudes, of (helaas ook) versus.

Al in het midden van de negende eeuw (bij het concilie van Meaux in 848) begonnen kerkelijke overheden te klagen over het uitdijende gebruik van tropen. Het leidde te veel de aandacht af van het gekende repertoire. Nochtans valt wel op

Shakespeare’s privacy protected

Shakespeare at the British Library, face blurred, silly thing on Psallentes.com

Shakespeare's privacy protected (Image source: Google Streetview)

Just a quick and tiny silly thing amidst all the seriousness. Google’s Streetview has protected Shakespeare’s privacy by blurring his face: London, British Library, at the junction Midland Road – Euston Road. Cheers!

‘Child’ is just another word for ‘Future’

Belgium has lived through a terrible tragedy this week, with 22 children (of which seven from The Netherlands and one from Germany) dying in a coach crash in a Swiss tunnel. Six adults died in the horrible crash as well, and 24 other children were wounded. Our hearts go out to the dead and the injured, and to their relatives and friends. It makes us want to do more for the future of children. That’s why we want to help spread the word about Ugandan warlord Joseph Kony, who leads the so-called Lord’s Resistance Army. Quoting the Guardian: “Kony and his LRA are distinguished by their violence and brutality, weird ideology and their practice of abducting children and turning them into child soldiers”. (Link to full article here)

Watch this YouTube video, take action, spread the word. Let’s make sure that the word ‘child’ remains synonymous with ‘future’.

Episodes #009 to #012 of the Antiphonary Walk-through

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 689 other followers