Category Available

It’s number two, but it’s the third. Lambertus CD available now!

Psallentes is proud to present the latest addition to the Plainchant Pro Series (label Le Bricoleur). It’s number two in the series, but since number three was already available some months ago, this is the third cd in the series. The cd has run a bit late, but here he (she?) is! Highly recommended. Buy through your local shop, or via Le Bricoleur.

Lambertus LBCD/02 Psallentes, Hendrik Vanden Abeele

CLOISTERED [NL]

Psallentes' Cloistered, fragment of a 19th century drawing, unknown artist

Een jonge vrouw wordt als kloosterzuster ingekleed. Eerst was ze nog op proef in het klooster, maar nu is het haar menens – binnen afzienbare tijd zal zij ook geloftes afleggen van armoede, kuisheid en gehoorzaamheid. Eerst tijdelijk, en dan voor de eeuwigheid. Vandaag is zij de bruid van Christus.

Voor ouders en verwanten is/was het een douloureuse joye hun dochter of vriendin te moeten afgeven. Want de jonge vrouw ‘sterft voor de wereld’ en wordt herboren in een nieuwe wereld, die van het klooster. Zij zal zelfs een nieuwe naam aannemen.

Llibre Vermell de Montserrat (Psallentes & Zefiro Torna) [NL]

Montserrat-gebergte Psallentes' Llibre Vermell de Montserrat, with Zefiro Torna

Het is avond. Een zachte zomeravond. Een kleine groep pelgrims rust uit, zittend tegen de kerkmuur van de Abdij van Montserrat. Zij komen van ver. Ze hebben een lange reis gemaakt om hier de beroemde zwarte Madonna te aanbidden. In de nabijheid van de Maria met het Kind verwachten deze bedevaarders verlichting, vergeving, zuivering, inspiratie, een nieuw begin.

Sommige pelgrims houden er ter plekke al gauw weer liederlijke gewoontes op na. Ze drinken, maken veel lawaai, ze dansen wild. Na de lange tocht moeten zij stoom afblazen. Maar niet deze rustige pelgrims tegen de kerkmuur. Zij genieten van elkaars samenzijn. Ook zij willen ‘liederlijk’ zijn, maar dan heel anders: om de avond door te brengen zingen ze samen liederen voor de Madonna. Ze kennen deze klassiekers door en door.

Libera me [NL]

Psallentes' Libera me

De dodenmis behoort samen met een handvol beroemde Maria-gezangen tot het ‘ijzeren repertoire’ van de gregoriaanse wereld. Wanneer een geliefde gestorven is, dan hebben mensen er behoefte aan het Requiem te horen, het Libera me, het Subvenite, het In Paradisum – en uitzonderlijk ook het aloude Dies Irae. De kracht van deze gezangen van ‘het laatste afscheid’ overstijgt het christelijk geloof en dringt door tot in het diepste van wat mensen denken en voelen wanneer ze rouwen. In het gregoriaanse Requiem – of het nu misgezangen of gezangen uit het officie betreft – worden gevoelens van onmacht, boosheid, verdriet, gemis en pijn op treffende en universeel aangrijpende wijze verklankt.

Voor deze productie, waarvan de titel verwijst naar de smeekbede ‘Bevrijd mij van de eeuwige dood’, heeft Psallentes voor het eerst de mannen (sinds 2000) en de vrouwen (sinds 2007) samengebracht. Elk vervullen ze hun specifieke rol binnen het sfeervol en krachtig geheel dat Libera me is. Voor de mannen zijn vooral een aantal klassiekers uit de dodenmis weggelegd, terwijl de vrouwen zich als professionele beweensters eerder toeleggen op antifonen, psalmen en responsoria uit de metten. Gaandeweg neemt de ene groep een rol van de andere over, om zich uiteindelijk plechtig en statig in het Dies Irae te verenigen. Een concert met hoge intensiteit.

Bezetting: 6 zangers en 6 zangeressen

Duur: ca. 70 minuten zonder pauze

Programma: Gregoriaans repertoire uit zowel mis als officie voor de overledenen, genomen uit vijftiende-eeuwse Vlaamse en Nederlandse bronnen (Gent, Tongeren, Maastricht).

Tu rosa, tu lilium [NL]

Psallentes' Tu rosa tu lilium (here with Kerlijne Van Nevel & Helen Cassano)

In de Mariale devotie zoals ze tot ons komt via het gregoriaanse repertoire, is de link naar beelden uit het Hooglied nooit ver weg. De bewonderende beschrijvingen van de bruid in dat Bijbelse boek werden graag en veel op Maria overgedragen: “schoon als een duif”,  “omgeven met bloeiende rozen en lelietjes van dalen”, “als de maan zo mooi”, “als zonnegloed zo zuiver”, “mijn volmaakte, mijn onbevlekte”,  “alles aan jou is mooi”, “een fontein van levend water”…

In het programma Tu rosa, tu lilium maken de acht zangeressen van Psallentes de beeldrijke Mariale devotie van de late middeleeuwen opnieuw tastbaar. Het is niet toevallig dat zij daartoe vooral gebruik maken van twee antiphonaria en een graduale afkomstig uit het vijftiende-eeuwse Maastricht, waar de oudste kerk van de stad aan Maria “Sterre der Zee” is toegewijd.

Jacobus… Jacobe! [FR]

Nostra phalans, Codex Calixtinus, Jacobus... Jacobe! Psallentes

Il n’y en a que pour saint Jacques dans le Codex Calixtinus. Ce célèbre manuscrit du douzième siècle est conservé à Saint Jacques de Compostelle. Egalement connu sous le nom de ‘Liber Sancti Jacobi’, le manuscrit fut rédigé vers 1140 et contient en plus de descriptions de miracles, des indications pour le pèlerin, une description de la croisade espagnole de Charlemagne ainsi que pas mal de musique liturgique pour les fêtes à la gloire de saint Jacques le Majeur.

Au douzième siècle, les autorités locales firent tout le possible pour la promotion de la tombe de saint Jacques de Compostelle comme lieu de pèlerinage. Il convenait à cet effet également d’ ‘importer’ à partir de la France ce qu’il y avait de plus récent au niveau musical : organum et conductus sophistiqués à deux ou trois voix.

Les huit chanteuses de Psallentes nous proposent du chant grégorien et de la polyphonie provenant du Codex Calixtinus afin de rendre à l’apôtre Jacques l’hommage musical qui lui revient selon le manuscrit. Du simple ‘Psallat chorus celestium’, en passant par l’intime ‘Clemens servulorum’, au frénétique ‘Dum pater familias’ (qui fait immédiatement fonction de moyen mnémotechnique pour retenir les noms latins) : tous les moyens conviennent pour récompenser le pèlerin qui se rend à Compostelle avec un travail vocal féminin pur et simple. Il / elle en revient satisfait…

Distribution : 8 chanteuses

Durée : environ 68 minutes sans pause

Programme : Chants grégoriens et polyphoniques du Codex Calixtinus du douzième siècle

Source : Codex Calixtinus (Liber Sancti Jacobi), Saint Jacques de Compostelle, archive de la Cathédrale

Jacobus… Jacobe! [NL]

Nostra phalans, Codex Calixtinus, Jacobus... Jacobe! Psallentes

Het is al Jacobus wat de klok slaat in de Codex Calixtinus. Dit beroemde twaalfde-eeuwse manuscript wordt bewaard te Santiago de Compostela. Het boek – ook bekend onder de naam ‘Liber Sancti Jacobi’ – werd gemaakt rond 1140 en bevat naast mirakelbeschrijvingen, aanwijzingen voor de pelgrim en een beschrijving van de Spaanse veldtocht van Karel de Grote ook nogal wat liturgische muziek voor de feesten ter ere van Jacobus de Meerdere. Plaatselijke overheden deden er in de twaalfde eeuw alles aan om het graf van de Heilige Jacobus te Compostela als bedevaartsoord te promoten. Daartoe behoorde ook het ‘importeren’ vanuit Frankrijk van het nieuwste van het nieuwste op muzikaal vlak: de gesofisticeerde twee- en driestemmigheid van organum en conductus.

De acht zangeressen van Psallentes gaan met het gregoriaans en de meerstemmigheid uit de Codex Calixtinus aan de slag om de apostel Jacobus de rijke muzikale eer te bewijzen die hem volgens het manuscript toekomt. Van het eenvoudige ‘Psallat chorus celestium’, over het intieme ‘Clemens servulorum’, tot het uitbundige ‘Dum pater familias’ (dat meteen als ezelsbrugje dienst doet om de Latijnse naamvallen te onthouden): alle middelen zijn goed om met puur vocaal vrouwenwerk de pelgrim naar Compostela te belonen. Hij/zij keert tevreden terug…

URSULA11 [FR]

URSULA11 - Hildegard von Bingen - Psallentes - Hendrik Vanden Abeele

L’Abbesse Bénédictine allemande Hildegard van Bingen (1098-1179) fut célèbre à son époque pour ses visions et ses opinions. Hildegard correspondait également avec les grands de son époque et était de ce fait une femme très influente. L’abbesse a en outre pourvu ses propres textes de musique. Cela engendre une musique grégorienne fortement enracinée dans la tradition universelle, mais qui se fait remarquer toutefois pour son étendue vocale riche en mélismes.

Soixante-quinze chants d’Hildegard nous ont été remis avec comme source la plus importante un manuscrit du douzième siècle conservé à Dendermonde (Abbaye de Saint Pierre & Paul, Ms Cod. 9).

Partant de ce manuscrit, les chanteuses de Psallentes ont choisi une série de chants à la gloire de la sainte Ursule, desquels une puissante évocation est développée au moyen d’antiennes (‘O rubor sanguinis’), de répons, d’une séquence et d’un hymne (le saisissant ‘Cum vox sanguinis’). Une expérience intense, dans laquelle les péripéties d’Ursule et de ses compagnes de voyage sont glorifiées unanimement et avec un engagement s’intensifiant.

Selon la légende, Ursule, fille de roi, ne voulait pas se marier avant d’avoir fait un pèlerinage à Rome. Toujours d’après la légende, elle fut assassinée aux environs de Cologne, tout comme les 11.000 vierges en sa compagnie.

Distribution: 8 à 11 chanteuses

Durée: environ 60 minutes sans pause

Programme: Cinq antiennes, deux répons, une séquence et un hymne dédiés à la fête de la Sainte-Ursule et aux cent mille vierges.

Source: Dendermonde, Abbaye Saint Pierre & Paul, Ms Cod. 9


URSULA11 [NL]

URSULA11 - Hildegard von Bingen - Psallentes - Hendrik Vanden Abeele

De Duitse benedictijnse abdis Hildegard van Bingen (1098-1179) was in haar tijd al bekend omwille van haar visies en visioenen. Hildegard correspondeerde ook met de groten van haar tijd, en was daarmee een zeer invloedrijke vrouw. Daarenboven heeft de abdis haar eigen teksten van muziek voorzien. Dat levert een gregoriaans op dat sterk geworteld is in de universele traditie, maar toch opvalt omwille van een grote toonomvang en rijke melismen.

Vijfenzeventig gezangen zijn ons van Hildegard overgeleverd, met als belangrijkste bron een twaalfde-eeuws handschrift dat bewaard wordt te Dendermonde (Sint-Pieters & Paulus Abdij, Ms Cod. 9).

Uit dit handschrift kozen de zangeressen van Psallentes voor een reeks gezangen ter ere van de heilige Ursula, waarvan door middel van antifonen (‘O rubor sanguinis’), responsoria, een sequentia en een hymne (het opzwepende ‘Cum vox sanguinis’) een krachtige evocatie uitgebouwd wordt. Een intens gebeuren, waarin eensgezind en met toenemend engagement de lotgevallen van Ursula en haar reisgezellinen bezongen worden.

Ursula was volgens de legende een koningsdochter die niet wilde trouwen voor ze een bedevaart naar Rome had gemaakt. Samen met de 11.000 maagden die haar vergezelden werd ze (nog steeds volgens de legende) in de buurt van Keulen vermoord.

Bezetting: 8 tot 11 zangeressen

Duur: ca. 60 minuten zonder pauze

Programma: Vijf antifonen, twee responsoria, een sequentia en een hymne voor het feest van de Heilige Ursula en de elfduizend maagden.

Bron: Dendermonde, Sint-Pieters & Paulus Abdij, Ms Cod. 9

URSULA11 [ENG]

URSULA11 - Hildegard von Bingen - Psallentes - Hendrik Vanden Abeele

The German Benedictine abbess Hildegard of Bingen (1098-1179) was renowned in her time because of her views and visions. Hildegard corresponded with the greats of her time, and thus was a very influential woman. Moreover, the abbess provided some of her poems and texts with her own music. This lead to a Gregorian chant that is strongly rooted in universal tradition, but which stands out because of large ambitus and rich melismas.

Seventy-five songs of Hildegard are known, the main source being a twelfth-century manuscript kept at Dendermonde (Sint-Pieters & Paul Abbey, Ms. Cod. 9). From this manuscript the singers of Psallentes chose for a series of chants in honor of St. Ursula. Through antiphons (“O rubor sanguinis”), responsories, a Sequentia and a hymn (the rousing “Cum vox sanguinis”) a powerful evocation is constructed. An intense event, uniting unique voices contemplating with growing engagement the fate of Ursula and her companions.

Ursula was a legendary king’s daughter who would not marry before she had made a pilgrimage to Rome. Together with the 11,000 virgins who accompanied her, she was (again according to legend) killed near Cologne.

Cast: 8 to 11 female singers

Duration: ca. 60 minutes – no break

Programme: Five antiphons, two responsories, a sequentia and a hymn for the feast of Saint Ursula and the eleventhousand virgins

Source: Dendermonde, Sint-Pieters & Paulus Abdij, Ms Cod. 9

Tota pulchra es [NL]

Tota pulchra es - Psallentes, Arnaud Van de Cauter - Composition Jean-Pierre Deleuze - Manuscrit Cambrai

De titel, Tota pulchra es, amica mea, verwijst naar de eerste antifoon van de Eerste Vespers voor het feest van Maria Tenhemelopneming, volgens het Antiphonarium ad usum Cameracensis eccelsiae (1235-1245) van de ‘bibliothèque municipale’ van Cambrai. Het eerste deel van het concert evoceert dit officie, waarbij verschillende fragmenten uitgewerkt zijn tot tijdeigen organum en discant, zoals het zich destijds, vaak geïmproviseerd, tot eenvoudige polyfonie liet ombouwen.

Centraal in het avondvullend werk staat een Magnificat voor zes mannenstemmen, orgel, cornet en electronica. Dit Magnificat, in een buitengewone muzikale zetting, grijpt polyfoon terug naar, en contrasteert met het oorspronkelijk gregoriaanse materiaal, de samenklanken van het mesotonische gestemde orgel en de cornetto (zink). Daarenboven spelen ook de door het “Centre Henri Pousseur” gesamplede klokkenklanken van de Kapellekerk Brussel een belangrijke rol.

Het laatste deel van het concert, als synthese èn als besluit, opent met de antifoon Nigra sum, sed formosa, afkomstig uit het Hooglied (1,5) – net zoals overigens Tota pulchra es, amica mea. Deze twee fragmenten uit het Hooglied vormen doorheen dit laatste deel een rode draad: tien recitanten spreken de tekst uit, eerst in het originele Hebreeuws, dan ook in het Grieks en Armeens. Om zich vervolgens via vele talen, zoals ze door allerlei gemeenschappen (in Brussel of andere meertalige samenlevingen) gesproken worden, te vermengen met de stemmen van Psallentes, de instrumenten en de spectrale klanken van de klokken, hiermee teruggrijpend naar het begin van het concert.

Bezetting: zes zangers (Psallentes), orgel (Arnaud Van de Cauter), cornetto (Eva Godard) en electronica (Centre Henri Pousseur – Liège)

Duur: ongeveer 75 minuten zonder pauze

Programma: Avondvullende compositie van Jean-Pierre Deleuze.

Tota pulchra es [FR]

Tota pulchra es - Psallentes, Arnaud Van de Cauter - Composition Jean-Pierre Deleuze - Manuscrit Cambrai

Le titre, Tota pulchra es, amica mea, est tiré de la première antienne de l’office des Premières Vêpres de l’Assomption, selon l’Antiphonarium ad usum Cameracensis eccelsiae (1235-1245) de la bibliothèque municipale de Cambrai. La première partie du concert permet d’entendre cet office dont plusieurs fragments sont traités à la manière d’organa ou de déchants, afin d’évoquer les pratiques polyphoniques primitives, généralement improvisées.

Au centre de l’œuvre, un Magnificat, pour six voix d’hommes, orgue, cornet à bouquin et électronique se déploie, dans une mise en musique originale, recourant à des procédés d’écriture polyphonique contrastés et reliant à la fois le matériau grégorien, les sonorités de l’orgue mésotonique et des cornets, mais aussi, celles des cloches de l’Église de la Chapelle enregistrées et traitées par le « Centre Henry Pousseur ».

La dernière partie du concert, synthèse et conclusion à la fois, s’ouvre librement sur l’antienne Nigra sum, sed formosa, provenant du Cantique des Cantiques  (Cant 1,5), tout comme Tota pulchra es, amica mea. L’enchaînement est mis en évidence par la présence des voix de dix récitantes faisant entendre, chacune dans leur langue, ces deux fragments du Cantique des Cantiques. Après l’hébreu, langue originale du texte, le grec et l’arménien, le texte est récité dans de nombreuses langues, qui sont aujourd’hui parlées les différentes communautés qui constituent nos cités contemporaines. Les sons de ces voix parlées s’intégrent alors progressivement au voix de l’Ensemble Psallentes, des instruments, mais aussi des sonorités spectrales issues des cloches, présentes quant à elles dès la première partie du concert.

Distribution: 6 voix d’hommes (Psallentes), orgue (Arnaud Van de Cauter), cornet à bouquin (Eva Godard) et électronique (Centre Henri Pousseur – Liège)

Durée: environ 75 minutes sans pause

Programme: composition de Jean-Pierre Deleuze, conçue comme un concert complet

 

Tenebrae [NL]

Psallentes Tenebrae (Hendrik Vanden Abeele)

Aan het responsorium ‘Tenebrae factae sunt’ (‘De duisternis viel in’) ontleent deze productie haar naam. De reeks van drie ‘donkere metten’ die in de christelijke liturgie sinds eeuwen plaatsgrijpen tijdens de Goede Week, bezingen heel specifiek de droefenis om Jezus’ laatste dagen. Dit treuren komt op aangrijpende wijze tot uiting in het monotoon uitzingen van de Klaagzangen van Jeremias. De negen lamentaties vormen dan ook de kern van ‘Tenebrae’.

Meer nog dan een evocatie van een eeuwenoude christelijke traditie wil Psallentes met dit concert uitzoomen naar het steeds doordraaiende rad van de seizoenen – in dit geval dan de breuklijn tussen het donker van de winter en de wedergeboorte van het lentelicht.

Aan dat licht zelf komen we in ‘Tenebrae’ niet toe: aan het eind van het concert is de hele ruimte in duisternis gehuld. Gaandeweg worden daartoe één voor één een reeks kaarsen gedoofd. Een heel sfeervol, zuiver, stil en eenvoudig gebeuren, vrijwel zonder beweging – maar niet onbewogen.

Zes zangers blijven zeventig minuten lang puur vocaal bezig. Monotoon maar gedreven. Heel af en toe een vleugje meerstemmigheid (wanneer met bourdon of faux-bourdon belangrijke punten geijkt worden), heel af en toe een streep virtuositeit (wanneer in een responsorium de melismes opflakkeren).

Psallentes’ meest sobere en meest intieme productie ooit.

Bezetting: 6 zangers

Duur: ca. 70 minuten

Programma: Antifonen, Psalmverzen, Lamentaties en Responsoria, genomen uit laatmiddeleeuwse Vlaamse antiphonaria.

Bijzonderheden: Bij voorkeur in een donkere ruimte, van vijftien (of meer) kaarsen wordt tijdens het concert telkens één gedoofd.

Tenebrae [FR]

Psallentes Tenebrae (Hendrik Vanden Abeele)

Cette production tire son nom du répons ‘Tenebrae factae sunt’ (‘Il y eut des ténèbres’). La succession de trois ‘ténèbres’ qui se produisent pendant la Semaine Sainte depuis des siècles dans la liturgie chrétienne, glorifient de manière très spécifique la désolation qui régnait pendant les derniers jours de Jésus. Cette tristesse se manifeste de façon émouvante dans le chant monotone des Lamentations de Jeremiah. Les neuf lamentations forment alors l’essence de ‘Tenebrae’.

Encore plus que l’évocation d’une tradition chrétienne séculaire, Psallentes souhaite avec ce concert  zoomer sur la roue toujours tournante des saisons – il est question ici de la ligne de rupture entre l’obscurité de l’hiver et la renaissance de la lumière printanière.

Dans ‘Tenebrae’, nous ne nous approchons pas de cette lumière : à la fin du concert, toute la salle est plongée dans l’obscurité. A cet effet, des bougies sont éteintes au fur et à mesure les unes après les autres. Un évènement plein d’ambiance, pur, silencieux et simple, presque sans mouvement – mais qui ne laisse pas indifférent.

Pendant soixante-dix minutes, six chanteurs ne font que chanter : emportés et d’une voix monotone. De temps en temps un soupçon de polyphonie apparaît (lors de l’étalonnage au bourdon ou faux-bourdon de points importants), de temps en temps une pointe de virtuosité (lorsque les mélismes se ravivent dans un répons).

La production la plus sobre et la plus intime de Psallentes.

Distribution : 6 chanteurs

Durée : environ 80 minutes

Programme : Antiennes, versets de Psaume, Lamentations et Répons, provenant des antiphonaires flamands du bas Moyen-Age

Particularités : De préférence dans une salle sombre, au cours du concert, quinze bougies (ou plus) sont éteintes les unes après les autres.

Cantus et Utriculus [FR]

Cantus et Utriculus Psallentes

La production « Cantus & Utriculus » – chant grégorien et cornemuse – est le résultat d’une collaboration exceptionnelle entre Hendrik Vanden Abeele (chant grégorien) et Jean-Pierre Van Hees (cornemuses). Ces deux musiciens ont non seulement acquis une réputation internationale, mais sont tous deux actifs dans le monde de la recherche musicale, respectivement aux universités de Leyde et Louvain. Le doctorat de Jean-Pierre Van Hees a été le point de départ de ce programme hors du commun.

Cantus & Utriculus est la première production contemporaine réunissant la cornemuse et des chanteurs de grégorien, une démarche qui n’est pas un face-à-face de deux expériences mais une recherche commune redonnant vie à une ancienne tradition.

Dans la péninsule ibérique (les Asturies, la Galice et le Portugal) survit encore une pratique où la cornemuse accompagne les rites religieux chrétiens, notamment en donnant une touche supplémentaire d’exaltation dans la pratique du plain-chant. Des témoignages historiques en France (George Sand, Hugues Lapaire), ont également incité nos deux chercheurs à approfondir leur questionnement quant à ce que grégorien et cornemuse pouvaient représenter l’un pour l’autre dans une situation de concert actuelle.

La surprenante compatibilité et la complémentarité de deux mondes différents apparaît tout au long du fil conducteur constitué par le Cantorale de Gerona, un manuscrit du XIVe siècle, où voix et cornemuse se fondent en une vibration commune.

Distribution: 8 chanteurs et 1 cornemuseur

Durée: environ 70 minutes sans pause

Programme: principalement du plain-chant de la Cantorale E – Bc 911, manuscrit du 14ième siècle de Gerona (Espagne), complété de plain-chant et de musique pour cornemuse de la Galice, des Asturies et du Portugal

Spécification: cette production est également possible avec plusieurs cornemuseurs

Cantus et Utriculus [NL]

Cantus et Utriculus Psallentes

De productie ‘Cantus et Utriculus’ – gregoriaans en doedelzak – is het resultaat van een uitzonderlijke samenwerking tussen Hendrik Vanden Abeele (gregoriaans) en Jean-Pierre Van Hees (doedelzakken). Niet alleen hebben beiden een grote reputatie opgebouwd als internationaal gewaardeerde musici, zij zijn ook actief in de wereld van het artistiek onderzoek, respectievelijk aan de universiteiten van Leiden en Leuven. Ter gelegenheid van het doctoreren van Jean-Pierre Van Hees werd dit bijzondere programma uitgebouwd.

‘Cantus et Utriculus’ is de eerste hedendaagse avondvullende productie waarin doedelzak en zangers van gregoriaans samengebracht worden. Zij gaan daarbij niet naast maar met elkaar op zoek naar het doen herleven van een oude traditie.

Hier en daar op het Iberisch schiereiland (Asturias, Gallicië, Portugal) leeft nog deze bijzondere traditie verder, waarin gregoriaans en doedelzak de liturgische muziek van de christelijke kerk dat extra vleugje exaltatie biedt. Ook historische getuigenissen uit onder meer Frankrijk (George Sand, Hugues Lapaire) moedigden de bedenkers van het programma aan tot een verregaande bevraging van wat gregoriaans en doedelzak voor elkaar kunnen betekenen in een hedendaagse concertsituatie.

Met een veertiende-eeuws cantorale uit Gerona als muzikale leidraad is dit zonder meer een unieke kruisbestuiving tussen twee erg uiteenlopende, maar verrassend compatibele en complementaire werelden.

Bezetting: 8 zangers en 1 doedelzakspeler

Duur: ca. 70 minuten zonder pauze

Programma: Hoofdzakelijk gregoriaans uit het Cantorale E-Bc 911, een veertiende-eeuws manuscript uit Gerona, aangevuld met gregoriaans en doedelzakmuziek uit Gallicië, Asturias en Portugal.

Bijzonderheden: Deze productie kan uitgebreid worden met andere doedelzakspelers (meerprijs).

Cantus et Utriculus [ES]

Cantus et Utriculus Psallentes

La producción ‘Cantus et Utriculus’ – gregoriano y gaita – es el resultado de una colaboración especial entre Hendrik Vanden Abeele (gregoriano) y Jean-Pierre Van Hees (gaitas). No sólo se han ganado una gran reputación como músicos y son muy valorados internacionalmente, sino que también están activos en el mundo de la investigación artística en las universidades de Leiden y Lovaina, respectivamente. Con motivo del doctorado de Jean-Pierre Van Hees se creó este programa especial.

‘Cantus et Utriculus’ es la primera producción actual nocturna en la que se unieron la gaita y cantantes. Para ello, no sólo se pusieron uno al lado del otro, sino que se reunieron para revivir una vieja tradición.

En diversos lugares de la Península Ibérica (Asturias, Galicia, Portugal) se mantiene esta tradición, en la que el gregoriano y la gaita proporcionan un toque de exaltación a la música litúrgica de la iglesia cristiana. También los testigos históricos de, entre otros, Francia (George Sand, Hugues Lapaire) alentaron a los pensadores del programa a preguntarse qué podría significar para ellos el gregoriano y las gaitas en una situación de concierto actual.

Con un cantoral del siglo XIV de Girona como guía musical, esto es, sin más, una polinización única entre dos mundos muy diferentes, aunque sorprendentemente compatibles y complementarios.

Ocupación: 8 cantantes y 1 gaitero

Duración: aproximadamente 70 minutos, sin pausa

Programa: Principalmente, gregoriano de la Cantoral E-Bc 911, un manuscrito del siglo XIV de Girona, suplementado con gregoriano y música de gaita de Galicia, Asturias y Portugal.

Características especiales: Esta producción se puede ampliar con otros gaiteros (coste suplementario).

Ethica [NL]

Psallentes' Ethica - fragment from B-Gu Ms 14 (Ghent, Graduale end 15th century)

Rode draad doorheen deze productie is een vierstemmig Credo, zoals het te vinden is in het vijftiende-eeuwse Gentse graduale B-Gu Ms 14, een handschrift gemaakt in en voor de Sint-Baafsabdij. Lang en grondig wordt het Credo uitgezongen, met gregoriaanse recitatieven, responsoria en polyfone zettingen die als glossen en tropen het mysterie van het geloof dat in een credo wordt uitgesproken bevragen. In Ethica wordt zo de ontmoeting geëvoceerd tussen gregoriaans en polyfonie, tussen bronnen onderling, tussen bronnen en zanger, tussen de vijftiende eeuw en de eenentwintigste eeuw.

Een uitvoering van gregoriaans en polyfonie door musici vandaag zegt meer over onze tijd dan over de vijftiende eeuw. De zanger is al lang niet meer professioneel aan een kerk verbonden, en is bovendien vaak in die mate ‘ontkerkelijkt’ dat gregoriaans hoogstens nog als iets artistieks of spiritueels wordt behandeld, niet langer als liturgisch of religieus. De zanger van vandaag heeft een andere houding, zingt vanuit een andere esthetiek, en zo ook vanuit een andere ethiek. Gezongen teksten uit The Good Book van A.C. Grayling onderstrepen dit ethische engagement.

Bezetting: 8 zangers, 4 blazers

Duur: ca. 80 minuten zonder pauze

Programma: Credo uit Graduale (XV) B-Gu Ms 14, Responsoria uit Antiphonale (XV) B-Gu Ms 15, Fragmenten uit polyfone misdelen van onder meer Obrecht, Teksten als gezongen recitatieven uit The Good Book van A.C. Grayling (Bloomsbury, 2011).

Ethica [FR]

Psallentes' Ethica - fragment from B-Gu Ms 14 (Ghent, Graduale end 15th century)

Le fil rouge à travers cette production est un Credo à quatre voix, tel qu’on le trouve dans le graduel gantois du quinzième siècle B-Gu Ms 14, un manuscrit rédigé dans et pour l’Abbaye Saint-Bavon. Le Credo est chanté longuement et en détail avec des récitatifs grégoriens, des répons et des arrangements polyphoniques qui questionnent en gloses et tropes le mystère de la foi qui est exprimé dans un credo. Dans Ethica, la rencontre est évoquée entre le chant grégorien et la polyphonie, entre les sources entre elles, entre les sources et le chanteur et entre le quinzième siècle et le vingt-et-unième siècle.

Une représentation de chant grégorien et de polyphonie par des musiciens de nos jours en dit plus sur notre temps que sur le quinzième siècle. Depuis longtemps déjà, le chanteur n’est plus lié professionnellement à une église, il est en outre souvent ‘laïcisé’ et le chant grégorien est tout au plus considéré comme quelque chose d’artistique ou de spirituel, et non plus comme quelque chose de liturgique ou de religieux. Le chanteur d’aujourd’hui a une autre attitude, il chante à partir d’une autre esthétique et de cette manière également à partir d’une autre éthique. Les textes chantés du philosophe A.C. Grayling soulignent cet engagement éthique.

Distribution : 8 chanteurs, 4 joueurs d’instruments à vent

Durée : environ 80 minutes sans pause

Disponibilité : A partir de l’été 2011

Programme : Credo du Graduel (XV) B-Gu Ms 14, Répons provenant de l’Antiphonaire (XV) B-Gu Ms 15, Fragments provenant de parties de messe polyphoniques d’Obrecht entre autres, textes chantés comme récitatifs provenant du ‘Good Book’ de A.C. Grayling (Bloomsbury, 2011).

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 689 other followers