April 2012 saw the première of a new production, a co-operation between the ensembles Zefiro Torna and Psallentes. We revisited the Llibre Vermell de Montserrat in an intimate setting, very unlike almost all other productions singing and playing from the fourteenth-century book of pilgrims. Here are six pictures of that event. The production is for sale: probably one of the most affordable live versions of the Llibre Vermell.
De acht zangeressen van Psallentes brengen een programma met Gregoriaanse en meerstemmige gezangen uit de Codex Calixtinus. Deze codex wordt bewaard in Santiago de Compostela en bevat een pelgrimsgids voor de vele bedevaartgangers. Door er uit te zingen brengen de zangeressen de apostel Jacobus de muzikale eer die hem volgens het manuscript toekomt. Van het eenvoudige ‘Psallet chorus celestium’ over het intieme ‘Clemens servulorum’ tot het uitbundige ‘Dum pater familias’. Alle middelen zijn goed om met puur vocaal werk de pelgrim naar Compostela te belonen.
[NL] De acht zangeressen van Psallentes gaan met het gregoriaans en de meerstemmigheid uit de Codex Calixtinus aan de slag om de apostel Jacobus de rijke muzikale eer te bewijzen die hem volgens het manuscript toekomt. Van het eenvoudige ‘Psallat chorus celestium’, over het intieme ‘Clemens servulorum’, tot het uitbundige ‘Dum pater familias’ (dat meteen als ezelsbrugje dienst doet om de Latijnse naamvallen te onthouden): alle middelen zijn goed om met puur vocaal vrouwenwerk de pelgrim naar Compostela te belonen. Hij/zij keert tevreden terug…
[FR] Les huit chanteuses de Psallentes nous proposent du chant grégorien et de la polyphonie provenant du Codex Calixtinus afin de rendre à l’apôtre Jacques l’hommage musical qui lui revient selon le manuscrit. Du simple ‘Psallat chorus celestium’, en passant par l’intime ‘Clemens servulorum’, au frénétique ‘Dum pater familias’ (qui fait immédiatement fonction de moyen mnémotechnique pour retenir les noms latins) : tous les moyens conviennent pour récompenser le pèlerin qui se rend à Compostelle avec un travail vocal féminin pur et simple. Il / elle en revient satisfait…
Zaterdag/saturday 21 april 2012, 20u15 Sint-Truiden [B], Begijnhofkerk
De Duitse benedictijnse abdis Hildegard van Bingen (1098-1179) was in haar tijd al bekend omwille van haar visies en visioenen. Hildegard correspondeerde ook met de groten van haar tijd, en was daarmee een zeer invloedrijke vrouw. Daarenboven heeft de abdis haar eigen teksten van muziek voorzien. Dat levert een gregoriaans op dat sterk geworteld is in de universele traditie, maar toch opvalt omwille van een grote toonomvang en rijke melismen.
Vijfenzeventig gezangen zijn ons van Hildegard overgeleverd, met als belangrijkste bron een twaalfde-eeuws handschrift dat bewaard wordt te Dendermonde (Sint-Pieters & Paulus Abdij, Ms Cod. 9).
Uit dit handschrift kozen de zangeressen van Psallentes voor een reeks gezangen ter ere van de heilige Ursula, waarvan door middel van antifonen (‘O rubor sanguinis’), responsoria, een sequentia en een hymne (het opzwepende ‘Cum vox sanguinis’) een krachtige evocatie uitgebouwd wordt. Een intens gebeuren, waarin eensgezind en met toenemend engagement de lotgevallen van Ursula en haar reisgezellinen bezongen worden.
Ursula was volgens de legende een koningsdochter die niet wilde trouwen voor ze een bedevaart naar Rome had gemaakt. Samen met de 11.000 maagden die haar vergezelden werd ze (nog steeds volgens de legende) in de buurt van Keulen vermoord.
Bezetting: 8 tot 11 zangeressen
Duur: ca. 65 minuten zonder pauze
Programma: Vijf antifonen, twee responsoria, een sequentia en een hymne voor het feest van de Heilige Ursula en de elfduizend maagden.
Bron: Dendermonde, Sint-Pieters & Paulus Abdij, Ms Cod. 9
Dinsdag 17 april 2012 – Sint-Truiden, Academiezaal, 20u-22u
Er is gregoriaans en er is gregoriaans. Om het gregoriaans van Hildegard von Bingen goed te verstaan, moeten we onze blik verruimen op de geschiedenis van deze oudste gezangen van de Westerse muziekgeschiedenis. Hendrik Vanden Abeele laat voorbeelden zien uit zowel de 9de als de 15de eeuw, en ook uit de eeuwen daartussen. De oudste bronnen van het gregoriaans maken nog gebruik van neumen – kleine accentachtige tekens die wel de beweging van de melodie aangeven, maar nog niet de juiste toonhoogte. Deze neumen staan nog ‘in het open veld’. Aan de hand van deze oudste manuscripten, onder meer uit de Zwitserse abdijen van Sankt-Gallen en Einsiedeln, bouwen we een spoedcursus neumen begrijpen. Een en ander wordt onderbouwd door theoretische of muziekhistorische uitstapjes. Met deze achtergrond zijn we vervolgens in staat om het Dendermondse handschrift, waarin de gezangen van Hildegard von Bingen aan ons overgeleverd zijn, te lezen. We richten ons ook even op de laatmiddeleeuwse bronnen. Hiertoe is vooral het manuscript 15 uit de Gentse Universiteitsbibliotheek van dienst. Het is een manuscript dat geschreven werd door Adrianus Malins, subprior van de abdij van Sint-Baafs te Gent. Het bevat gezangen voor het officie in zwarte kwadraatneumnotatie. Omgaan met zo’n vierkante noten gaat heel anders dan met die oude vloeiende neumen. Toch zijn de basisprincipes van het gregoriaans zingen in beide gevallen gelijklopend: veel aandacht voor tekst, voor het woordaccent, voor accentlijnen. Een rijk gestoffeerde, en met veel praktijk gelardeerde lezing, die zowel leken als kenners samenbrengt rond het gregoriaanse manuscript.
Een zestiende eeuwse zaterdag in de Leidse Pieterskerk nagespeeld en -gezongen. Een gratis cultureel dagje uit voor het hele gezin.
Zeven keer per dag, 365 dagen per jaar, zongen de zangers van het Zevengetijden College van de Pieterskerk in Leiden de getijden (korte diensten met zang), volgens het eeuwenoude kloostermodel. Het eerste getijde, de metten, was al om half zes ’s ochtends! Het laatste, de completen, om een uur of half negen ’s avonds. Elke dag klonk er ingetogen gregoriaans en fantastische meerstemmige muziek in die enorme en prachtige kerk, gezongen door een tiental zangers.
Beleef mee hoe de zaterdag van een koorzanger uit de Leidse Pieterskerk er uitzag in de zestiende eeuw. Dwaal door die prachtige kerk, woon de zeven getijden bij.
Het Egidius Kwartet & College zingt polyfonie, Psallentes (uit Vlaanderen) zingt gregoriaans. Ook het beroemde orgel wordt bespeeld. U mag bij de repetities zijn, en u krijgt het een en ander uitgelegd.Voor elk getijde klinken alle klokken en carillons van de stad. De Egidius zangers zingen in hun prachtige rode toga’s. Psallentes zingt een heuse grafgang na.
Er is een Leidse Koorboeken wandeling door de kerk en door de stad, waarbij ook het Regionaal Archief en Museum De Lakenhal worden aangedaan, waar de oorspronkelijke boeken liggen. Er is een kleine tentoonstelling en een Leidse Koorboeken-shop met cd’s, boeken en (nieuw!) Egidius Edities bladmuziek van hun Leidse Koorboek ontdekkingen.
Een zuster uit het klooster Koningsoord komt vertellen wat het leven met de getijden anno nu inhoudt.
’s Middags is er een kinderprogramma, waarin kinderen (tot 12 jaar) een mooi heiligenverhaal horen, een lied aangeleerd krijgen door een van de Egidius zangers en aansluitend in verklede optocht met alle zangers mee mogen lopen en zingen in het middag-getijde (u kunt uw kind aanmelden om mee te doen via management@egidiuskwartet.nl)
Uiteraard wordt er de hele dag voor de inwendige mens gezorgd, in renaissance stijl: met bier, wijn en een varken aan het spit.
HET LEIDSE KOORBOEKEN CONCERT ZELF – waarin dit jaar een prachtig REQUIEM centraal staat – vindt plaats op
The Tenebrae-tour of the Netherlands has been concluded with two concerts (saturday and sunday) in Bloemendaal (that’s to the left of Amsterdam) and ‘s Hertogenbosch. We have been happy with two very contrasting as well as intimate and abundantly historical settings. A cosy, seventeenth-century Protestant church, and a former synagogue. Wonderful!
Het is avond. Een zachte zomeravond. Een kleine groep pelgrims rust uit, zittend tegen de kerkmuur van de Abdij van Montserrat. Zij komen van ver. Ze hebben een lange reis gemaakt om hier de beroemde zwarte Madonna te aanbidden. In de nabijheid van de Maria met het Kind verwachten deze bedevaarders verlichting, vergeving, zuivering, inspiratie, een nieuw begin.
Sommige pelgrims houden er ter plekke al gauw weer liederlijke gewoontes op na. Ze drinken, maken veel lawaai, ze dansen wild. Na de lange tocht moeten zij stoom afblazen. Maar niet deze rustige pelgrims tegen de kerkmuur. Zij genieten van elkaars samenzijn. Ook zij willen ‘liederlijk’ zijn, maar dan heel anders: om de avond door te brengen zingen ze samen liederen voor de Madonna. Ze kennen deze klassiekers door en door.
We have continued our Tenebrae-tour of the Netherlands with performances at Utrecht, Maastricht and Amsterdam. Each of the venues being very different again, the challenge remains to adapt to the circumstances in order to give late medieval chant the proper vocal setting. We have concluded the first series of five concerts at Muziekgebouw ‘t IJ in Amsterdam, simply the best concert hall we have ever seen… Next week: Bloemendaal & Den Bosch – but more on that later. Cheers!
Stem zaterdag 24 maart af op de Nederlands-Limburgse zender L1: Hendrik Vanden Abeele is er live te gast in het programma Cultuurcafé vanuit Grand Café ‘t Gouvernement in het Limburgs Museum, Keulsepoort 5 in Venlo. Presentatie Frans Pollux en Tom Doesborg. Hendrik praat er over de Nederlandse concerttour van Psallentes, over het onderzoek dat hij verricht naar de uitvoeringspraktijk van laat-middeleeuws gregoriaans, en over zijn project Antiphonary Walk-through.
Psallentes is currently touring The Netherlands with the programme Tenebrae. On wednesday 21 March 2012 we started the tour in the splendid and intimate setting of castle Huis Bergh at ‘s Heerenberg, jus a few hundred yards from the border with Germany. Yesterday, thursday 22 March 2012, we continued the tour with a gig at Rotterdam’s Laurenskerk – equally splendid, only a bit less intimate. Below are some impressions of these two rather contrasting venues. Today 23 March, we are in Utrecht, but more on that in another posting later this week. Cheers!
All your enemies open their mouths
wide against you;
they scoff and gnash their teeth
and say, “We have swallowed her up.
This is the day we have waited for;
we have lived to see it.”
Artwork by Hilde Vertommen for Psallentes' Tenebrae
Fribourg, Couvent des Cordeliers, M2, f99r, the responsory Caligaverunt - manuscript used for the Psallentes Tenebrae production - image via http://www.e-codices.unifr.ch
In het Franciscanenklooster van Fribourg/Freiburg in Zwitserland wordt een antiphonale (een boek met gezangen voor het officie) bewaard dat mogelijk, of zelfs zeer waarschijnlijk, daar ter plekke gemaakt werd aan het eind van de dertiende eeuw. Het klooster werd gesticht in 1254, op een ogenblik dat de nog zeer jonge orde (gesticht in 1209 door Franciscus zelf) in volle expansie was. Er wordt geschat dat de orde van de Franciscanen tegen het eind van de dertiende eeuw 35.000 leden telde. Het manuscript is zeker na 1260 gemaakt, omdat er bepaalde teksten gebruikt worden die in dat jaar op het Generaal Kapittel van de orde werden vastgelegd. Het is zeker Franciscaans, gezien de aanwezigheid van officies (verzamelingen van gezangen voor bebaalde gebedsdiensten) voor onder meer Franciscus van Assisië en Antonius van Padua. Het manuscript is relatief sober – het is dan ook vroeg-Franciscaans – en de noten op vier lijntjes zijn snelle kwadraatneumen: licht tot sterk naar rechts hellende vierkante noten, met elkaar verbonden naar gelang hun positie binnen de lettergreep of het woord. Dit manuscript is vooral opvallend vanwege het voorkomen van een voor de lezing van de lamentaties uitgeschreven melodie. Die melodie wijkt overigens niet erg af van wat vandaag in de doorsnee boeken van gregoriaans te vinden is. In het gregoriaans is zevenhonderd jaar niets.
Meer nog dan een evocatie van een eeuwenoude christelijke traditie, wil Psallentes met dit concert uitzoomen naar het steeds doordraaiende rad van de seizoenen – in dit geval dan de breuklijn tussen het donker van de winter en de wedergeboorte van het lentelicht.
Aan dat licht zelf komen we in ‘Tenebrae’ niet toe: gaandeweg worden één voor één een reeks kaarsen gedoofd. Een heel sfeervol, zuiver, stil en eenvoudig gebeuren, vrijwel zonder beweging – maar niet onbewogen.